Bob Mould solo en de legende van Sugar
Door op 10 augustus 2012

Artiest: Bob Mould
Band: Sugar
Genre: Alternative, Rock

Het is alweer twintig jaar geleden dat Sugar het meesterwerk Copper Blue uitbracht. Voorman Bob Mould speelt momenteel met een nieuw trio een integrale versie van het album en doet daarbij de belangrijkste clubs van de wereld aan. Daarom heeft WiM besloten deze zomer de historie van Bob Mould en dus Hüsker Dü, Sugar en zijn solocarrière volop aandacht te geven. Deze week deel 3 van de serie: Bob Mould solo en de legende van Sugar.

workbookNadat Hüsker Dü in 1988 uit elkaar viel kwam voor Bob Mould de tijd om zich te bezinnen. Hij trok zich terug in zijn huis buiten de stad (Pine City, Minnesota) en liet zich de vrije tijd, na vrijwel 8 jaar onafgebroken op tour te zijn geweest, welgevallen. Maar al snel begon het muziekhart weer te kloppen en startte hij met het schrijven van nieuwe songs. Geschreven vanuit de akoestische gitaar legde hij daar in het buitenhuis de basis van wat al snel een eerste soloalbum zou gaan worden. De tijd die Mould voor het schrijven van de songs kon nemen, na jaren van haastig, vaak on the road, songs te hebben geschreven voor Hüsker Dü, resulteerde in een meesterlijk album, simpelweg Workbook geheten. De folk meets pop-feel die het album kent, met akoestische gitaren en cello’s, liet gelijk horen wat een uitstekend songschrijver Mould over de jaren was geworden. Het album, dat in het najaar van 1989 uitkwam, werd wereldwijd jubelend ontvangen, ook door de Hüsker Dü-fans van weleer en met het fraaie See A Little Light werd zelfs een radiohit gescoord. Met Anton Fier (Golden Palominos) op drums en Tony Maimone (Pere Ubu) op bas was Workbook voor Mould het verrassend ingetogen carrièrevervolg waarbij de frustraties over de Hüsker Dü-jaren en zijn eigen persoonlijke leven de emotievolle basis van zijn teksten waren.

Black sheetsHet live spelen van de Workbook-songs was voor Mould een volledig andere en nieuwe ervaring na jaren Grant Hart en Greg Norton achter en naast zich op het podium te hebben gehad. Met Fier en Maimone werden series van concerten gegeven maar door de verplichtingen die de mannen ook in andere bands hadden, was dit vaak moeilijk. Daarnaast wilde Mould er ernstig aan vasthouden de songs van Workbook live te spelen en vooral niet te gemakzuchtig in het spelen van oude Hüsker Dü-songs te vervallen. Maar Mould merkte met het spelen van de nummers van Workbook in een livesetting dat hij de energie miste terwijl hij de muzikanten wel had om dat soort songs live neer te zetten. Daarnaast had zijn jarenlange relatie een einde gevonden en had hij een hoop boosheid in zich die hij een plek moest geven. Al snel werden er steeds weer nieuwe, steviger, songs aan de setlist toegevoegd. Met het daarnaast thuis opnemen van nog meer nieuwe songs werd de basis gelegd van een flink wat steviger vervolg op het grotendeels akoestische debuut. Black Sheets Of Rain bleek qua songs als net zo ijzersterk als Workbook. Ook de productie was deze keer helemaal in orde. Waar de Hüsker Dü-albums een charmante, maar vaak nogal rommelige, niet bepaald in-your-face sound hebben, viel bij Black Sheets Of Rain ineens alles op zijn plek. De drums van Anton Fier klonken veel beter en dynamischer dan op Workbook en in combinatie met de bas van Maimone zelfs magisch. De door elkaar heen gevlochten gitaarpartijen van Mould waaiden als een heerlijke storm over de zwaar aardse ritmesectie. Ook qua zang klonk Mould op Black Sheets geladen en super emotievol, hoe donker de songs in structuur en tekst ook waren. Als Workbook een meesterwerk en collectie van verfijnde songs genoemd mag worden, is Black Sheets Of Rain een meesterstuk van de donkerste, stevigste en meest geladen songs.

