Nostalgie troef op openingsavond van Blues Peer
Door op 15 juli 2017

Gig_title: Nostalgie troef op openingsavond van Blues Peer
Genre: Roots
Loc_city: Peer
Loc_country: België

Het tweede weekend van juli blijft alsnog voorbehouden voor blues en aanverwanten in Peer. Geen ingewikkelde toestanden met een opbod aan verschillende podia. In Limburg houden ze het bij één podium in de grote tent.

Vrijdagavond  werd het podium nagenoeg volledig ingenomen door  zogenaamde tribute bands. Winterland’76 ontleend zijn naam aan het legendarische afscheidsconcert van The Band, de machtige begeleidingsband van Dylan. In Winterland, een tot concertzaal getransformeerde oude ijspiste in San Francisco nodigden Robbie Robertson en kompanen destijds talloze gasten uit voor hun ‘Last Waltz’. Dat gebeurt ook wel eens op meer bescheiden schaal in het project dat Dimitri Vossen samen met gitarist Gianni Marzo (Marble Sounds, Isbells) opstartte. Zo maakte Boogie Boy op de valreep van de helaas veel te korte set nog zijn opwachting met Mannish Boy van Muddy Waters. Als de drummer Maarten Moessen samen met bassist Dimitri met de tonen van Don’t Do It de spits afbijt is de tent nauwelijks met enkele honderden vroege festivalgangers gevuld. We horen fijne versies van Time To Kill naast herkenbare kleppers zoals het onnavolgbare The Weight en The Night They Drove Old Dixie Down waarbij de bandleden de drummer, die in de huid van Levon Helm  kruipt, telkens vocaal  bijspringen en de blazerssectie zich evenmin onbetuigd laat. Piet De  Pessemier brengt een mooie versie van It Makes No Difference, mijn absolute Rick Danko favoriet. Nog even tijd voor een ritmisch The Shape I’m In en na de passage van Boogie Boy wordt afgesloten met Up On Cripple Creek. Hun Last Waltz hebben deze jongens nog lang niet gezongen, de ingekorte set is in ieder geval een smaakvolle appetizer voor de komende concerten. Op 11 augustus is er in het Antwerpse Rivierenhof al een extra large editie met talloze gastmuzikanten die het iconische concert reconstrueren.

Enkele maanden na het afscheidsconcert van The Band bracht Fleetwood Mac Rumours uit. De naar Californië uitgeweken ritmesectie van de Britse bluesband Fleetwood Mac (Mick Fleetwood en John McVie  werkte samen met Christine McVie (Perfect) en het Amerikaanse echtpaar Buckingham/Nicks.  Alle bandleden verwerkten een echtscheiding tijdens de sessies en het is die interne persoonlijke spanning  die de basis vormde voor het songmateriaal. Rumours is de ultieme break-up plaat met een universeel karakter dat veertig jaar later blijkbaar nog aanspreekt. Ilse Govaerts, beter bekend als Neeka , Sara Van Gillis en Marco Cirone hebben niet de minste moeite om de tent in te pakken met dat onverslijtbare popwerk. Zo zat het die lichtjes fantastische drumbeat Dreams van Stevie Nicks al vroeg in de set, een dromerig nummer dat fel contrasteert met het wat onderkoelde You Make Lovin’ Fun van Christine McVie. Neeka combineert het moeiteloos met vocale hulp van toetsenvrouw Sara Gillis maar ook  moederziel alleen aan het pianootje met de fragiele ballade Songbird. Cirone brengt een fijne interpretatie van het akoestische Never Goin’ Back Again. De gitaristentandem met Rob Vanspauwen en David Broeders wordt prima ondersteund door de ritmesectie van The Sore Losers en gaat lekker loos in krakers als Don’t Stop en Go Your Own Way, niet altijd even loepzuiver  dat uptempowerk maar het slaat wel aan in de ondertussen behoorlijk gevulde tent.

Bruce James & Bella Black komen oorspronkelijk uit Texas maar verhuisden enkele jaren geleden naar Europa. Hun recente werkstuk This Time kwam overigens in ons land tot stand. Het wordt een funky feestje met James aan de piano en een dansende Bella die zich als soultante profileert en vocaal bijspringt. Onder het motto Brighter Than This krijgen we een  broeierige set aangestuurd door hitsig klavierwerk en strakke ritmiek. Soul met een vleugje jazz en een verkwikkend reggae uitstapje verwarmen de tent.

De memory lane met overleden blueslui die ooit op het podium in Peer figureerden wordt steeds langer. Het is bijna veertig jaar geleden dat Elvis Presley zijn laatste adem uitblies. De ondertussen eveneens betreurde Luc De Vos zong het al met Gorki “sterren komen sterren gaan alleen Elvis blijft bestaan. Niet alleen de muziek van The King Of Rock ‘n Roll  blijkt onsterfelijk. Reconstructies  van zijn glamoureuze shows uit de Las Vegas-periode lokken nog steeds de massa.  Nu heeft Peer ook zijn eigen Elvis kloon met The King (A)Live. De sleutel van de stad heeft hij nog niet maar Jan Bas kwijt zich voortreffelijk van zijn taak. Als magere jonge Elvis in de protserige jumpsuits en capes van de zwaarlijvige ster gehesen brengt de frontman van Rusty Roots samen met enkele vrienden een genietbare niet van humor gespeende, bij momenten accurate reproductie van een Elvis show.

Fotografie: Freddy Vandervelpen