Fado: Reizend met de saudade van Portugal
Door op 12 februari 2019

Genre: Fado

In 1980 reisde ik voor het eerst naar Portugal en maakte kennis met de beroemdste muziek van het land: fado. Vele jaren later zou ik de grote namen van de fado ontmoeten en interviewen: Mariza, Ana Moura, Carlos do Carmo, Cristina Branco, Mario Pacheco, Cuca Roseta, Amália’s zuster Celeste Rodrigues en Mafalda Arnauth.

Mouraria | Lissabon

Reizend met de saudade van Portugal kan gelezen worden als een muzikaal reisverhaal waarin fado en haar saudade de hoofdrolspelers zijn. Lissabon met haar fadowijk Alfama en haar fado cafés vormt het decor voor dit reisverhaal dat zich afspeelt gedurende de zomers van 2016 en 2017. In 2016 bezocht ik onder andere het O Sol da Caparica Festival voor een interview met Ana Moura. Ook bracht ik een aantal dagen in Lissabon door en bezocht ik andere Portugese steden zoals Santarèm en Coimbra, de universiteitsstad waar de fado anders wordt gespeeld dan in Lissabon.

Zomer 2017 nam ik de jonge documentairemaaksters van Pastiche mee door de straten van Lissabon op hun zoektocht naar de fado en hielp hen bij interviews met fadista’s (benaming voor zowel mannelijke als vrouwelijke fadozangers en zangeressen) en fadomuzikanten.

Een belangrijk kenmerk van fado is dat de teksten van het genre geschreven worden door dichters. Aangezien ik niet alleen muziekjournalist ben maar ook dichter, zijn de gedichten die ik schreef tijdens mijn fado reizen in het verhaal opgenomen.

Reiziger naar Portugal

Elke reis heeft zijn eigen persoonlijkheid, schreef ooit een reisschrijver. Ik zal proberen die persoonlijkheid te duiden. Ik worstel me in Italo Calvino’s boek De onzichtbare steden door Marco Polo’s beschrijvingen van denkbeeldige steden, denk aan zijn woorden:

het verleden van een reiziger verandert met de weg die hij aflegt

Een reiziger naar Portugal werd ik in 1980, zes jaar na de Anjerrevolutie. Met een goede vriend uit die tijd reisde ik via Avignon, Barcelona en Madrid naar Lissabon en vandaar uit naar Estremoz en Evora. Ik had mijn bongo’s bij me. WAmália Rodrigues - Ai Mourariae raakten in de trein terug naar Lissabon aan de praat met 2 jonge Duitse vrouwen uit Trier. Eentje pakte haar gitaar, wat ze speelde weet ik niet meer. Ik verzorgde het ritme tot de trein in Lissabon aankwam. We gingen met hen mee naar een concert van Joan Baez. Toen was mijn goede vriend al met de gitariste in liefde verenigd en ik met haar vriendin. In Lissabon gingen we uit, dansten in de Jamaica bar in de wijk Chiado. Ik kocht in een muziekwinkel LP’s met muziek uit Angola en ‘n cassette van de grootste fadozangeres aller tijden: Amália Rodrigues (1920-1999): Ai Mouraria. Zo hoorde ik voor het eerst van mijn leven de fado, de muziek van Portugal. Fado is een van de weinige muzieksoorten waar de tekst bijna het belangrijkste is. Om fado te kunnen zingen, moet je ermee geboren zijn. Fado komt van binnenuit, uit de keel, het hoofd en uit het hart.

De saudade zou ik zelf nog niet voelen, dat kwam later. Nu zoveel jaren verder zijn de kinderen van mijn oude vriend en de gitariste al het huis uit en weet ik van haar vriendin niets meer. We zijn in Trier geweest en zij is met een Fransman getrouwd. Zo gaan die dingen. Toen zij liet weten niet verder met mij te gaan, voelde ik voor het eerst de saudade. Later ben ik nog eens verliefd geworden in Portugal toen ik Afrikaanse dans begeleidde op de djembé op het terrein van een Quinta in de Serra de Estrella boven Coimbra. Nu ik het over die stad aan de Rio Mondego heb, moet ik het toch eens over fado hebben. Toen ik die cassette van Amália kocht, wist ik niet dat ik later over fado zou gaan schrijven. In Coimbra hoorde ik tijdens mijn reis in de zomer van 2016 voor het eerst in een kapelletje in de binnenstad de fado van Coimbra. Die is anders dan die van Lissabon, vertelden de musici mij na afloop. Ik schreef er dit gedicht over:

