Cockney Rejects – Join The Rejects (The Zonophone Years ‘79-’81)
Door op 15 september 2011

Band: Cockney Rejects
Album_title: Join The Rejects (The Zonophone Years '79-'81)
Genre: punk, alternative, Punkrock
Release_date: 08/30/2011
Label: Zonophone
Rating: Drie sterren (3)
Soundsid: 2983369
Join The Rejects (The Zonophone Years '79-'81) Cockney Rejects
3
3

Cockney Rejects was de band die de working class van East End London een stem gaf. Punk van de straat, geïnspireerd door Sham 69 en een afspiegeling van de belevingswereld van West Ham United-supporters. Cockney Rejects was met name de band van de Inner City Firm, de harde kern van West Ham. Niet voor niets coverden de Rejects het clublied I’m Forever Blowing Bubbles.

In 1980 nam Cockney Rejects het nummer Oi! Oi! Oi! op en de naam van een punkgenre was geboren. Oi! was luid, grof, simpel en pakkend, alsof het rechtstreeks van de tribunes van West Ham kwam. De invloed van Cockney Rejects valt niet te onderschatten: bands als Rancid en Dropkick Murphys waren schatplichtig aan de groep.

Join The Rejects (The Zonophone Years ‘79-’81) voert terug naar de eerste jaren van het Thatcher-bewind, naar de jaren van economische malaise en wekelijkse clashes tussen hooligans en politie. The Rejects en hun aanhang hadden doorgaans vervelende, uitzichtsloze banen, als ze al werk hadden. Voor hen geen art school of carrière-opbouw. Het bestaan draaide vooral om West Ham United en de straten en pubs van East End.

De drie cd’s bevatten de eerste drie reguliere albums van Cockney Rejects: Greatest Hits Vol. 1 (1980), Greatest Hits Vol. 2 (1980) en The Power And The Glory (1981). Het album Greatest Hits Vol. 3 – Live & Loud (1981) ontbreekt ook niet. Het werd opgenomen in de Abbey Road Studios, mét publiek. Maar er is meer: twee Peel-sessies (1979, 1980) en een trits singles en rarities.

Het debuut van Cockney Rejects zette de band in een klap op de kaart. Muzikaal was het allemaal nog niet zo extreem. De opgefokte, ruwe zang maakte het verschil. Opener I’m Not A Fool was veelzeggend en ook een nummer als Someone Like You bleek een staaltje van ongepolijst vocaal geweld. Zoals gezegd bleven de Rejects muzikaal redelijk dicht bij de punk van bijvoorbeeld Sham 69 of de Clash van voor 1979. Hier en daar klonk de band zelfs als de vroege Wire, zij het net een graadje ruiger. Met een track als Headbanger en diens moddervette intro en messcherpe vervolg hebben we op deze box we een hoogtepuntje te pakken en met het reggae-intro van Where The Hell Is Babylon, de eerste creatieve zijsprong.

De opvolger Greatest Hits Vol. 2 kende de anthems War On The Terraces, The Greatest Cockney Rip Off en de track die zo bepalend zou blijken: Oi! Oi! Oi! Toch trokken de Rejects het op dit album al wat breder: met Subculture en The Rocker verkende de band het gebied van de metal en hardrock, hetgeen niet door iedereen werd gewaardeerd.

Op The Power And The Glory deed de band nog steeds zijn best een authentieke ‘terrace rock band’ te zijn, ondanks de toenemende aandacht voor melodie en een bredere horizon qua teksten. Het resultaat was een soms wat schizofrene plaat met een titeltrack die exemplarisch was: de band schoot van poppy new wave in de coupletten naar meerstemmige geloei in de refreinen. Met It’s Over leverde Cockney Rejects echter een leuke new wave-track en hoewel de synths van BYC natuurlijk not done waren in punkkringen, blijkt het achteraf een welkome verrassing. Een experiment dat duidelijk nogal op zichzelf stond en destijds waarschijnlijk door veel puristische fans categorisch is genegeerd.

De ‘live’-plaat Live & Loud is prima en laat wat relatief beheerste versies horen van een aantal songs uit 1979, 1980. De onbekendere tracks, het opzwepende Motorhead en het kalmere Easy Life zijn hier overigens het vermelden waard.

Zonder de singles I’m Forever Blowing Bubbles en We Are The Firm zou deze box natuurlijk niet compleet zijn. En ook de Peel-sessies bevatten (zoals wel vaker) welkome versies van ouder materiaal. Hier en daar doken onbekendere tracks op bij de BBC, zoals Flares And Slippers en het Wire-op-speed-achtige B-kantje Fifteen Nights. Onder de B-sides en rarities treffen we nog een paar verrassingen aan zoals het instrumentale Nobody Knows, de hardrock van Hang ‘em High (live) en het dubby postpunkexperiment – mét orgel – Lomdob.

Cockney Rejects was tot 1985 actief. In 1990 liet de band ineens weer van zich horen en zelfs in deze eeuw verscheen er nog een paar keer nieuw plaatwerk. Maar eerlijk is eerlijk, de periode 1979-1981 was verreweg de belangrijkste. Deze box, waarvan overigens lang niet alles muzikaal even interessant blijkt, vormt daar het levendige, luidruchtige bewijs van. Een fraai eerbetoon, waarbij gelukkig ook ruimte is gemaakt voor wat afwijkender werk van de Rejects.