Dauwpop 2016: paaldansen en oneindig genieten
Door op 29 mei 2016

Band: The Boxer Rebellion, Lucas Hamming, De Staat, Indian Askin, Dilly Dally, My Baby, Black Honey, Madness, Kadavar, Drive Like Maria, Birth Of Joy
Gig_title: Dauwpop 2016
Genre: rock, pop, garagerock, psychedelische rock
Loc_venue: Luttenbergweg
Loc_city: Haarle
Loc_country: NL

We waren erbij, de eerste Dauwpop in het bestaan die niet plaatsvond op Hemelvaartsdag. Hemelvaart viel dit jaar nogal vroeg en bovendien op 5 mei, de dag dat menigeen erop uittrekt om één van de bevrijdingsfestivals te bezoeken. Teveel financieel risico en dus werd Dauwpop eenmalig verlegd naar zaterdag 28 mei. Wat de organisatie niet had kunnen bevroeden, was dat het festival al zeven weken van tevoren uitverkocht. Komt zaterdag meer mensen uit? Is het omdat Dauwpop het enige Nederlandse optreden dit jaar voor Madness is? Het feit dat Kensington revanche neemt voor het wegens stemproblemen afgezegde optreden van vorig jaar? Of omdat Dauwpop gewoon een ontzettend tof festival is waar je bij moet zijn? We houden het op het laatste.

Aan The Boxer Rebellion de taak het festival op het hoofdpodium te openen. De Londense band verving kort voor het festival het Belgische Balthazar. Wellicht niet de makkelijkste opdracht dus in deze situatie het net gearriveerde publiek wakker te krijgen. Helaas wordt onze vrees bewaarheid. Het vierde album Promises bracht in 2013 de doorbraak naar het grote publiek, vooral dankzij radiohit Diamonds. Die single brengt in de halfvolle tent dan ook veruit heftigste reactie teweeg. Her en der staan enkele diehard fans alle teksten letterlijk mee te zingen, maar de meeste liedjes beklijven niet. Er komt veel werk van de laatste twee albums voorbij, waarvan Ocean By Ocean het laatste en wellicht zwakste is wat de band tot nu uitbracht. Combineer dat met de weinig charismatische band en je krijgt een gezapige show. Frontman Nathan Nicholson bedankt het publiek tegen het einde nog schuchter dat ze met het zonnige weer met de band in de tent zijn blijven staan. Alsof hij het zelf weet.

Lucas Hamming begint iets later dan The Boxer Rebellion in The Barn. Het één na grootste podium is vooral bevolkt met jonge jongens en meisjes, die glunderend kijken naar hoe Lucas over het podium stuitert. Wat een contrast met de band van Nicholson en niet alleen muzikaal. Alle muzikanten hebben het zichtbaar naar hun zin. Met de aanstekelijke single Never Let You Down van debuutplaat Ham (2015) heeft Hamming het publiek het luidste applaus binnen, maar met zijn guitige blik en fratsen als een heupswingwedstrijd tussen bassist en publiek heeft Lucas iedereen om. Deze jongeman hoort nergens anders thuis dan op een podium.

Dan staan we voor een klein dilemma. De Staat, Indian Askin en Haevn staan (bijna) tegelijk geprogrammeerd. We beginnen bij Indian Askin, de extreem gehypte Amsterdamse psychedelische garagerockband die met single Answer elk podium stukmaakt. Maar de vier jongelui hebben meer dan die hit. In de drie kwartier die de band rondom Chino Ayala speelt wordt in een perfect opgebouwde setlist onder meer het romantische en groovende Pretty Good en het bezwerende Island afgewisseld met beukers als Pardon Me en Better One. De ogen van Ayala schieten nerveus heen en weer en zijn dankjewel’s zijn bijna niet te horen, maar het plezier straalt er in beeld en geluid vanaf. Het publiek, dat steeds dunner gezaaid is wegens het tegelijk spelende De Staat, joelt en klapt steeds gretiger. Afgesloten wordt -uiteraard- met Answer, dat in een knetterende tien minuten durende versie de kleine King King kerk in wordt geknald. De hype is terecht.

