TakeRoot 2010: kiezen tussen super en geweldig
Door op 19 september 2010

De prachtige line-up van TakeRoot 2010 garandeerde een tijd geleden al dat 18 september een geslaagde dag zou worden voor liefhebbers van rootsmuziek. En dat werd het inderdaad. Meer dan geslaagd zelfs.

Toch blijkt zo’n line-up ook nadelen te kennen. Want voor wie moet je gaan, als op het ene podium Damien Jurado staat te excelleren in melancholie terwijl Isobel Campbell & Mark Lanegan zich klaar maken om het andere podium op te gaan? Of erger, als de twee topacts van de dag tegelijkertijd spelen? Heen en weer lopen maar. Of gebruik maken van zo’n kwartiertje dat ze nog niet tegelijk spelen. En ondertussen genieten, genieten en nog eens genieten.

Van al die fantastische acts die voorbij komen. Dat begint al met Caitlin Rose, die het festival om 16.00uur opent in de Foyer met slechts een tamboerijn en haar stem. Prachtig. Vooral aan het begin is overigens goed te merken dat veel meer bezoekers er niet uit zijn wie ze nu het liefste willen zien, deze dame of misschien toch Willy Mason, die in de kleine zaal staat. Dat heen en weer bewegen van mensenmassa’s blijft dus nog wel even. Zo wordt het laatste kwartier van een mooi optreden van Deer Tick minder druk, omdat in de kleine zaal Frank Fairfield bewijst dat een banjo in combinatie met virtuoos spel een zaal volledig plat kan krijgen. Een keuze tussen het ingetogen spel van Damien Jurado en de countryrock van Phosphorescent blijkt gemakkelijker gemaakt te worden. Overigens, welke van de twee je ook gekozen hebt, goed was het.

Wat later op de avond neemt Chatham County Line het publiek mee naar wat een scene zou kunnen zijn uit de film O Brother Where Art Thou. Vier mannen rondom een microfoon. Gitaar, contrabas, banjo, viool en prachtige samenzang. De perfecte ingrediënten voor een heerlijk gerecht voor iedere rootsliefhebber.

Toppunt van de avond is qua naam en qua zaalgrootte de band Wilco. En ja hoor, de heren uit Chicago doen waarvoor de mensen en masse zijn gekomen: twee uur lang knallen! Voor ondergetekende duurt dit optreden helaas maar een half uur. Dan moet namelijk met heel veel moeite een plek gevonden worden in de in de kleine zaal, daar waar David Rawlings Machine acte de presence geeft. Samen met Gillian Welch. Het andere toppunt dus. Zaaltechnisch helaas niet, want probeer in de kleine zaal nog maar eens een goede plek te vinden als deze twee grootheden er gaan spelen. Het puilde uit! Aan alles was te merken dat ze ook de grote zaal met veel gemak hadden vol gekregen. Sterker nog, dat was ze nog gelukt met De Kuip! En terecht…

Een liefhebber van rootsmuziek mag namelijk niet sterven voor hij David Rawlings en Gillian Welch heeft zien optreden. Vanaf de eerste tot en met de laatste noot zetten de twee een show van ongekende klasse neer (begeleid door onder meer leden van Old Crow Medicine Show, waarvan eerder op de avond al een spetterend concert te zien was). Met eigen nummers, met covers van onder meer Woody Guthrie (This Land Is Your Land) en met als laatste, waanzinnig mooie toegift het a-capella nummer Didn’t Leave Nobody But The Baby uit eerdergenoemde film O Brother Where Art Thou. U merkt het, uw recensent mag met een gerust hart sterven.

Is er dan niets negatiefs te melden over het festival? Nou, je zou kunnen zeggen dat de entreezaal wat onpersoonlijk is voor deze muziek, de ruimte maakt het bands moeilijker. Eigenlijk net als de foyer, waarin toch ook grote acts te zien waren. Wellicht dat daar in volgende edities voor wat meer sfeer gezorgd kan worden. En die keuzes dus…

Het was veelal kiezen, naar welke act ga ik? Soms waren de keuzes erg moeilijk, toch kan nu gesteld worden dat de domste keuze was om helemaal níet naar het festival te gaan. Want, muziekgenres buiten beschouwing latend, TakeRoot heeft in 2010 bewezen tot de top van de festivals in Nederland te behoren. Door een fantastische line-up, door een goede organisatie en door een meer dan gezellige sfeer. TakeRoot 2011? Ik kan niet wachten!