Saudade de Coimbra
In de kapel aan de straat
van het Lichaam van God
zingt de mannelijke fadista

hier brengen geen vrouwen de fado
wij zijn Lissabon niet
onze gitaar heeft een traan
als laatste snaar

hij zingt de saudade de Coimbra
steelt het lied van Alentejo
dit is het muzikale verschil van Portugal
het evenwicht in de fado van deze stad
bezingt de liefde gelijk politiek
doch niet het alledaagse
doch niet het leven van de straat.

Fado van de straat

Fadista’s uit Lissabon bezingen het leven van de straat, van Alfama, van Mouraria, de fadowijken van Lissabon. Ik zat daar in die kapel, keek eerst naar de verhoging waar de piano stond. De zanger zou daar gaan staan, de pianist zou later met een accordeon afdalen naar de begane grond om zich te voegen bij de bespelers van de Portugese en Spaanse gitaar. Erg opwindend was de fado van Coimbra niet, in vergelijking met die van Lissabon. Het komt wellicht omdat het studenten zijn die hier de fado zingen. En alleen mannen zingen het. Toch klinkt deze fado wel mooi, maar de passie die ik heb gehoord bij de fadista’s uit Lissabon hoor ik hier niet.
Daar komt nog bij dat in Lissabon de invloeden uit de voormalige Portugese koloniën voelbaar zijn. De moeder van de huidige fado ster Mariza komt uit Mozambique, die van Ana Moura, een andere ster, uit Angola. En beiden slepen ook de muziek van Cabo Verde binnen hun grenzen. Toen ik Mariza in 2008 in Madrid voor het eerst interviewde en zag optreden, zong ze Beijo De Saudade, een prachtig duet met Tito Paris, de prins van de Kaapverdische muziek. Dit nummer van haar album Terra (2008) is geschreven door de Kaapverdische dichter B. Leza, naar wie een Kaapverdische club aan de Taag is genoemd. En Ana Moura werkt op haar laatste album Moura (2016) onder andere samen met de Kaapverdische zangeres/gitariste Sara Tavares.

O Sol da Caparica. Ana Moura

Op het O Sol da Caparica festival ten zuiden van Lissabon klonk, voordat Ana Moura het podium betrad, een Moorse melodie uit een sampler waarna de Portugese gitaar prachtig inzette en Ana onder luid gejuich begon te zingen. Moura Encantada luidt de titel van het lied over Moorse vrouwen in het Portugal van de 14e eeuw. “Moura Encantando beschrijft de verhalen, de legenden van de Moorse mensen in de 14e eeuw. In Portugal hebben we veel verhalen over de Moorse vrouwen. Ze waren erg mooi en de Portugese mannen werden verliefd, de Portugese vrouwen waren een beetje jaloers”, vertelde de zangeres me tijdens een interview.

Na Moura Encantada danste ze over het podium tijdens Fado Dançado. Ik heb Mariza ook over het podium zien dansen terwijl de meeste fadista’s staande achter de microfoon zingen. Fado om op te dansen, het lijkt nieuw, maar het is al eerder gedaan. “In de 19e eeuw werd op fado gedanst”, vertelde Ana Moura me. “Maar daarna werd fado alleen geassocieerd met verdriet”.

Er bestaat een nauwe lijn tussen Ana’s fado en pop & rock. Ze heeft een verleden als rockzangeres en trad op met Mick Jagger en Prince. “Mick Jagger en Prince hebben me zeker beïnvloed bij het mengen van mijn muziek met andere genres. Ik heb jams met Prince gedaan. Dat is de reden dat mijn laatste albums zo klinken. Als ik pop zing, is het niet anders voor mij dan fado zingen. Ik heb een fado-ziel, breng dat gevoel ook mee in een pop- of rocksong.”