We schuiven onszelf een propvolle hoofdtent in om de laatste liedjes van De Staat mee te pakken. De band is net terug van een Europese supporttour met Muse en voor een showtje op eigen bodem draait De Staat zijn hand dus niet om. Get On Screen laat de fans op en neer deinen, Devil’s Blood klinkt meer eightees dan ooit en Torre speelt met de camera’s tijdens Help Yourself, dat de fans doet gillen van vreugd. De echte klapper waar echt iedereen op wacht is echter Witch Doctor, een meer dan twee jaar oud nummer (I_Con, 2013) dat dankzij een bizarre videoclip die vorig jaar viraal ging zelfs mensen op de been krijgt die zich – aan de onbeweeglijke lichamen met de armen over elkaar te zien – totaal niet interesseren voor (de muziek van) De Staat, maar mee willen doen met de circlepit zoals die in de clip. Dit is eigenlijk sneu voor een meesterlijke band als deze, maar soit. De pit komt er, iedereen doet mee, zelfs een klein meisje met op haar kleine hoofd reusachtige gehoorbeschermers wordt op de schouders meegenomen. De Staat heeft zijn positie, met of zonder clip, meer dan verdiend.

Het gruizige Dilly Dally mag onze haren en trommelvliezen losschudden in de King King. De Canadese band ademt de grunge uit de jaren ’90 in alles. Debuutalbum Sore (2015) wordt smaakvol vertolkt. Zangeres/gitarist Katie Monk laat haar kinderlijk hoge stem goed raspen en slaakt af en toe keiharde gillen. Vooral stoere mannen in het publiek proesten het soms uit, maar na een tijdje went het en tegen het einde gaat de gewenning over in waardering, getuige het applaus dat steeds meer gemeend klinkt. Liedjes als Get To You met een gevaarlijk deinende riff en het treurige Candy Mountain zijn gewoon goed.

Meer vrouwen domineerden op Dauwpop. My Baby’s frontvrouw Cato van Dijck draagt niet alleen een prachtoutfit inclusief buiktop, haar zang en spel zijn grandioos. Combineer dat met de broeierige repeterende ritmes (naast Cato speelt broer Joost en gitarist Daniel Johnston uit Nieuw-Zeeland in de band) en langzaam bij beetje is de hele Barn in extase. De wild dansende pit wordt steeds groter en jong en oud stort zich erin. De eerste crowdsurfer van de dag meldt zich. Een golf van euforie in vorm van luid gejoel galmt door de ruimte als Van Dijck haar strot even goed openzet voor een enorme uithaal. Veni, vidi, vici voor My Baby.

Aangekondigd als één van de hoogtepunten van Eurosonic laat Black Honey uit horen waarom. De band uit het Britse Brighton heeft talent aanstekelijke liedjes te schrijven en gooit daar een fijn grillig, licht psychedelisch vintage sausje overheen. Neem daarbij de sprankelende zangeres/gitarist Izzy Bee (yep, de vrouwen zijn goed vertegenwoordigt vandaag) met haar platinablonde haar, roze dichtgeknoopte blouse en wijde pijpen en het plaatje is compleet. Naast liedjes als Madonna, All My Pride en Bloodlust laat de band enkele nog onuitgebrachte werken horen. Bee zet haar microfoonstandaard zo dicht mogelijk bij het publiek om het publiek te kunnen toezingen. Wanneer halverwege plots geen geluid meer uit Chris Ostler’s gitaar komt, wordt in alle haast van alles geprobeerd met andere kabels. Ondertussen blijft Bee stoïcijns het publiek inkijken. Nieuwe kabels blijken niets uit te halen en dus handigt Bee haar gitaar, waar met kunstige letters ‘girls only’ op staat, over aan haar bandmaatje. Wanneer die wel geluid produceert, volgt een daverend gejuich. ,,Thanks for waiting!” klinkt de zangeres terwijl ze haar dankbaarste glimlach opzet. Nu ze plots alleen maar een microfoon in de handen heeft houdt ze zich helemaal niet meer in en sluit ze wild dansend af.

