Twaalf jaar Doves
Door op 30 maart 2010

Engeland eind jaren negentig. De Britpophausse was al weggeëbd en de indiepop leek in de media en in de clubs meer en meer ruimte te moeten maken voor big beats, drum ‘n bass en R&B. Werd er eigenlijk nog wel relevante indiepop en –rock in Engeland gemaakt? Natuurlijk, al waren de tijden voor de gitaarmuziek wat bleek, Engeland bleef natuurlijk wel Engeland. Eind jaren negentig bracht Doves, uit de regio Manchester, twee ep’s uit: Cedar EP en de Sea EP. Beide platen verschenen op Casino, dat gelieerd was aan Joy Division- en New Order-manager Rob Gretton. Prachtige sfeervolle en licht psychedelische platen waarin melancholie, geluidseffecten en pop appeal de dienst uitmaakten.

Doves bestond uit Jimi Goodwin (bas/zang), Andy Williams (drums/zang) en Jez  Williams (gitaar). Het drietal had begin jaren negentig als Sub Sub al enige naam gemaakt met de dance tracks Space Face en Ain’t No Love (Ain’t No Use). Het grote succes bleef uit en Sub Sub moest het in de annalen van de lokale popmuziek dan ook afleggen tegen vele andere grootheden uit Manchester en omgeving.

Lost SoulsRond 2000 keerde het tij. Het drietal werkte mee aan het succesvolle debuutalbum (Mercury Prize) van Badly Drawn Boy en trok hierna op indrukwekkende wijze de aandacht met de debuutelpee Lost Souls. Doves bracht wederom een weldadige mix van indie en psychedelica, met een zweem van triphop. De eerder verschenen ep-tracks kwamen nu ook voor een groter publiek binnen bereik en de sterke singles Catch The Sun en Here It Comes kleurden de plaat verder. Aangevuld met effectieve en sfeervolle albumtracks was een nieuwe klassieker uit Manchester geboren.

Succesvol

Adel verplichtte. Doves was snel een naam van betekenis geworden en het was zaak voor de band met een sterke en tijdige opvolger te komen. Hoewel The Last Broadcast (2002) het debuut niet overtrof, was het wel een sterke en uitermate succesvolle plaat (nummer een in Engeland) waarop zelfs een top 3-hit stond: There Goes The Fear. Wederom bewees Doves emotionele en muzikale diepgang te kunnen koppelen aan een vrij toegankelijke, zij het melancholieke, sound.

Ook met Some Cities (2005) wisten de heren de top van de Engelse albumlijst te bereiken. De titeltrack was een fraai staaltje Noord-Engelse Motown en met Snowden, The Storm en Almost Forgot Myself schotelde Doves een drietal pareltjes vol ingetogen dramatiek en grote klankenrijkdom voor.

Meesterwerk?

Net als bij The Last Broadcast verloor het album gaandeweg iets aan spanning en opwinding waardoor de vraag ‘wanneer komt het echte meesterwerk?’ bleef staan. Doves had de potentie van The Stone Roses, al bezat de band duidelijk minder groove, maar toch, ondanks de ijzersterke platen leek de band zijn top nog niet te hebben bereikt. Of hadden de heren misschien toch reeds met het debuut Lost Souls gepiekt?

Kingdom of RustPas in 2009 verscheen Kingdom Of Rust. Dit album toonde in ieder geval aan dat Doves nog steeds boeiende en geestverruimende muziek kon maken. De plaat was geen meesterwerk maar was wel van hetzelfde hoge niveau als de drie voorgangers, en dat was al heel wat. Het titelnummer, met de mooie clip vol Noordwest-Engelse landschappen, was een soort Britse Americana en met het zorgvuldig opgebouwde Jetstream maakte de band een buiging naar onder meer Kraftwerk en New Order.

De Balans

In 2010 maakt Doves de balans op van twaalf  jaar platen maken. The Places Between is een zorgvuldig geselecteerde en opgebouwde reeks songs die staat als een huis. Het album combineert een flink aantal singles met ep- en elpeetracks als The Cedar Room, Sea Song en 10:03. Ook de nieuwste single Andalucia is present, en dit blijkt een lekkere uptempo track, die een frisse wind over dit overzicht vol bekende songs doet waaien.

The places betweenNaar verluidt gaat Doves het na de zomerfestivals (waaronder Isle of Wight) een tijdje rustig aan doen. En dat terwijl de heren Kingdom Of Rust nog steeds live moeten komen brengen op het Europese vasteland. De optredens van 2009 en 2010 vonden allen elders plaats, wat toch vrij opvallend te noemen was. Voorlopig moeten we het dus doen met herinneringen aan bijvoorbeeld de Melkweg in 2002 en niet te vergeten de platen die The Places Between gevoed hebben en deze mooie verzamelaar mogelijk maakten.