Ik sprak een dag voor het interview met Ana Moura in de VIP-ruimte al met Cristina Branco, die andere fadoster, over haar jazzy vertolking van het werk van de Braziliaanse componist Chico Buarque, en nu zag ik mezelf in diezelfde VIP-ruimte, wachtend op Ana Moura. Ze werd eerst nog geïnterviewd door de Portugese TV. Ik voelde me wat vreemd op dit zonovergoten festival dat geheel Portugees getint was. Het is een muziek-en surffestival met artiesten uit Portugal, Cabo Verde en Brazilië. De muziekstijlen liepen uiteen van fado, rock, pop, hiphop tot reggae en Kaapverdische muziek. Er werd voornamelijk in het Portugees gezongen en gerapt. Ik bracht 3 dagen door op het festival en schreef op de boot over de Taag een gedicht over Lissabon.

De dagen van Lisboa
Ik beklim de dagen van Lisboa
de traag dansende Taag werpt me hitte toe
Bairro Alto’s zingende dronken steegjes
en Pessoa’s illustere standbeeld in Chiado
geven de stad een zachtmoedige glimp van allure

zo dicht ik in Alfama
fado jouw fado leeft
serveersters zingen het
Alfama oude barrio
een warmbloedig déjà vu
met stemmen uit verleden
en heden aaneengeklonken

fado klopt een hart
de stad licht op uit fluweel
in die wereld van verhitte saudade
verschijnt fadoster Mariza
voel haar stem in passie en weemoed
tot in de diepte van Lisboa geroerd.

Ontmoeting met Mariza

MarizaAna Moura was de derde fadoster die ik tijdens mijn laatste reis naar Portugal ontmoette. Mariza was de eerste. Dat was geheel onverwacht. Mijn 2e avond in Lissabon ging ik naar de Clube de Fado in Alfama om nieuwe fadista’s te horen, begeleid op de Portugese gitaar door clubeigenaar Mario Pacheco die nog met Amália heeft opgetreden. Amália Rodrigues schonk de wereld honderden liederen, Pacheco componeerde er een aantal voor haar.
Ik had net Amália’s Green Soup gegeten, toen ik haar zag binnenkomen: Mariza. Sinds mijn fadoreportage zomer 2012 weet ze wie ik ben. Ik weet nog hoe ze tijdens het interview in Palacio Belmonte ineens begon te zingen om zo een voorbeeld te geven hoe dezelfde tekst van een Portugese dichter op verschillende manieren gezongen kan worden. Mariza vertelde me toen dat ze op elk album een fado van Amália opnam. En hoewel sommigen vinden, dat ze de nieuwe Amália is, vindt ze dat zelf helemaal niet.

“Nee, ik ben niet de nieuwe Amália,” liet ze me toen weten. “Ik begrijp dat mensen dat zeggen, maar we hebben zulke verschillende levens, leven in zo’n andere tijd. Ik heb haar nooit ontmoet. Ik denk dat ik nog een lange weg te gaan heb om maar bij haar in de buurt te komen. Ik respecteer haar. Als mensen dat tegen me zeggen, voel ik me triest want voor mij is dat niet respectvol naar haar toe, voor wat ze is. Er is maar één Amália, ze heeft haar eigen ‘ruimte’, ze heeft een plek in ons hart, in onze stad en leeft nog steeds erg in onze herinnering, ze is onze koningin.”

Mario Pacheco, Amália en Mariza

Mário PachecoDaar dacht ik aan terug toen Mariza me hartelijk begroette. Ze ging met haar man aan een tafeltje zitten. Mario Pacheco ontdekte Mariza in een fadohuis, was onder de indruk en vroeg haar meteen in de Clube de Fado op te treden. “En zie nu is ze heel bekend en treedt ze over de hele wereld op,” vertelde Pacheco me tijdens een interview in 2007 na een concert in het Thalia theater in IJmuiden waar ook Amália’s zuster Celeste Rodrigues optrad. “Af en toe speel ik nog met Mariza, maar omdat ik de Clube de Fado heb kan ik niet te veel reizen. Soms komen we elkaar tegen op het vliegveld en dan vraagt ze me: Mário, heb je nieuwe muziek voor me, en vraag ik haar: heb je nieuwe gedichten voor me.” Hij vertelde me toen ook waarom hij de Clube de Fado was begonnen. “Ik was niet tevreden met hoe het er toen aan toe ging in de fadohuizen van Lissabon. Het was heel vervelend te moeten spelen terwijl de obers me met dienbladen vol voedsel en drank passeerden. Er was geen respect voor de fado, het was slechts business. Dat heb ik veranderd. Nu wordt er pas gespeeld als de mensen gegeten hebben. De wereld moet weten wat fado is en dat kan alleen vanuit het respect voor een muziek die al zo lang bestaat en waarvoor musici en componisten hebben geleefd. Dat geldt voor mij ook: ik leef voor fado net als Amália. Het is mooi als de wereld naar Lissabon komt vanwege de fado.”

