Getatchew Mekuria, leeuw der leeuwen
Door op 20 september 2012

Saxofonist-veteraan Getatchew Mekuria (1935) is de ongekroonde koning van de Ethiopische Orkesten die vanaf de jaren 50 bloeiperioden doormaakten. Hij heeft IMG_4325een onnavolgbare vocale saxofoonklank en stijl van spelen (een klank die inderdaad herinnert aan hoe Albert Ayler had kunnen of willen spelen). In de sinds 1997 bij het Franse label Budda verschenen Éthiopiques-serie van Francis Falceta werd Mekurias’ album Negus van 1970 (Philips Éthiopia) als deel 14 heruitgebracht. En nu is er Y’Anbessaw Tezeta, uitge- bracht op het label van de Nederlandse groep The Ex. Samen met een vriendengroep van hoog kaliber fungeert The Ex op Y’Anbessaw Tezeta als begelei- dingsgroep van deze saxofoonlegende. De vrienden- groep, dat zijn bassist Colin McLean en danser Melaku Belay en een reeks blazers die uit de jazz komt: de Franse klarinettist Xavier Charles (hij neemt o.a. ook voor het ECM-label op), Ken Vandermark uit Chicago (bariton, basklarinet), de Canadese altsaxofonist Brodie West en de Amsterdamse trombonisten Wolter Wierbos en Joost Buis. Een indrukwekkende veel- belovende lijn-up.

Stemmingen en Chants

YAnbessaw-Tezeta

Met Mekuria spelen, betekent de koning volgen, in steeds intensere wisselingen van call en response, het duidelijkst in de twee krijger-zangen Aha Gedawo en Zerafewa/Eregedawo. Klinkt simpel maar is het in feite niet (getuige ook de aantekeningen van Chicago-saxofonist Ken Vandermark). Je komt er snel achter als je je oren de kost geeft. De stukken zijn zeer af- wisselend van karakter, toonsoort (drie van de vier speciale toonsoorten van de Ethiopische muziek zijn vertegenwoordigd, nl. ambassel, tezeta en batti), en arrange- ment. Van het ‘volle’ openingsstuk Ambassel met indrukwekkende klarinet- én saxsolo van Mekuria en nog een mooi trombone-solo van Joost Buis via het sax en drums duo van Mekuria en Bornefeld in Ene Eskemot Derese (een bekende popsong van Tilahoun Gessesse) dat her en der spaarzaam gefijnlijnd wordt door de klarinet van Xavier Charles en boven alles nog een goed gedoseerd tussenspel op gitaar bevat tot en met het solo uitgevoerde titelstuk Tezeta, een van de populairste ethiopische nostalgia-stukken. Wat hier te horen is, kan zich zonder meer meten met het beste werk van iemand als Kip Hanrahan (zie Written In Music).

IMG_4310Mekuria is met zijn uitzonderlijke saxofoonklank op alle stukken nog in goede vorm te horen. In het openingsstuk is hij zelfs met een adembenemend klarinetsolo te horen. Dat probeert hij echter tegen- woordig niet meer. Het blijkt dan ook van vroegere datum te zijn en is hier (terecht denk ik) mooi in- gevoegd. Mekurias saxofoonklank verenigt op onna- volgbare wijze vocale en percussieve kanten van de muziek met elkaar en blijft steeds met enorm rijke blendings doorvibreren. Vooral in zijn Shellelle-war(rior)-chants ontwikkelt hij daarmee enorme centrifugaalkrachten. Het zit hem in de souplesse, snelheid en timing van zijn toonbuigingen in verbinding met de kracht en vibratie van zijn toon. Tegen de achtergrond van een begeleiding als deze met stevig groundwork en kapitale blazers dient zich telkens weer een nog intensere ‘herhaling’ van de lijn van deze war(rior)-chants op (steeds) hoger niveau aan. Na een tijde laten de chants je niet meer los. Ze nemen als het ware jou over. De trance die de muziek kan oproepen, is de verlichtende, stralende, verwachtingsvol opgeto- gen trance van een jakobsladder, een verbindingszuil tussen hemel en aarde. Mekuria is hier dus krijger en muzikant vice versa (in zijn land zijn nogal wat oorlogen uitgevochten). Dat hij consequent monarchist is (getuige zijn vorige met The Ex opgenomen album Moa Anbessa), is onder Ethiopische omstandigheden niet meer dan begrijpelijk.

