Fela Kuti: terug naar Nigeria. Afrobeat
Door op 26 juli 2011

Als voorloper op het Fela Kuti herinneringsjaar, wat 2011 zeker genoemd mag worden, schreven WiM journalisten Rik van Boeckel en Dick Hovenga einde van 2010 een dikke Fela special voor Jazz magazine. De zomer van 2011 is een prachtig moment deze special nu online te zetten. Hierbij publiceren wij deel twee.

Fela keerde terug naar Nigeria als een radicale activist. Hij was ontevreden met de highlife jazz die hij speelde, zocht naar iets nieuws. Dat werd Afrobeat, een stijl die hij ontwikkelde samen met Tony Allen. Highlife en jazz werden gemixt met de soul en funk die Fela in de VS had gehoord en met traditionele Nigeriaanse muziek. Yoruba percussie werd door Fela en Tony Allen vertaald naar de bas. Hij gebruikte Westerse instrumenten als piano en saxofoon, maar de basis bleef puur Afrikaans. In de afrobeat composities van Fela was ook een belangrijke rol weggelegd voor de blazers en het vraag en antwoordspel tussen zang, blazers en andere instrumenten. Beïnvloed als hij was door de ideeën die hij in de VS had opgedaan, besloot Fela dat het tijd werd om de Afrikanen een nieuwe manier van de denken bij te brengen. Zijn muziek en vooral zijn teksten waren voor hem middelen om dit te bereiken. Omdat het grootste deel van de bevolking in en om Lagos ‘pidgin Engels’ sprak of verstond, schreef hij zijn teksten in die taal; het was de taal van de gewone man in de straat en ook het publiek in heel Afrika zou kunnen begrijpen wat hij te zeggen had. Fela bereikte dat doel want onder Nigerianen maar ook onder veel Afrikanen werd hij immens populair. Live bracht Fela zijn vaak 30 minuten durende nummers met een 40-koppige groep van musici en zingende danseressen. Op het podium ging alle aandacht naar Fela en zijn boodschap. Zijn eerste succes had Fela’s Afrobeat in Ghana. In 1972 was die voor ‘t eerst in Europa te horen tijdens het Berlin Jazz Festival.

Kalakuta Republiek

Fela vond zijn naam te Engels en veranderde Ransome in Anikulapo (hij die de dood in zijn broekzak heeft). Hij begon in Lagos een nachtclub die hij eerst de Afro-Spot noemde en later de African Shrine. 30 april 1974 vond er een politie-inval plaats in The Shrine. Fela werd gearresteerd op verdenking van ’t bezit van marihuana. Hij werd opgesloten in een cel die door zijn medegevangenen voor de grap de Kalakuta Republic werd genoemd naar ’t Swahili woord voor rebel: kalakuta. Die naam gaf hij aan het huis van zijn moeder waar hij woonde met een entourage van bandleden, aanhangers en zijn vele vrouwen. Hij verklaarde Kalakuta onafhankelijk van de Nigeriaanse staat. Het was het begin van een serie van heftige confrontaties met het militaire bewind dat het niet kon aanzien dat Fela in de jaren 70 steeds populairder werd onder de Nigerianen.

Buitenlandse interesse

Begin jaren zeventig ontstond de eerste buitenlandse interesse voor Fela, onder andere van James Brown, Paul McCartney en Ginger Baker (welke ook de opname boven dit hoofdstuk heeft gemaakt). Toen James Brown in 1970 met zijn band The Shrine bezocht, werden ze volgens bassist Bootsy Collins als koningen onthaald. Met Baker en Tony Allen nam Fela in 1972 in de Abbey Road Studio’s het album Stratavarious op. Maar toen McCartney in Lagos zonder Fela’s toestemming met musici van Africa 70 opnames maakte voor Wings album Band On The Run, beschuldigde Fela hem ervan ‘zwarte muziek te stelen.’ Later zou Fela onder invloed van Professor Hindu, zijn Ghanese spirituele leidsman, een deal met Motown afslaan. In diezelfde periode werd Fela bezocht door buitenlandse journalisten zoals John Collins, een Engels/Ghanese journalist en musicus die in zijn boek ‘The Kalakuta Notes’ de sfeer en entourage in Kalakuta heeft beschreven: ‘geweldige muziek, woede, geweld, egotripperij, decadentie, radicalisme, een smerige chaos en veel sex!’

Aanval op Kalakuta

Hoewel hij net een maand weg was, heeft Collins ook uitvoerig de aanval in 1977 van 1000 militairen op Kalakuta beschreven. Aanleiding was het in datzelfde jaar uitgebrachte album Zombie, waarop Nigeriaanse militairen werden vergeleken met zombies. Het album was een grote hit, maar maakte de militairen woedend (luister hierboven naar het nummer Zombie). Fela werd bijna vermoord, zijn moeder werd uit het raam gegooid, veel vrouwen werden verkracht. Het Kalakuta complex werd in brand gestoken waarbij ook een aantal opnames verloren gingen zoals de soundtrack van de film The Black President die Fela daarvoor had opgenomen met een Ghanese filmploeg. De film is nooit uitgebracht. Een jaar na de aanval overleed Fela’s moeder aan de opgelopen verwondingen. In 1978 trouwde Fela met de 27 danseressen van Africa 70, claimend dat dit een traditionele Yoruba ceremonie was. Maar in songs als Lady en Mattress komt het beeld naar boven van een Fela die vrouwen als inferieure wezens beschouwt. ‘Een vrouw kan doen wat ze wil maar eenmaal getrouwd kan ze in Afrika niks doen tegen de wil van haar man,’ heeft Fela eens gezegd. ‘Ik vind ’t niet erg om sexist genoemd te worden, dat zie ik niet als negatief.’ In 1979 richtte Fela zijn eigen politieke partij op: MOP (Movement of the People). Begin jaren 80 besloot hij een gooi te doen naar het presidentschap. Omdat zijn partij niet in heel Nigeria afdelingen had, werd dit door het bewind tegengehouden. Een van de belangrijkste doelen van MOP was het verwezenlijken van een Pan-Afrikaanse staat die Fela met gevoel voor understatement USA noemde: United States of Africa. Van het christendom moest Fela niks hebben net zomin als van de islam.

In 1978 vond ook een berucht concert plaats op het Berlin Jazz Festival waarna het grootste deel van Fela’s muzikanten hem verlieten, als gevolg van geruchten dat Fela van plan was om de gehele opbrengst te gebruiken om zijn presidentiële campagne te financieren. De opnames gemaakt tijdens dit concert zijn een van de weinige professionele opnames van Fela Kuti met Africa 70. Hieronder vind je, opgedeeld in ieder twee clips, de opnames van V.I.P. (Vagabonds In Power) en Pansa Pansa: