Traditionele act hoogtepunt op vernieuwend Motel Mozaïque
Door op 09 april 2016

Gig_title: Motel Mozaïque 2016

Transitie is het door de organisatie benoemde thema van de zestiende editie van cultuurfestival Motel Mozaïque in Rotterdam. Verschillende artiesten is gevraagd een kunstwerk te maken rond dit voor Rotterdam zo toepasselijke thema en gidsentours te begeleiden naar plekken waar de verandering in Rotterdam, dit jaar 75 jaar na de start van de wederopbouw, goed te zien is.Traditionele muzikanten zorgen voor hoogtepunt van Motel Mozaique

Rapper/zanger Typhoon wordt op vrijdagmiddag op het Schouwburgplein aangekondigd onder zijn eigen naam Glenn de Randamie. Een dag eerder heeft hij al de ‘kick off’ van MM16 verzorgd in de Schouwburg, als lijdend voorwerp in een anderhalf uur durend interview, afgerond met een verrassingsoptreden met een paar bijzondere songs. Helemaal bij Motel Mozaïque hoorde dit niet, want met een passe-partout voor het festival kwam je daar niet binnen, er werden apart tickets voor verkocht.

Op vrijdagmiddag is het optreden van Glenn voor iedereen vrij toegankelijk, ook voor wie het plein toevallig passeert. De Randamie toont zich in een monoloog over de benadering van ‘ruimte’ in een minuut of vijftien misschien nog wel meer de taalvirtuoos die hij is dan uit zijn songs naar voren komt. Hij vertelt dat hij, opgegroeid als donkere jongen in het hyperblanke Zwolle van de jaren 80 en 90, de transities op de Veluwe altijd van buitenaf heeft beleefd.

Bolt & The Swamp People is een clubje jonge honden uit Rotterdam en van de eilanden dat zich onledig houdt met rauwe blues en rock, soms klinkt er zelfs een beetje sixtiesbeat tussendoor. Misschien is dat wel op de momenten dat hun samenzang herinneringen oproept aan –jawel-  The Hollies. Positief opmerkelijk bij een stel twintigers.

Typhoon

Als Typhoon toch ‘in da house’ is, zal hij ook wel het podium op komen bij Tourist LeMC, zou je verwachten. De Antwerpenaar en zijn band trekken de grote zaal van de Schouwburg aan het begin van de avond makkelijk vol met hun maatschappelijk bewogen teksten op muziek die zowel hiphop als folk ademt. Die met Antwerps accent gezongen teksten zijn voor een ‘Ollander’ die een beetje moeite wil doen op de plaat best te volgen. Maar op deze avond gooit het door overdadige galm verstoorde geluid roet in het eten. En als de band als vierde of vijfde nummer Visa Paspor inzet, verschijnt er geen ‘special guest’ op het podium. Jammer, want dit nummer nam Tourist LeMC op samen met Typhoon.
Rotown loopt even later vol voor The Flying Horsemen. De Antwerpenaren (ook al) vinden het niet nodig hun songs binnen de geijkte vier of vijf minuten af te ronden. Dat geeft ze de tijd om, beginnend vanuit verstilling, de song uit te bouwen naar de ene keer een geluidsorkaan met gierende gitaren, de andere keer de toetsenist te laten vlammen of er ineens een mellotron tussendoor te gooien.

Damien Jurado

De loopbaan van Damien Jurado vertoont wel wat overeenkomsten met die van Mark Kozelek. Beiden presenteerden ooit hun werk vooral vanuit de minimalistische, of ‘uitgeklede’ benadering, maar raakten daar vervolgens wat op uitgekeken. Jurado is anno 2016 de frontman van een zeskoppige band.  Hierin een toetsenist, een zeer creatieve drummer, bassist, gitariste die haar instrument zeer spaarzaam gebruikt maar ook achtergrond zangeres is en een tweede achtergrondzangeres. Alle songs beginnen met Jurado zelf op akoestische gitaar –die ene keer dat er zelfs een mondharmonica uit de ‘keys’ komt klinkt het nóg meer als Neil Young ten tijde van Harvest dan bij alle andere nummers-  maar vervolgens ontwikkelen ze zich elk in hun eigen richting en ontstaat een veelzijdig optreden. De songs van Jurado zijn wel donker, maar binnen de band wordt wel degelijk gelachen. Zo bewijst een onderonsje op het podium, nadat Jurado aan het publiek vraagt of zij ‘a good time’ hebben op het festival. De reactie is kennelijk lauwer dan hij had verwacht, want Jurdao begint te vertellen over de typische Seattle-opstelling van concertpubliek. Hij komt er zelf vandaan, net als zijn gitariste. Daar wordt zo’n vraag vanaf het podium doorgaans beantwoord met vijf seconden absolute stilte, gevolgd door aarzelend klappen: ‘Iemand gaat pas klappen als zijn buurman dat ook doet’.