Tijdens de concerten, en vooral het regelen en plannen met de schema’s van de bandleden, die volgden op Black Sheets Of Rain kwam Mould steeds meer tot de ontdekking dat hij een vaste band en routine miste. Zijn inspiratie kende juist in die tijd een geweldige periode en de songs schreven zich bij wijze van spreken vanzelf. Een ‘tijdelijke’ verhuizing naar Athens, Georgia bracht Mould richting het opzetten van een nieuwe band: Sugar.

Bob-Mould_Poison-Years-300x300• Het fijne verzamelalbum The Poison Years brengt de eerste tweede Mould-soloalbums, met aanvulling van live uitvoeringen, prachtig in kaart. Opvallend is daarbij de cover van Shoot Out The Lights van Richard en Linda Thompson. Vlak nadat hij de demo’s van Workbook aan vriend Dave Ayers, manager van Soul Asylum (net als Hüsker Dü afkomstig uit Minneapolis en de band waarvoor Mould de eerste drie albums produceerde) liet horen merkte deze op dat het songmateriaal wel erg leek op Richard Thompson. Hij liet Mould, die tot op die dag nog nooit van Thompson gehoord had, de albums Shoot Out The Lights en I Wanna See The Brights Lights Tonight horen en Mould was verkocht.

In de oefenruimte van R.E.M., de (toen nog) grote belofte van Athens begon Mould met bassist David Barbe en drummer Malcolm Travis met het spelen van de songs die de basis van Copper Blue zouden gaan worden. Mould vond ze behoorlijk afwijken van de songs die hij eerder geschreven had en voelde zich met Barbe en Travis al snel muzikaal optimaal verbonden. Hij besloot daarom om een nieuwe band te formeren en noemde deze Sugar. Het eerste optreden werd gedaan op 20 februari 1992 in de legendarische 40 Watt Club in de stad. Doordat we met Sugar ook met een trio te maken hadden en Mould de frontman was, waren de vergelijkingen met Hüsker Dü natuurlijk voor de hand liggend. Maar al tijdens dat eerste optreden werd duidelijk dat qua songmateriaal Mould de ideale balans had weten te vinden tussen sterke melodieën en zijn hardcore/punk/rock roots. Het nieuws dat Mould met Sugar een zeer energiek vervolg op Hüsker Dü had weten te creëren verspreidde zich snel. Het album werd vervolgens opgenomen met naast Mould, de ondertussen zeer ervaren Lou Giordano, die voorheen ook het live geluid voor Hüsker Dü had gedaan, achter de knoppen.

copper blueToen het Sugar-debuut Copper Blue in september van 1992 uitkwam en de geweldige single If I Can’t Change Your Mind op de radio te horen was, werd gelijk duidelijk dat Mould met Copper Blue wellicht zijn meest veelzijdige songs had opgenomen. Gevoed door de akoestische sfeer op Workbook en de drive van Black Sheets Of Rain (en natuurlijk ook Hüsker Dü) ontstond op Copper Blue de best mogelijke combinatie in toegankelijkheid en energie. Daarnaast was er in samenwerking met Giordano een meer dan geweldig bandgeluid vastgelegd (verrassend dat er verder geen band is geweest die een beroep op de twee mannen heeft gedaan…). De megastrakke ritmesectie Barbe en Travis gecombineerd met de gitaarmuur van Mould maakte Copper Blue een waar statement, de zang van Mould en de koortjes alsmede de geweldige songs maakten het een meesterwerk. Eigenlijk klonk Sugar in alle muzikale facetten zeker zo goed, zo niet beter en strakker dan Hüsker Dü. Naast If I Can’t Change Your Mind werden met Hooverdam, Changes, The Slim, A Good Idea (met zijn van Kim Deal/Pixies geleende pracht baslijn (iets waarvan Mould zich echter niet bewust was), Fortune Teller en Man On The Moon absolute live favorites aan de songs list van Mould toegevoegd.