Theoretisch zouden er misschien nog andere opties voor goed begeleidingswerk voor Mekuria geweest zijn maar hier komt iets bij elkaar dat op een diepere laag sterk verbinding maakt. Het is een kwestie van ver- binding en het goede contrast. Met het stevige groundwork van de Ex-gitaars, het drijvende vastbesloten drumwerk van Katharina Bornefeld incluis, wordt vooral de unausweichliche drive opgewekt die zijn uit- werkingen niet mist. Sterke wisselwerking. Begrijpelijk dat Mekuria in zijn sas was hiermee.

The Ex is een unieke band en inmiddels een institutie. Dat bijt elkaar prima. De Ex zijn na al die jaren nog steeds een bijzonder originele band. Dat blijkt telkens weer en bjit elkaar prima. Toen ik ze laatst in het Noorse Kongsberg (samen met Getatchew Mekuria en de stokkenvechters) zag spelen, was iedereen, van Ijslander tot Koreaan, van Spanjaard tot Sami, meteen aangedaan. Het lijkt alsof ze helemaal niet zo veel hoeven te doen om dat effect keer op keer opnieuw te bereiken. Maar wat is “veel”. Blijkbaar sorteren anderen – los daarvan of ze veel of minder veel doen – niet dezelfde effecten. Bij The Ex is het een goede combinatie van onafhankelijke houding, een true-to-the-music-uitvoering en werken in een overzichtelijk universum.

Verbazingwekkend is dat men in Nederland nog steeds vasthoudt aan het oude beeld van marginale maar leuke “punk-band” en vooral nauwelijks doorheeft dat The Ex internationaal één van de meest bekende en succesvolste Nederlandse wereldmuziek-bands is (zo niet dé) en dat iets soortgelijks geldt voor hun positie in de sector van vrije improvisatie. Er zijn maar weinig bands op dat gebied zo lang op zo’n niveau bezig en internationaal zo’n waardering krijgen. Bij dit beeld hoort ook dat de band weinig in eigen land speelt of beter gezegd weinig gevraagd wordt. Er zijn ook geen bands die iets dergelijks als het samenwerkingsverband met Mekuria op een dergelijk niveau hebben (gerealiseerd).

Voedingsbodem

H.I.M.-Haile-Selassie-I-Lion4Ras Tafari Makonnen (1892-1975), de latere Neguse negest ze-‘Tyoppya met naam Haile Selassie zorgde al vroeg voor de opleiding van musici en de ontwikkeling van muziek in Ethiopië. In 1924, toen nog kroonprins, ondernam hij een opzienbarende reis langs Europese hoofdsteden (waar hij ook Amsterdam aan- deed), de Levante en Egypte. Hij ging ook op bezoek bij zijn Oosters-orthodoxe geloofsgenoten in het Armeense klooster in Jerusalem en adopteerde 40 daar verblijvende weeskinderen die hun ouders tijdens de Ottomaanse slachtingen 9 jaar eerder hadden verloren. Zij kregen een muzikale opleiding door de Ar- meense musicus en componist Kevork Nalbandian en vormden de basis voor zijn paleis-orkest. Nalbandian schreef in 1930 de nieu- we hymne van Ethiopië tijdens de gehele era Haile Selassie. Ke- vork Nalbandians rol werd later overgenomen door zijn neef Nerses Nalbandian. Nerses Nalbandian drukte een sterke stempel op het muziekleven in Addis. Hij trainde de keizerlijke orkesten NalbandianandOrchestra.70waaronder het theaterorkest en het politie-orkest waar Mekuria later lid van werd. Nalbandian werd in 1956 directeur van het Nationaal Theater in Addis. Hij en andere leden van de Armeense gemeenschap werden niet als vreemden van buiten beschouwd maar als geloofsgenoten en Ethiopiërs. Nalbandian trainde en werkte met talrijke Etiopische musici, maakte talloze arrangementen voor Ethiopische muziek en schreef ook veel muziek zoals hier op deze opname met de bloedjonge Muluken Melesse waarop ook onmiskenbaar Getatchew Mekuria te horen is.