Optreden in een kerk is voor veel Motel Mozaïque-gangers bijzonder. Zo niet voor Cameron AG. De gitarist-pianist uit Oxford is als zoon van een missionaris zo’n beetje opgegroeid in de kerk en gaf ook lessen aan kinderen in de kerk. Zijn eigen songs klinken weemoedig en sfeervol en gedijen dan ook uitstekend in de Paradijskerk. Maar tijdens MM vormt het optreden op deze locatie doorgaans een meerwaarde voor het optreden. Of dat ook hier het geval was, moet worden betwijfeld.

Jamie Woon

Na Cameron is het weer even een stukje lopen naar de grote Schouwburgzaal. Maar goed ook, want Jamie Woon tapt uit een heel ander vat. Zijn Soul Show brengt de hele schouwburg, die bijna tot de nok (de tweede ring) is gevuld, aan het dansen. Op de plaat ligt de nadruk inmiddels wat meer op akoestisch werk dan op zijn debuut in 2011, tijdens Motel Mozaïque domineren de twee toetsenisten het geluidsbeeld. Woon zelf komt daar met zijn akoestische gitaar niet doorheen.

Opmerkelijk: soul heeft de muziek van Woon zeker, maar qua sound heeft het meer weg van de blanke blue eyed soul van pakweg Hall & Oates uit de seventies dan met de rauwe, pure soul van pakweg Charles Bradley. Terwijl de podiumbezetting allesbehalve blank is te noemen, klinkt de muziek niet ‘zwart’.