De band ging vervolgens lang op tour, waarbij het groeiende succes van Copper Blue, de band in steeds groter zalen deed belanden. Vooral in Engeland ging het de band heel erg voor de wind. Getekend door het destijds ontzettende populaire Creation van Alan McGee (die naast Sugar ook nog bands als Oasis en Primal Scream in de stal had) was er een ongekende promotiefuzz losgekomen. Copper Blue was niet alleen een groot commercieel succes, het album werd in Engeland ook uitgeroepen tot Beste Album van Het Jaar 1992. Ook op het vasteland van Europa toerde de band met heel veel succes langs uitverkochte zalen en gaf daar verpletterende optredens.

beasterIn april van 1993, nog maar zeven maanden na Copper Blue, verscheen Beaster, een ep met daarop songs die ten tijde van het debuut werden opgenomen. Het zestal songs dat Beaster kent is echter van een veel donkerder allooi. Met religie als uitgangspunt en songtitels als JC Auto (Jesus Christ Autobiography) en Judas Cradle wordt een zeer donkere Mould-sfeer geschapen die diep onder de huid kruipt. Zoals hijzelf in zijn biografie See A Little Light zegt hebben de songs van Beaster tekstueel een zowel religieuze lading als een oorsprong in zijn getroebleerde jeugd en twintiger jaren (*mede gevoed door het feit dat Mould pas in de nadagen van Sugar publiekelijk uit de kast zou komen, niet wetende wat iedereen daar in ‘zijn’ hardcore scene wel niet van zou vinden, krijgen de teksten nog meer lading). De zes songs werden al snel in de set van de Copper Blue-concerten opgenomen, al waren het voor Mould in die begin jaren negentig zware songs om live te spelen. In zijn biografie is te lezen dat tijdens het Europese tour die Sugar gaf (onder meer het legendarische concert in een volgestampte Brixton Academy in Londen) de intensiteit van de Beaster-songs Mould overviel en hij tien advils per dag nodig had om de songs te kunnen blijven spelen. Oververmoeidheid en een door oud-Hüsker Dü-leden Norton en Hart opgestarte lawsuit over te verdelen Hüsker Dü-geld en een uit te brengen livealbum (The Living End), dat Mould eigenlijk niet uitgebracht wilde hebben, eisten hun tol.

sugar3De band nam vervolgens een break na de dik twee jaar toeren die gepaard ging met het succes van zowel Copper Blue als Beaster. Mould ging nieuwe songs schrijven en probeerde deze tijdens een solotour uit. Ook produceerde hij gedurende deze ‘vrije’ periode een album van de band Magnapop. Al snel moest de band de studio in omdat de platenmaatschappij (zowel het Amerikaanse Rykodisc als het Europese Creation) een nieuw album verwachtte. Mould en Barbe vertrokken naar de Triclops Studio in Atlanta (waar onder meer ook Siamese Dream van Smashing Pumpkins en Live Through This van Hole werden opgenomen) om daar de basis van het derde Sugar-album te gaan leggen. De studio was groot en bleek al snel niet de ideale plek. De band moest het ook stellen zonder Copper Blue-hulp Lou Giordano (die ten tijde van het derde album in Nederland was om het tweede album van de Friese Serenes te produceren). Er werd weken aan sound gesleuteld en het wilde maar niet lukken. Vooral het drumgeluid bleek een groot probleem: een te grote ruimte en maar geen drumimpact kunnen vastleggen. Uiteindelijk pakte Mould de tapes op en verliet de studio in Atlanta. Het had veel te veel geld gekost en niets opgeleverd. Een veel kleinere studio Meridean, dichtbij Bourne (bij Cedar Creek) bleek de plek om het album wel op te kunnen nemen. Op aanraden van nieuwe sidekick Jim Wilson begonnen ze nu op de door Mould veel gebruikte demomanier, dus startend met drumcomputers. Na enkele weken van opnemen kwam Barbe langs om in twee dagen zijn baspartijen in te spelen en zijn zang (op drie tracks) en koortjes in te zingen. Na de slechte ervaring met de grote studio in Atlanta waren Barbe, Wilson en Mould huiverig om weer met Travis te werken. Had het nu aan hem gelegen dat ze het drumgeluid niet goed kregen of aan de studio? Maar toen Travis de studio kwam binnenlopen en de eerste song inspeelde bleek het absoluut niet aan hem gelegen te hebben. Zijn drumwerk stond gelijk weer als een huis.

