Interview James Dean Bradfield (Manic Street Preachers)
Door op 17 mei 2011

Op 14 mei stonden de Manic Street Preachers in een uitverkochte Melkweg. Een paar uur voor het optreden sprak WiM met zanger/gitarist James Dean Bradfield over rock-’n-roll, politiek en inspiratiebronnen. Een levendig gesprek in de kleedkamer van de band.

WManics-Interview_1iM: Jullie bestaan al ruim twintig jaar en zijn toch een stuk consistenter en hechter gebleken dan de meeste van jullie tijdgenoten. In 1994 stonden jullie bijvoorbeeld nog met Suede in Amsterdam… Jullie band is toch wat stabieler gebleken door de jaren heen.
Suede… mijn god…(herinnert zich de tour en schudt zijn hoofd). Onze band is voortgekomen uit vriendschap, dat is de kracht. Nicky en ik kennen elkaar al sinds we klein waren. Sean is als een broer voor me. Wij hebben natuurlijk ook wel onze ‘rock-‘n-roll’ gehad, ook al is het nooit met ons aan de haal gegaan. Richey heeft natuurlijk wel gebruikt. En ikzelf…toen we beroemd waren geworden leerde ik voornamelijk veel slechte whisky te drinken! Daar ben ik mee gestopt toen ik een jaar of 33 was. Ik drink nog wel voor de gezelligheid, bij een sportwedstrijd of zo.

WiM: De band heeft zichzelf ook nooit tot vervelens toe herhaald of plichtmatige, overbodige albums gemaakt.
Hmmm… Misschien dat Lifeblood toch niet zo goed was. In de studio pikten we te vaak het derde idee, in plaats van het eerste of tweede idee en dat was verkeerd.

WiM: Het album heeft met 1985 en The Love Of Richard Nixon toch wel zijn momenten?
1985 is wel oké, ja. En Nixon, die is inderdaad wel interessant. Het gaat over menselijkheid. Nixon heeft politiek gezien ook goede dingen gedaan, maar hij is compleet afgebrand. Hij kwam niet uit het ‘juiste nest’, zoals Kennedy. Natuurlijk was Nixon ook hartstikke corrupt maar vergeet niet dat Kennedy Cuba binnenviel en altijd flink in het rond naaide. Daar hoor je dan weer veel minder over. Ik vind A Song For Departure op Lifeblood trouwens ook erg geslaagd. Het verraadt onze geheime liefde voor ABBA!

WiM: In 1985 schreven jullie al nummers over de mijnwerkersstaking. Wat vond je van de politiek betrokken bands uit die tijd, bijvoorbeeld Easterhouse?
Goede band, ik had hun album. Ik hield ook van de foto’s op de hoezen. Maar zij bleven wat in de marge. Style Council had dat politiek bewuste ook wel, maar zij voegen tenminste wat meer kleur, glamour toe. The Clash had dat ook wel, dat ‘grootse’, die ‘uitstraling’. Dat gold ook voor Public Enemy. The Clash heeft ons sterk geïnspireerd. Trouwens, McCarthy was ook een hele goede band uit die tijd. Zij hadden zinnige dingen te melden, maar verpakten hun platen ook nog eens mooi.

WiM: Over Style Council gesproken. Wat vond je van Paul Wellers maatschappijkritische Wake Up The Nation van vorig jaar?
Het was een oprechte plaat, niets mis mee. Hij is alleen niet meer zo specifiek in zijn kritiek als vroeger. Die laatste plaat is meer zoiets als “Ik begrijp de wereld van vandaag niet meer.” En daar blijft het bij.

WiM: Vroeger wilden jullie de mensen uit hun verdoving halen, wakker schudden.
Ach, ik ben zelf ook wel wat versuft want ik rommel graag in de tuin, haha. Maar wat me nu vooral enorm stoort is die voortdurende loyaliteit aan het koninklijk huis. Die Royal Wedding… Je hoorde vaak: “ah, it was a great week for the nation”. Wat nou? Het kost een vermogen, die huwelijken lopen doorgaans uit op een scheiding! De koninklijke familie is niet gekozen en ze leggen geen verantwoording af! Waarom hoor ik geen bands meer die daar tegen ageren?

WiM: Manics-Interview_2Terug naar de muziek. Postcards From A Young Man is een rijk album. In jullie carrière hebben jullie sowieso vaak gewisseld tussen stevige rock en sterk melodieuze, bijna zoete muziek. De B-kant van Kevin Carter, Horses Under Starlight is bijna Burt Bacharach en zo hebben jullie wel meer van dat soort tracks.
Tja, je krijgt van huis wat mee. Mijn ouders draaiden Bacharach en Elvis. Ik luisterde vaak naar de soundtrack van Butch Cassidy & The Sundance Kid, vooral Raindrops Keep Falling On My Head. En er was een nummer van Telly Savalas, If, dat had voor mij als kind iets heel transcendentaals. En mijn eerste liefde was ELO… Aan de basis van Postcards lag trouwens het verraad van New Labour. Kijk, socialisme betekent in de praktijk overal wat anders. Maar toch… toen typische Britse industrieën op hun gat lagen riep de regering dat ze niet kon ingrijpen in de markt, niet de marktwerking wilde verstoren. Maar bij de banken kon dat ineens wel. Natuurlijk, als er niets was gedaan bij de banken zou het land zijn afgegleden, maar toch… Voor de witte boorden kon er veel meer worden gedaan dan voor de gewone arbeiders.

WiM: Dat komt ook terug op de plaat: het je niet meer kunnen vinden in de partij waarop je altijd gestemd hebt.
Ja, inderdaad. Dit lag dus mede aan de basis van de plaat. Maar het merendeel van Postcards gaat overigens over andere dingen, hoor. Het hoeft echt niet altijd over politiek te gaan!