Mijn eerste reis naar Lissabon in 1980 maakte ik niet vanwege de fado, maar nu wel en tegelijkertijd omdat ik Lissabon een van de mooiste steden van Europa vind. Mariza had ik nog nooit in Lissabon zien optreden en zeker niet in een fado-club. In Nederland zag ik haar in Carré en het Concertgebouw en in Portugal op een festival in Viseu in het midden van het land, nog boven Coimbra. En nu kon ik Mariza eens zien optreden zoals ze begon. Voordat ze begon te zingen, vertelde ze het publiek over hoe Mário Pacheco haar ontdekt had. Vervolgens zong ze twee fado’s en liet ze horen waarom zij op dit moment de ster is.

Daarvoor had ze enthousiast geklapt voor haar nog onbekende collega’s. En die waren ook goed en allen met verschillende stemmen. Pacheco laat niet iedere fadista in zijn club zingen. “Veel fadista’s willen hier zingen, maar ik leg de lat hoog,” vertelde hij mij zomer 2012 en sprak over zijn tijd met Amália. “Ik begeleidde Amália tijdens haar laatste drie concerten. Wij waren goed bevriend. Ik bracht veel tijd met haar en haar echtgenoot door in Alentejo. Tijdens lange wandelingen daar vertelde ze me veel over haar leven en over haar ideeën over fado. Amália zei altijd: fado is een mysterie.” “We weten niet precies hoe fado begonnen is,” vervolgde Pacheco. “Volgens mij begon fado 200 jaar geleden in Lissabon. De mensen waren arm, velen waren teruggekeerd uit de koloniën, hadden daar veel ellende gezien. Het was een natuurlijk proces dat sommigen in de bars van Alfama en Mouraria over hun ellende begonnen te zingen. Net zoals in de VS de blues begon.

Mário Pacheco in Clube de Fado

In die tijd werd fado begeleid door een piano of er werd gezongen zonder begeleiding. De fado was in de begintijd zo triest omdat de mensen ongelukkig waren. De mensen die uit de Afrikaanse koloniën en Brazilië terugkwamen, zullen daar wellicht de slaven hebben horen zingen; hun liederen waren zeker niet vrolijk. Die manier van zingen is zo waarschijnlijk ook de fado binnengedrongen. Veel mensen weten niet wat fado is. Ze kennen Amália, ze kennen wellicht Mariza, maar wat fado is, dat weten ze niet. En van de geschiedenis van de fado weten ze helemaal niets. Ze hebben meestal een verkeerd beeld van wat fado is. Fado is natuurlijke muziek, dat spreekt de mensen aan, net als flamenco. Als je de gedichten vertaalt kun je de diepte en schoonheid van de woorden horen. Via de fado leer je iets over de Portugese manier van leven, je proeft de smaak van ons voedsel, je ademt de lucht in van de oceaan en van de prachtige stad die Lissabon is.”

Alentejo

Voordat ik Ana Moura volgens afspraak tijdens het O Sol da Caparica festival zou interviewen, reisde ik in een Mercedes over de Ponte de 25 April over de Taag, de snelweg naar de Algarve en verlaten weggetjes naar Alentejo, naar de Quinta do Barranco da Estrada aan het stuwmeer van Santa Clara. En scheef er dit gedicht:

De Alentejo wegen
Het zijn paden naar de droogte
van de eucalyptusvelden
langs naamdorpjes met titels
als Colos en Corte Brique
met zingende taferelen
in lichtbruinwit van São Martinho das Amoreiras
een vers van Alentejo als gezicht
van zonhete tegels in Corte Pereiras en Luzianes

de meisjes heten Martha Joana Ana of Catarina
de jongens João Pedro Luis of Manuel
ze slapen als de sterren
de Alentejo wegen verlichten
in Galactische schittering.

 Encosta norte  | Alentejo

Foto’s Mariza & Pacheco: Hans Speekenbrink

Meer fado in deze special:

Meer fado in ons archief: