Zoon Alex over Roy Orbison’s A Love So Beautiful
Door op 14 november 2017

Artiest: Roy Orbison
Album_title: A Love So Beautiful
Genre: Pop
Label: Sony

Huwelijken tussen pop en klassiek kunnen soms goed uitpakken. Denk aan de beste platen van Electric Light Orchestra of in Nederland Ekseption. Ook al heel lang geleden is de flirt van Procol Harum met het Edmonton Symphony Orchestra, resulterend in een liveplaat in 1972. Vaak echter worden de lijnen van de goede smaak mijlenver overschreden. Een nieuwe manier om klassiek en ‘lichte muziek’ te verbinden is in 2015 geïntroduceerd door het Royal Philharmonic Orchestra. Zij brachten toen een album uit waarop de musici de instrumentale begeleiding verzorgden bij de geïsoleerde vocalen van wijlen Elvis Presley. Dat pakte in sommige gevallen best aardig uit. Elvis immers had met name in de jaren zeventig zelf al gekozen voor een symbiose door op het podium en de plaat zowel een rockband als twee achtergrondkoren als een compleet orkest mee te nemen. Op het album If I Can Dream – en op de opvolger The Wonder Of You domineren echter de klassieke musici en is de rol van de rockmuzikanten te klein. Kwalijker nog: Elvis was niet alleen een rockzanger, maar koos zeker in bepaalde periodes van zijn carrière nadrukkelijk voor soul. Daar met name vloog het orkest uit de bocht. Hoe geschoold een musicus ook mag zijn, soul valt niet te leren. Een nummer als Kentucky Rain ontaardde zodoende in een technisch perfecte maar toch veel te klinische herbewerking.

Dit najaar ligt er een nieuw product van het Royal Philharmonic. De zanger met wiens werk het orkest zich nu inlaat, is ook allang niet meer in leven en komt uit dezelfde muzikale hoek als Elvis Presley. Het gaat om Roy Orbison. Hij begon midden jaren vijftig vrijwel tegelijkertijd met Elvis, Johnny Cash, Carl Perkins en Jerry Lee Lewis platen te maken voor Sun Records in Memphis. Waar Cash en Lewis de ‘tough guys’ waren en Perkins de uiteindelijk toch wat kleurloze outsider, deelden Elvis en Roy een voorliefde voor opera. Elvis was groot bewonderaar van Mario Lanza en Orbison liet, met name na zijn Sunperiode veel klassieke invloeden in zijn werk toe. Running Scared doet meer dan vaag denken aan Ravel’s Bolero en de uithalen van Orbison in It’s Over of Crying hadden goed in wikkekeurig welke operette gepast. De opmerking in de ‘liner notes’ van producers Don Reedman en Nick Patrick, dat bij gebleken succes van de Elvis-albums, Roy Orbison de volgende artiest op hun verlanglijstje was, komt dan ook overtuigend over. De twee ‘Philharmonic’ Elvis-albums wáren succesvol, dus hingen Nick en Dan eind 2016 aan de lijn bij ‘Roy’s Boys’.

Voor zoons Alex Orbison en zijn broers Wesley en Roy Jr. was de uitnodiging een droom die werkelijkheid werd. “Mijn vader is altijd een ‘operatic’ rock ‘n’rollzanger geweest, zegt Alex Orbison. Written in Music sprak met hem ter gelegenheid van A Love So Beautiful, zoals het 17 tracks tellende album heet.

Van meet af aan was zijn vader een purist als het op de arrangementen op zijn platen aankwam. ‘I want violins, no fiddles’, haalt Alex een gevleugende kreet van Roy aan. Hoewel ook zijn oudere broer Roy Jr. (1965) en jongere broer Wesley (1975) muzikaal actief zijn, speelt met name Alex een grote muzikale rol op dit nieuwe album. Anders dan de twee klassieke Elvisplaten namelijk is op deze ‘klassieke’ Roy Orbisonplaat gekozen voor een benadering waarin de rock nog vrij nadrukkelijk doorklinkt. “Ik koos uit zijn repertoire juist alle rockers,” zegt Alex, die op het album ook een stevig potje meedrumt op bijvoorbeeld Mean Woman Blues en Uptown.