fuelDe opnamen werden uiteindelijk in weer een andere studio afgerond en de cynische albumtitel, F.U.E.L: File Under Easy Listening, werd bekend gemaakt. Toen op 6 september 1994 het album uitkwam waren de reacties wederom goed maar niet zo overweldigend als door de platenmaatschappij was verwacht. Duidelijk werd dat Mould voor F.U.E.L een prima serie songs had geschreven maar dat deze niet zo overtuigend waren als de songs van Copper Blue en Beaster. Daarnaast was de sound van F.U.E.L. niet zo overrompelend als op het Sugar-debuut (Mould zou jaren later zeggen dat hij gewoonweg te weinig tijd had genomen nog betere songs te schrijven). Sugar was onderhand echter zo populair geworden dat er wederom een grote tour aan zat te komen, in vaak nog grotere zalen en grote, tot zeer grote, festivals.

Er was echter een belangrijk verhaal dat er tussendoor kwam lopen en dat was een interview wat Spin magazine in gedachten had. Het was een soort van publiek geheim dat Mould homoseksueel was en Spin had met het succes van Sugar besloten dit nu publiek te maken. Eigenlijk: als jij het niet aan ons vertelt, vertellen wij het aan de wereld. Mould stemde in om zijn verhaal te kunnen vertellen en journalist Dennis Cooper (tevens bekend Amerikaans schrijver) werd de opdracht gegeven. De twee dagen die Cooper bij Mould en zijn toenmalige vriend mocht doorbrengen waren aangenaam en het officiële interview leek dat eveneens. Het artikel dat echter vervolgens in Spin verscheen, met ‘I’m Not A Freak’ als kop, was in het geheel niet het stuk dat Mould had gehoopt te zien verschijnen. Hij belde de eindredacteur maar er leek niets meer te voorkomen. Hij zou in totaal 15 jaar niet meer met Spin praten. Met het verschijnen van het stuk had Mould, die ten opzichte van zijn niet directe omgeving nog in de kast was gebleven, heel wat mensen nog wel wat uit te leggen.

Sugar1In combinatie met het zeer moeilijke traject van het opnemen van het derde album, het strakke tourschema van Sugar, dat uiteindelijk weer aanvoelde als de jarenlange en slopende tourschema’s van Hüsker Dü, was het plezier met het optreden bij Mould soms ver te zoeken. En dat terwijl het succes zo groot was. Verrassend genoeg kwam het einde van Sugar niet van Mould maar van bassist Barbe die, tijdens het begin van de op F.U.E.L. volgende tour door Amerika, aan Mould vertelde dat hij meer tijd bij zijn jonge gezin wilde doorbrengen. Nu zowel Barbe en Mould, uitgeput door het bijna twee jaar continue toeren en opnemen, besloten hadden dat het voor Sugar genoeg was, werd de rest van de tour (Amerika en nog een week Japan) naar alle tevredenheid en met veel energie afgewerkt. De laatste show die Sugar speelde was in Sendai in januari 1995.