Madness-shirts spotten we al de hele middag op het terrein. De band mag anderhalf uur het hoofdpodium bevolken en doet dit gaarne. De grootste hits bewaart de groep voor het laatste halfuur, waarin overigens ook een cover van AC/DC’s Highway To Hell voorbij komt. Dat was onnodig. Wanneer de band afsluit met Night Boat To Cairo is er geen houden aan. Zowel binnen als ver buiten de tent worden de beroemde skapasjes uitgevoerd.

Tussendoor pakken we een stuk van Kadavar mee. Deze driekoppige rockband uit Berlijn heeft inmiddels al drie albums uit. Naast de muziek die in hoog tempo de Barn in wordt geslingerd heeft de band gevoel voor show. In hun strakke zwarte outfits gooien ze hun lange haren wild in het rond en drummer ‘Tiger’ laat zijn stokken van hoog in de lucht op zijn trommels neerkomen. In de woelige moshpit zijn bijna alleen grote jongens te vinden. Breed lachend gooien ze hun lijven tegen elkaar. Sommigen vinden dat niet genoeg en klimmen in de steunpilaren om het zaakje van bovenaf te bekijken. Boos kijkende bewakers slaan met hun vuisten tegen de zolen om ze eruit te krijgen.

Drive Like Maria, goed ze weer te zien. Na een tijdje weinig van de Belgisch-Nederlandse band te hebben gehoord is er nieuw werk. Een eerste nieuwe EP getiteld Creator is al uit, de volgende EP Preserver volgt nog, waarna een volwaardige langspeler getiteld Creator, Preserver, Destroyer uit moet komen. Het kwartet rond zanger/gitarist Bjorn Awouters speelt een paar fijne extra muzikale toevoegingen aan oude nummers. Zo horen we Nitzan Hoffman een heerlijk gitaarintermezzo spelen in Talk To Me (2009). Ook nu klimmen weer een paar mensen in de pilaren. Een snoeiharde versie van So (2009) sluit de set af. De band is in bloedvorm, dus dat belooft wat voor de nabije toekomst.

Terwijl Kensington een stampvolle hoofdtent gek maakt, wachten wij in de King King voor een mooi plekje bij Birth Of Joy. Een gong staat klaar achter het drumstel van Bob Hogenelst. Aan het geschreeuw en de twinkelende oogjes in het publiek te zien, heeft men er meer dan zin in. Opener Grow (Prisoner, 2014) zet meteen de toon. Vanaf het tweede nummer ontstaat een pit die niet moe te krijgen is. Jongens en zelfs twee meisjes klimmen in de steunpalen. Eén bereikt de nok en laat zich vanaf daar naar beneden vallen. Wonder boven wonder raakt niemand ernstig gewond. Get Well, het vierde album van het trio dat dit jaar uitkwam, wordt nagenoeg ongemoeid gelaten. De band kiest bewust voor een set met louter publieksfavorieten. Devil’s Paradise (Life In Babalou, 2012), Teeny Bopping, Dead Being Alive, ja, zelfs op Motel Money A Way (Make Things Happen, 2011) blijft het publiek een kolkende massa. Parel Three Day Road (Prisoner, 2014) wordt uiterst intens uitgevoerd en tijdens Make Things Happen pakken Bob en toetsenist Gertjan er een sigaretje bij alvorens de orgel, drums en gong te hanteren. De avond is gewonnen. Als na Hands Down (het enige nieuwe nummer) en afsluiter Rock & Roll Show (Prisoner, 2014) wordt gesmeekt om meer, doet de band er een kers bij op in de vorm van oudje Know Where To Run (2012). Dankbaar doet het publiek een laatste beukronde.

Met blauwe plekken op enkels en armen verlaten we het terrein. Dauwpop; wat was je weer mooi.