Het orkest leidt enkele songs in met een nieuw intro (ouverture klinkt in dit verband misschien beter), zoals de minuut die voorafgaat aan albumopener In Dreams of het orkestrale opmaatje aan rocker Pretty Woman. Anders dan bij de Elvisplaten ‘wringt’ het hier nergens.

De stem van Roy ligt zeker bij die uptemponummers niet zozeer ‘op de muziek’, maar ligt erin. Dat is logisch, legt Alex uit, voor wie zich realiseert dat Roy doorgaans vrij zacht zong. Zodoende hield hij ruimte en volume over voor de echte uithalen die van veel grote ‘Orbisongs’ de climax vormden.

Dat waren de ballads waarmee Orbison vooral beroemd werd, en die als eerste vragen om een symfonische bewerking. Die nummers ontbreken hier niet: Running Scared, Crying, It’s Over en Love Hurts. Een nummer dat in dat rijtje zeker had gepast maar hier niet bij staat, is Leah. Zeventien nummers kiezen uit een immens oeuvre van 27 albums en ruim zestig singles vereiste een scherpe selectie. Toch laat de playlist van dit album, op een enkele uitzondering na, vooral de grote hits zien: “Dat is wel een bewuste keuze geweest,” zegt Alex Orbison. “Om het effect van deze nieuwe versies over te brengen, moet je kiezen voor nummers waar mensen vertrouwd mee zijn.”

Toch zijn enkele niet al te voor de hand liggende keuzes gemaakt. “Het ging op een zeker moment tussen Pretty Paper en She’s A Mystery To Me.” Dat laatste, mede door Bono geschreven nummer, spreekt een jongere generatie meer aan dan de door Willie Nelson geschreven hit uit 1963 die uiteindelijk heeft ‘gewonnen’. Roy: “Bij het maken van de finale keuzes was het wel makkelijk dat ik dat heb gedaan met in mijn achterhoofd een deel 2, waarvan ik hoop dat dat in navolging van de Symphonic Elvis-platen ook gaat verschijnen.”

De opnames van het orkest zijn gemaakt in Studio 2 van Abbey Road, waar menig klassiek rockalbum werd opgenomen, maar dat toch vooral faam verwierf als ‘de huiskamer van The Beatles’. Lijntjes tussen The Beatles en Orbison zijn er verschillende geweest. Zo had de tweede Beatles-single Please Please Me aanvankelijk veel langzamer op Roy geïnspireerd arrangement en speelden ze bij hun allereerste BBC-radiosessie in maart 1962, een halfjaar voor hun eerste plaat, Roy’s toenmalige hit Dream Baby. Aan het eind van zijn leven werkte Roy samen met George Harrison in The Travellin’ Wilburys. Alex was pas dertien toen zijn vader in 1988 overleed, maar kent de nog levende Beatles goed. Zo was hij met zijn gezin uitgenodigd op de verjaardag van Ringo, maar juist op die dag werd Alex in Londen verwacht voor een laatste opname. Terwijl hij zich in de studio inspande om de plaat tot een goed einde te brengen, floepten op zijn telefoon selfies binnen van alle vrienden en bekenden op Ringo’s feestje.

De 42-jarige nazaat van een van de grootste rockhelden ziet er de lol wel van in. “Zelf ben ik er als drummer van mijn eigen band helaas nooit in geslaagd platen te verkopen, gelukkig kan ik er nu aan bijdragen de nalatenschap van mijn vader verder te verspreiden.” Dat deed Alex al door enkele compilaties van zijn vaders werk te begeleiden, volgend jaar verschijnt er een film over Roy’s leven waarbij hij en zijn broers betrokken zijn. Dit jaar heeft hij ervoor gewaakt dat de ‘partituurclan’ niet met het werk van zijn vader aan de haal is gegaan. Dat siert hem.

Written in Music Nieuwsbrief