VIDEOMulukken Melesse: Meche amakerechigne (arr. Nalbandian) met Getatchew Mekuria (1966)

image-141770-fullDe kleine groep Armeense Ethiopiërs vormde ook een belangrijke schakel voor de Ethiopische muziek uit de Golden Sixties zoals die in de beroemde Éthiopique-serie (van Francis Falceta) op het Franse Budda-label vanaf 1997 gedocumenteerd is. De Armeense Ethiopiërs brachten iets in wat in contact met getalenteerde en goed getrainde Ethiopische musici én de Éthiopische muziek tot hoog- staande, sprankelende muziek leidde – een zekere parallelie met Amsterdam waar de Armeense arts Edgarian (aka Boy Edgar) een belangrijke instigerende rol vervulde.

“Nerses Nalbandian was well-known and cherished by many Ethiopians. He encouraged the introduction of Amharic lyrics and harmonies to be fused with Western instruments and style which gave birth to a new sound that set the stage for much of the Ethio-Jazz scene. He is known to have been a man of few words but spoke up in class when students were not playing in key. Alemehayu Eshete recalls, “He used to stop us, a student, when they were not playing well. He used to say ‘What are you? Are you a lion? Or a horse? Right now you’re playing like a horse, let’s here the lion come out of your instrument!”

Not only did Mr. Nalbandian compose, conduct and teach, but he also taught others how to do the same. He is known to have had many students, and even assistant who, learned the art of music as well as orchestra- ting and conducting. In the photograph above we see Habte-Giyorgis Gemeda (nicknamed Aymré) who was the assistant or Nerses at HSI Theatre. Tilaye (second sax from the right), Dawit Yifru (piano) and Shimelis (the youngest trumpeter, a kid) are on this picture.” (from Asdesachochachennen Enweqachew, Meskerem 1957 / September 1964, p. 44)
band
Ook Mekuria ( in voorste rij derde van links) ont- plooide zich in deze rijke omgeving zoals hij in het boekje bij de uitgave aangeeft. Hij kreeg een pro- fessionele training waarin hij western standards leerde lezen en op het einde bijna 400 onder de knie en geïnternaliseerd had. Op deze stevige basis ont- wikkelde hij zijn eigen, op Ethiopische muziek, vooral de war-chants baserende signatuur.

Waarom de Volkskrant een geniale wilde van Mekuria maakt, zal haar eigen geheim blijven. 2004, bij zijn eerste bezoek, kwam de krant op de proppen met een rauw vlees etende man die nog nooit zijn dorp uit is geweest: “Een heel bijzondere gast is de Ethiopische tenorsaxofonist Getatchew Mekurya, die een onge- hoord rauw oergeluid produceert. Een beer van een man. Hij eet twee kilo rauw vlees per dag en draagt leeuwen- manen tijdens het spelen. Hij is zeventig jaar, wat heel oud is voor een Ethiopi. Hij is nog nooit zijn land uit geweest.” Acht jaar later is daar weinig aan verandert: “Getatchew Mekuria (1935) beschikt over een oergeluid. Hij introduceerde de saxofoon in Ethiopische muziek, zonder ooit een westerse tenorsaxofonist te horen spelen.” Het geeft te denken! De feiten liggen anders. Mekuria had blijkbaar zijn eigen hand in het ontstaan van het “rauw-vlees-beeld” uit 2004. Hij voelde blijkbaar feilloos de gedachten- wereld van de andere aan en maakte “de gast” van de Volkskrant wijs dat hij als leeuw twee kilo rauw vlees per dag verorbert wat nodig zou zijn om zo’n geluid te krijgen.

The-Lion-The-Ex-Friends-by-Matias-Corral-1

Gemêleerd materiaal

Het album bevat materiaal van verschillende moods en stijlen. Mekuria was het om deze veelvoud te doen. Opvallend in de eerste helft: de Afrikaanse walsen. Vanaf het zesde stuk wordt een andere pas ingezet. Aha Gedawo is wat mij betreft een echt hoogtepunt. Hier komt het hypnotische effect van de herhalingen en de interlocking in optima forma uit. Mooi op- duwend met een schitterende klarinet van Xavier Charles. De hoekigheid die voor sommigen in de muziek te horen is, zit trouwens al als zodanig in ethiopische muziek! Het is een mooie zaak deze originele en unieke saxofoon-stem op deze manier te documenteren en naar een gevarieerd publiek te brengen!