De toekomst staat eigenlijk altijd centraal bij Motel Mozaique. Eén keertje terugblikken naar vroeger mag dus best. Zeker als het gaat om een geschiedenis die zo dicht bij Motel Mozaique staat dat het eigenlijk een terugblik op een deel van het DNA van Motel Mozaique zelf is. Nighttown, daar ging het zaterdagmiddag over tijdens een talkshow in de Rotterdamse Schouwburg. Grote namen uit de Nighttowngeschiedenis deden mee aan Remember Nighttown. Tien jaar geleden sloot de poptempel de deuren. Lang werd geklaagd dat Rotterdam daarmee, als tweede stad van Nederland, qua popcultuur werd teruggeworpen op het niveau van een provinciestadje. Tot een jaar of vijf geleden was die kritiek wellicht terecht, maar sindsdien ontstonden zoveel nieuwe kleine en wat grotere podia, met als belangrijke nieuwe aanwinst Annabel , dat vorig jaar de deuren opende. De concertzaal, ook te huur voor seminars en waar verder vraag naar is, is met een capaciteit van 1500 bezoekers eigenlijk het nieuwe Nighttown.
Op de tweede dag van Motel Mozaique is onder meer de funk van Nao er te horen. Written heeft Nao al eerder op de dag ‘klein’, slechts begeleid op akoestische gitaar, zien schitteren in de Arminiuskerk (een nieuwe (tijdelijke?) Motel-locatie en is tijdens haar Annabel-gig elders van muziek aan het genieten.
IMG_1823 Nao
De Arminiuskerk is toegevoegd omdat de zestiende Motel Mozaique samenvalt met de Rotterdam Marathon. De tent op het Schouwburgplein is gereserveerd voor de lopers, zodat een ander onderkomen moest worden gevonden voor de 3 voor 12-sessies en voor het tweede podium –naast Rotown- voor de wat steviger rockconcerten in de avond. Voor die laatste categorie doet Annabel nu mee, in de Arminiuskerk regeert de verstilling.
Niet helemaal overigens, want de Nieuw-Zeelandse Marlon Williams staat er met zijn drie begeleiders, die hun diep in de country en bluegrass gedoopte americana voorzien van een stevige ondergrond. Het opmerkelijke is dat Williams in de kerk in eerste instantie als een band klinkt, terwijl het ‘grote’ optreden, twee uur later, meer ruimte biedt aan zijn kwaliteiten als solist. Andersom zou ‘op papier’ logischer zijn geweest. Williams zingt in Rotown solo een tedere ballade, die vooral in de hogere registers niet geheel vrij is van Elvis-invloeden en krijgt de volledige zaak muisstil. Ook geen geroezemoes bij de deur of aan de bar. Zeg nu zelf: hoe vaak heb je dat in Rotown meegemaakt? Het album van Marlon bevat maar negen songs, toch vult hij een vol uur. Dat doet hij door twee stampende bluegrassongs, waaronder een cover van The Statler Brothers, en een cover van The First Time Ever I Saw Your Face toecte voegen. Daar is Elvis weer, want behalve in de hitversie van Roberta Flack verscheen dit laatste nummer in 1972 ook in een versie van The King. Al met al heeft Williams misschien wel het meest indrukwekkende optreden van Motel Mozaique 2016 op zijn naam staan.
Wat niet betekent dat de rest van de dag niet prachtig was. In de Paradijskerk bijvoorbeeld –daar liet Written die Nighttowntalkshow voor schieten- de eenmalige samenwerking tussen cellist Maarten Vos en zanger Gregory Fratteur. Deze ‘interland’ tussen Nederland en België is van een betoverende schoonheid. Vos zorgt op toetsen voor elektronische geluiden en maakt loops van de toetsenpartijen en de cello, waar hij op zeker moment ook de zang van Fratteur in verwerkt. Deze frontman van het Belgische Dez Mona heeft een stem die enigszins doet denken aan het geluid op de platen van This Mortal Coil uit de jaren tachtig. De bijdragen van Vos versterken dat gevoel. Het resultaat van hun samenwerking krijgt zeker meerwaarde in deze ambiance. De kerk-akoestiek lijkt gemaakt voor de gelegenheidscomposities van dit gelegenheidsduo.
De Nederlandse Cato en Joost van Dyck brengen samen met Daniel Johnson uit Nieuw-Zeeland een onalledaagse combinatie van blues en funk. Het scheutje voodoo dat My Baby –zo noemt het drietal zich- eraan toevoegt, brengt Dr John (The Nighttripper) in herinnering. Nu was die met zijn voodoo-experimenten in de sixties en stuk gekker en –het moet gezegd- ook een stuk genialer. Maar wie (nog) niet het niveau haalt van de meesterlijke Mac Rebennack in zijn beste jaren hoeft niet meteen terug naar de oefenruimte. My Baby zet een overtuigende show neer die de grote zaal van de Schouwburg stevig in zijn greep houdt. Of zou dat toch de voodoo zelf zijn?
Jenny Lee Lindberg is nog altijd de bassiste van Warpaint, maar op haar solodebuut Right On doet ze de dingen die ze in die groep niet of onvoldoende kwijt kan. Jenny Lee solo betekent een uur stevig funken in de Annabel, maar op sommige momenten klinkt het samenstel van bas en drums ineens heel erg als Joy Division.
Na twee dagen nieuwe en vernieuwende muziek is het erg lekker om nog even terug te gaan naar vroeger. Leon Bridges máákt nieuwe muziek, maar doet dat wel met minstens twee voeten in de sixties. Zijn show is een onvervalste soulrevue, die niet de rauwheid van Sharon Jones of Charles Bradley heeft, maar wel doet denken aan het bekendere (en wat zoetere) werk van Sam Cooke. Die klonk op de plaat vaak als een tweede Sinatra, maar ook een smoel als Bradley opzetten, al werden de live-opnames waaruit dat blijkt pas ver na zijn dood geopenbaard. Bridges houdt het overwegend ‘smooth’, al swingt de band behoorlijk en is de sound aardig ’vintage’. Als hij zijn publiek meeneemt ‘to church’ komt ineens Al Green figuurlijk om de hoek kijken. En vergeet de moves van meneer Bridges niet. Wie zelf niet weet hoe hij op de muziek van Bridges los moet gaan, ziet op het podium het beste voorbeeld.