Fado: Chaos van sterren
Door op 19 februari 2019

Tijdens mijn reis zomer 2016 (in deel 1 van deze fado special) sprak ik de eerste dag van het O Sol da Caparica Festival met Cristina Branco en haar pianist Mário Laginha. Het is Cristina niet vreemd uit haar fado comfortzone te stappen, ze zong gedichten van Slauerhoff, mixte fado met tango op Fado Tango en nu zong ze dus Chico Buarque. Heel mooi waren Carolina en Tanto Mar. De begeleiding was heel jazzy, het Mário Laginha trio heeft onder eigen naam jazzalbums uitgebracht. De instrumentale intermezzi ware pure jazz. Branco zong soms zwoel sensueel, dan weer vol dramatiek en diepgang. Deze samenwerking was erg goed.

“Dit is een project dat we op uitnodiging zijn begonnen”, vertelde ze me na afloop. “Als kind luisterde ik al naar Chico Buarque, dus het was voor mij heel natuurlijk om zijn nummers te zingen. Want het zat al in me. Het is anders dan fado zingen, want het ritme is heel anders. Dat het jazzy klinkt is logisch omdat ik nu werk met een jazztrio.” “Zijn werk is al zo vaak op de Braziliaanse manier vertolkt, dat het geen zin heeft dat nog eens te doen”, vulde Laginha haar aan. “We hebben daarom gekozen voor een jazzbenadering van zijn werk.” De samenwerking heeft helaas niet geresulteerd in een album.

De fadozangeres

Het was een ongepland interview, maar zo kon ik alvast in de interviewflow komen. Na het interview met Ana Moura een dag later schreef ik een gedicht, niet specifiek over Ana, maar over de fadozangeres in het algemeen. Een poëtische uitdrukking van hoe ik haar zie.

De fadozangeres loopt niet hardFadista
ze balsemt haar voeten
in de stromen van de deinende Taag

zij zingt het wezen uit haar ziel
speelt met banden van haar stem
gelijk Ronaldo met de knie

fado is een zee waaruit ze weemoed plukt
haar tong de golf die dichters draagt
en als zij ja ja ja Pessoa zingt
dan is de held binnen haar stembereik

fado, o ironie, is het verdriet van de dans
zij wordt een corrido onder O Sol da Música
‘muito obrigada Caparica’
volg mij zing met mij als Amália.

En terwijl het publiek meezong met Ana’s hit Dia de Folga (Dag van de Vrije Tijd) dacht ik terug aan de dag dat ik Amália’s cassette kocht in die winkel in Lissabon. En reisde ik in gedachten weer even terug naar de camping in Santo André waar ik in 1982 een lokaal fado-concours bijwoonde. Ik verstond uiteraard niks van de teksten maar voelde de emotie des te meer. Die spatte ervan af. Bij fado draait het immers om emotie, om de saudade, die in de fado is verankerd en eigen is aan de Portugese ziel.

Chaos van sterren

Na Ana Moura’s optreden genoot ik van het optreden van de Kaapverdische zanger/rapper Nelson Freitas en van de sensuele Kaapverdisch/Angolese Kizomba dans van de Kaapverdianen in het publiek. Vervolgens vergezelden de avondlichten van Caparica me op weg naar mijn hotel in de Rua de Pescadores.
Elida AlmeidaIk begroette Elida Almeida, de Kaapverdische zangeres die me had verrast met haar mix van cabopop en de Afrikaans getinte Kaapverdische stijlen funana en batuque. Ze begon haar optreden toen de zon nog scheen. Ze heeft een geheel eigen stijl, een pakkende stem en speelde gitaar bij een morna die ze plots liet overgaan in regelrechte cabopop. Ze kreeg werkelijk iedereen aan het dansen.

En nu liep ze daar met haar muzikanten als een vrolijke ster. Ik complimenteerde haar met haar optreden, had nog willen vragen wat Cesaria Évora voor haar betekent. Zoals ik diezelfde vraag aan fadista’s stel, maar dan natuurlijk over Amália. Ik hield mijn mond, liep verder, ging op een stenen muurtje zitten. Ik keek omhoog, wilde Saturnus en haar ringen zien. Ik had ze aan de Quinta in Alentejo gezien door de mini-telescoop van een Schotse student astronomie.

Maar mijn ogen zagen slechts de chaos van sterren en vervolgens de ogen en pratende lippen van een drugsdealer. Ik gaf hem geen antwoord, hij bleef even staan, wachtend op mijn reactie. Mijn desinteresse, mijn stoïcijnse zwijgen, brachten hem ertoe weg te gaan. Terug in mijn hotel schreef ik, denkend aan Alentejo, voor het slapen gaan dit gedicht:

Nacht van Portugal
In de nacht sterft de stilte
in meer dan lakens
de droom van Portugal ontwaakt
in een zuidelijk sprookje

tot aan de horizon vallen sterren
als verwachtingen van het ondenkbare
de diepte van het meer is kalm
daalt langzaam af van trappen

voorbij de hemel speelt Saturnus
met ringen van onzichtbare stenen
is afstand een onpeilbaar begrip
saudade het verdriet van de kosmos
tot het zwarte gat haar tranen opslokt.