IMG_4313IMG_4324

Gevarieerd extra materiaal

Dan het gevarieerde extra materiaal op de tweede schijf. Shellelle, Aha Gedawo en het bijna elegische Ambassel komen in verschillende versies terug. Ik heb de tweede schijf van achteren naar voren, chronolo- gisch beluisterd. De eerste twee zijn opnamen uit de vroege jaren 60. Eerst Ambassel in een opname met Haile Selassies Theaterorkest. De muziek heeft iets van een treurmars zoals we die uit Zuiditalië kennen. De instrumentatie is bijzonder kleurrijk: klarinet, saxofoons, tuba, elektrische gitaar en akkordeon maar ook krar, de Ethiopische harp. Het klinkt uitgesproken modern met duidelijke westerse invloeden. Er zit een mooi klarinet-solo (Wedajeneh Filfilu) in, gevolgd door een saxofoon- en een akkordeon-solo. Dan naar Shellelle/Fukera met het beroemde politie-orkest van Addis. Het stuk Shellelle van het genre war-chants zoals door Mekuria ontwikkeld. Mekuria is hier van begin af de leading voice. Hij heeft gezelschap van twee ferme vocalisten, de vrouw (Asagedetch Mekonnen) zingend, de man reciterend. Ook hier weer dezelfde rijke instrumentatie met een tuba. En wederom een klarinet-solo. Track 18, Bati, is een saxofoon-solo-stuk voor Mekuria. Dan live-opnamen uit Montreal (2009) (met Xavier Charles, Joost Buis, Brodie West en Joe Williamson) en uit Mulhouse (2004) met Yegenet Music (Genet’s muziek, refererend aan de declaratie van de liefde van de Franse schrijver) – een van de sterkste stukken van de tweede schijf! Hier wordt meer dan duidelijk waarom Mekurai zo goed bij elkaar passen. Uiteindelijk komen we bij opnamen uit Paradiso (2004) met het ICP (goede candidaten voor blindfold-tests!): Shellelle, Aha Gedawo, twee war-chants, en Yene Hasab Gwadegna, een traditioneel lied (‘Mijn gedachte is mijn vriend”).

Bij Shellelle zet Cor Fuhler met een donker gorgelend orgel (klinkt af en toe bijna als een bariton) in waar- over Misha Mengelberg mooi zijn pianonoten uitstrooit. Hij zit “right in the pling” en blijft dat gaaf vol- houden, een basis waarover Mekuria flink aan het ‘soaren’ gaat en de rest elkaar meer en meer opzweept. Aha Gedawo begint met een lang uitgerekte schreeuw voordat het zich hossend in beweging zet. Het best waarneembaar zijn Mengelbergs fraaie plings die onverstoorbaar doorgaan en Fuhlers orgelriedels, de rest is een mooi zooitje ongeregeld dat staat te trappelen en te roepen. Terwijl het wiegende in Yene Hasab Gwadegna continue doorgaat, worden er veel vrije plekken voor ICP-spelers gelaten. Misha Mengelberg neemt aangrijpend mooi het voortouw waarop altvioliste Mary Oliver inhaakt en beiden in wisselwerking de melodie laten stijgen. Er volgt een zinderende solo van Michael Moore en als dan eindelijk Wolter Wierbosch en Getatchew Mekuria hun klanken bij elkaar brengen, zou nog iets bijzonders kunnen gebeuren maar men vindt dat de cirkel rond is.

Op een hidden track aan het einde zingt Mekuria in Wormerveer mooi ex tempore een song voor die hij samen wil opnemen. Fantastisch al die verschillende versies bij elkaar te hebben en te kunnen beluisteren! Bij iedere beluistering wordt deze muziek beter en tegelijk meeslepender, verslavender. Mekurias klanken raken onmiskenbaar een diepe ervaring.

Tracklisting Y’Anbessaw Tezeta:

CD1:

  1. Ambassel
  2. Tezeta
  3. Bertukane / Yematebela Wof / Shegitu
  4. Bati
  5. Ene Eskemot Derese
  6. Yegna Mushera
  7. Aha Gedawo
  8. Almaz Men Eda New
  9. Abbay Abbay / Yene Ayal
  10. Zerafewa / Eregedawo

CD2:

  1. Yene Hasab Gwadegna
  2. Aha Gedawo
  3. Shellelle
  4. Yegenet Musica
  5. Ambassel
  6. Lale Guma
  7. Yaf Zemed Mech Teffa
  8. Bati
  9. Shellelle Fukera
  10. Ambassel

Foto-credits
Fotos 1, 3, 9, 10 © FoBo – Henning Bolte © ; laatste 3 fotos/foto voorpagina © Matias Corral