Dagen later keek ik in Coimbra uit over de Rio Mondego. Ik zag mensen met honden lopen en hoorde vanuit de verte vrolijke muziek, geen fado maar ook geen Portugese volksmuziek. Het leek door de zang eerder op de Portugese versie van de smartlap. En die heeft ook een naam: pimba. Zittend op een terras aan de rivier schreef ik:

Uitzicht op de Rio Mondego
Het uitzicht geeft geen inzicht
terwijl de fado van Coimbra
voortschrijdt op een ander ritme
dan de smartlap van Portugal
pimba is haar vreemde naam

de Rio Mondego is een rustige fado
de stroom speelt de gitaar
de bruggen zijn als snaren

onder hen stromen melodieën
van vele fado’s in golfjes weemoed
oude klanken zingen wee o wee

o fado neem ons mee
van Coimbra naar Lisboa
langs de tranen van de Taag
de traag deinende Taag.

Portas do Sol

Santarém

Van Coimbra reisde ik met de trein naar Santarém, de stad waar Ana Moura vandaan komt. Ik ging weer richting Lissabon, stapte uit in de Capital de Gótico. Na daar ingecheckt te hebben in Hotel Vitoria, liep ik de stad in op zoek naar het historische centrum. Ik liep helemaal verkeerd. Al lopende leer ik altijd nieuwe steden kennen. Uiteindelijk kwam ik aan bij de Portas do Sol, het uitzicht op de slingerende Taag was adembenemend. Terug naar mijn hotel passeerde ik gotische kerken en vond een oud klooster: het Convento de São Francisco. Dit klooster werd in 1240 gesticht door Franciscaner monniken. Het standbeeld van Franciscus van Assisi, beschermheer der dieren, hield er rustig de wacht.

Even later zag ik op een naburig plein een gedenksteen voor een officier die zich 25 april 1974 had aangesloten bij de officieren die in opstand kwamen tegen de dictatuur van voorheen Salazar en daarna Caetano; en de geweldloze Anjerrevolutie ontketenden. Hij was met zijn manschappen van Santarém naar Lissabon getrokken om de revolutie te ondersteunen. Het lied Grândola, Vila Morena van zanger/componist Zeca Afonso (1929-1987) was het teken voor alle troepen om naar Lissabon op te rukken. Dat werd afgespeeld op de zender van Rádio Renascença. Zeca’s eerste album was Fados de Coimbra (1955), later liet hij de fado van Coimbra steeds meer los en zou zijn eigen, door politiek engagement gekenmerkte, stijl ontwikkelen. Cristina Branco bracht in 2007 het album Abril uit, een eerbetoon aan Zeca en aan de maand waarin de Anjerrevolutie plaatsvond.

Met jou wil ik Lissabon zijn

Een dag later was ik weer terug in Lissabon en keek daar vanaf de Miradouro (uitzichtpunt) in de Bairro Alto wijk uit over de lichte stad en de Taag in de verte. Ik hoorde vanaf een terras de stem van Ana Moura: Dia de Folga en vervolgens Ai Eu (Wee Mij), mijn favoriet van het album Moura. “Zelfmedelijden is een kenmerk van de Portugese aard,” vertelde Ana me tijdens het interview op het festival aan de Costa de Caparica.

Tot slot declameerde ik al schrijvend:

Met jou wil ik Lissabon zijn
de Taag opstormen op de wind van fatum
en zingen met Pessoa
dat ik dichter bij de tijd
van de grote oversteek wil zijn

met jou wil ik terug in 1980 zijn
in Amália’s Casa Portuguesa wonen
langs Portugese stranden
varen in een Barco Negro
en luisteren naar de wind
hoe zij de klanken van Afrika en Brazil
met die van Portugal verbindt

met jou wil ik de wetten
van smart en liefde lezen
en zingen met de fadista’s
dat harten zowel samensmelten als breken

met jou wil ik Carlos Saura’s film Fados zien
de dagen van de Anjerrevolutie opnieuw beleven
luisteren naar Zeca’s Grandola symfonie
Mariza en Miguel Poveda de Iberische weemoed
horen bezingen in een canto de fado y flamencoFernando Pessoa

‘O Gente de Minha Terra’ obrigado
van Lisboa tot Portimao
van Mozambique tot Angola
van Sâo Tomé tot Cabo Verde en Bissau
zal ik mezelf rustig opladen
voor een volgende saudade.

Café A Brasileira.
Naast het beeld van Pessoa

Na het declameren van dit gedicht wandelde ik van Bairro Alto naar de Chiado wijk vlakbij de Taag om er koffie te drinken op het terras van Café A Brasileira, het schrijverscafé van Lissabon. Het ligt op de grens van Bairro Alto en Chiado. Ik vleide me neer in een stoel vlak naast het beeld van de zittende Fernando Pessoa, de beroemde Portugese dichter. Hij kwam er tijdens zijn leven om er andere schrijvers te ontmoeten en inspiratie op te doen. Zijn gedichten zijn door vele fadista’s gezongen. En nu gaan veel toeristen met hem op de foto.

Meer fado in deze special:

Meer fado in ons archief: