The Virgin Story deel 1: 1970-1982
Door op 21 november 2013

Label: Virgin

Hoe kwam je in het Engeland van 1970 als ware muziekliefhebber aan spannende platen? Dat was nog niet zo gemakkelijk. Platenwinkels waren er niet zo gek veel. Veelal was men aangewezen op winkels voor muziekinstrumenten of audio-apparatuur. Die hadden vaak wel wat rekken ingeruimd voor de populairdere albums en singles. Maar de keuze bleef doorgaans beperkt. Voor een elpee vroeg men bovendien al gauw 2 pond, een behoorlijk bedrag in die tijd. Zeker als je nog studeerde of een simpele baan had.

Richard Branson en Nik Powell, net 20 jaar, zagen een gat in de markt. Het duo had al wat ondernemerschap getoond met het opzetten van het magazine Student en om dit medium te kunnen bekostigen was een constante geldstroom nodig. Branson en Powell stortten zich op een nieuwe markt: die van afgeprijsde mail order-platen. In andere woorden: het tweetal meende traditionele winkeliers de loef af te kunnen steken met een breder, dieper en vooral goedkoper vinyl-assortiment. De voor hun activiteiten bedachte naam Slipped Discs hield niet lang stand. Virgin Mail Order leek, mede gezien de onervarenheid van Branson en Powell, een veel betere naam. Aldus was een merk geboren.

Virgin storeDe markt voor albums groeide en groeide en dankzij advertenties in hun eigen Student en later ook in Melody Maker floreerde de platenhandel van Branson en Powell al snel. Vanaf 1971 raakten de zaken in een stroomversnelling. Door een langdurige staking bij de posterijen zag het duo zich genoodzaakt een outlet te regelen voor hun handel. Ze vonden een winkelpand op Oxford Street in Londen en dat werd de eerste Virgin winkel. Hier kon je je op een zitzak laten vallen en met een koptelefoon naar de nieuwste en spannendste muziek luisteren. Van regionale helden als Caravan tot Duitse pioniers als Can. De winkel van Virgin was een ware hang out voor muziekfreaks. De dadendrang van vooral Richard Branson kende weinig grenzen en al snel volgden filialen in andere steden.

Met de komst van Simon Draper, een neef van Branson uit Zuid-Afrika, kreeg Virgin een extra inpuls. Draper stond open voor nieuwe muziek en kende, zeker vergeleken met Branson, ook veel meer muziek. Als inkoper plaatste hij geregeld advertenties in de Melody Maker om de nieuwste Virgin-platen te promoten. De respons was zonder uitzondering groot. Het leek niet uit te maken wat Virgin aanbood, er was altijd vraag naar.

Voor Richard Branson was het verhaal echter pas compleet als er ook een heuse opnamestudio beschikbaar was en Virgin het hele proces van opname tot verkoop kon beheren. Natuurlijk kwam die studio er ook snel, al in 1971: The Manor, een groot zeventiende eeuws huis niet ver van Oxford. Een residential studio, volledig overeenkomstig de toen heersende trend.

Tubular Bells

1973 was het jaar van Virgins doorbraak. De markt voor pop- en rockalbums was groter en groter gegroeid. Bowie’s Aladdin Sane was hot. De rode en blauwe verzamelaars van The Beatles kwamen uit. Pink Floyd en Led Zeppelin verkochten als een tierelier. Ook Virgin bracht dat jaar een ware klapper uit. Tijdens sessies in The Manor hadden producers Tom Newman en Simon Heyworth een nieuw talent ontdekt. Een verlegen, wat depressieve gitarist van nog geen twintig die interessante demo’s had gemaakt: Mike Oldfield. Newman en Heyworth wilden absoluut een plaat maken met hun ontdekking en lieten kort hierna apparatuur aanrukken voor een opnamesessie. Op het laatste moment werd op verzoek van Oldfied een setje buisklokken, afkomstig uit het instrumentarium van John Cale, toegevoegd.

Mike Oldfield - Tubular BellsHet resultaat van de inspanningen, het album Tubular Bells werd op 15 mei 1973 uitgebracht met het futuristische labelnummer V2001. Oldfield had een tweedelig 49 minuten durend symfonisch stuk gecreëerd dat folk, neoklassiek en rock combineerde. Virgin toonde aan lef te hebben en zich niet te laten insnoeren door conventies. Tubular Bells bleek een echte sleeper en via John Peel en veel mond-tot-mondreclame bereikte de plaat uiteindelijk in 1974 de eerste plaats. Uiteindelijk zou het baanbrekende werkstuk van Mike Oldfield meer dan vijftien miljoen keer over de toonbank gaan.

Midden jaren zeventig kon je Virgin-releases vaak gemakshalve scharen onder de naam progressive rock. Excentriciteit vond een thuis bij Virgin, alhoewel ook traditionelere muzikanten als Kevin Coyne en Link Wray onderdak kregen bij Branson en consorten. Cruciale releases waren in die tijd Rock Bottom van Robert Wyatt en Flying Teapot van het Frans-Britse Gong, een band met Daevid Allen (ex-Soft Machine) en Steve Hillage in de gelederen. Vanaf 1974 kwam er flink wat geld binnen dankzij Phaedra van het Duitse Tangerine Dream, een plaat die meer dan honderdduizend keer verkocht werd. In 1974, 1975 laafden duizenden tieners en twintigers zich aan de Moogs en mellotrons van de West-Berlijnse band.

Reggae en de Sex Pistols

U-Roy - Dread In A BabylonDankzij het succes van Tubular Bells (en Phaedra) kon Virgin blijven investeren in ‘andere’ muziek. Ook reggae vond een plek bij het label. Niet alleen Engeland bleek een afzetmarkt voor reggae, ook in Nigeria bleek er een enorme vraag te zijn naar plaatwerk uit Jamaica. Als distributeur kon Virgin goed verdienen. In 1976, 1977 maakte men een klapper met Legalize It en Equal Rights, de eerste twee albums van ‘Minister of Herb’ Peter Tosh. Ook eigen releases deden ertoe: U-Roy’s Dread In A Babylon (1975) was een van dé reggae-albums van 1975, 1976. Onder eigen naam en op het sublabel Frontline zou Virgin in de latere jaren zeventig nog veel meer reggae uitbrengen, waaronder werk van relevante namen als Abyssinians, Althea & Donna, Gregory Isaacs en Sly Dunbar. Het was Richard Branson en consorten serieus: in 1978 reisde een Virgin-delegatie speciaal naar Jamaica om nieuwe namen te tekenen.

Toch leken in 1976 de vette jaren even voorbij voor Virgin. Het werd tijd om de samenwerking met een aantal acts te stoppen, een grote naam aan te trekken en ook nieuwe, jongere bands te contracteren. Met opkomende bands als The Motors had Virgin succes (vooral dankzij de gloedvolle single Airport). 10CC en de Rolling Stones hadden echter geen trek in een samenwerking. Het was geen grote band die Virgin weer helemaal terug aan het front zou brengen. Nee, daarvoor was een hoogst controversiële groep verantwoordelijk: de Sex Pistols. Dit viertal had op de podia en ook in de media flink huisgehouden het afgelopen jaar. Hun opruiende Anarchy In The UK was in 1976 nog op EMI uitgekomen maar in maart 1977 tekende de band voor de poorten van Buckingham Palace voor A&M. Die samenwerking hield echter nog geen week stand. De Sex Pistols waren continu omgeven door onrust, geweld en ruzie en A&M trok de handen af van het explosieve kwartet. Virgin daarentegen zag zijn kans schoon.

Sex Pistols - Never Mind The Bollocks1977 – the year punk broke – was zowel voor de popmuziek als voor Virgin zelf een soort Year Zero. Vanaf dat jaar sloeg het label in volle vaart andere wegen in. De release van het Sex Pistols-debuut Never Mind The Bollocks was een gebeurtenis met een enorme impact. Zowel de muziekindustrie als de Engelse maatschappij konden niet om dit explosieve visitekaartje heen. Richard Branson wist donders goed hoe hij het maximale uit de Sex Pistols kon halen: niet alleen organiseerde hij een provocerende boottocht met de band op de Theems, tijdens het jubileum van koningin Elizabeth, hij decoreerde in november van dat jaar ook de hele winkel in Oxford Street met doeken, posters en elpees van de Sex Pistols.

De postpunkgeneratie

Hoewel de punkexplosie dus ook voor Virgin cruciaal was gebleken, verkocht het label toch niet bijzonder veel punkplaten. Wat verkopen betrof bleef de punk een relatief marginaal genre binnen Virgin. Het Frontline label leek bovendien een aflopende zaak. In 1982 sloot Virgin wel een deal met het al aardig bekende UB40, zodat de reggae toch nog een rol bleef spelen binnen de discografie. Het ging hier om een distributiedeal want UB40 bleef zijn muziek uitbrengen op het eigen DEP International. Vanaf 1977, 1978 tekende Virgin vernieuwende en veelbelovende bands als XTC, Magazine, PiL, The Members, Skids en Flying Lizards. Deze postpunkgeneratie leek meer toekomst te bieden dan de punk zelf.

XTC - Drums And WiresMagazine, met ex-Buzzcock Howard Devoto achter de microfoon en op gitaar de invloedrijke John McGeoch, was zonder meer een van de meest toonaangevende postpunkbands tussen 1979 en 1981. De band liet horen meer te kunnen bieden dan een paar akkoorden en schroomde er niet voor synthesizers in te zetten. Een drietal fascinerende en rijke albums was het resultaat: Real Life (1978), Secondhand Daylight (1979) en The Correct Use Of Soap (1980). Minstens zo invloedrijk was natuurlijk John Lydons nieuwe band PiL. Samen met Keith Levene (gitaar) en Jah Wobble (bas) was Lydon verantwoordelijk voor de compromisloze albums First Issue en het legendarische Metal Box (ook bekend als Second Edition), platen vol zware bassen, vervreemdende sferen en stream of consciousness vocalen.  Flowers Of Romance, opgenomen na het vertrek van Jah Wobble, was in 1981 zo mogelijk nog tegendraadser: drums, tape loops, gitaar en een spaarzame synthesizer maakten de dienst uit. Ook het uit Swindon afkomstige XTC was een aanwinst voor de popmuziek. Na een tweetal leuke albums vol nerveuze, slimme pop vond de band uit Swindon met Drums And Wires (1979), Black Sea (1980) en English Settlement (1982) zijn vorm. Songschrijvers Andy Partridge en Colin Moulding opereerden op hoog niveau en zouden tot ver in de jaren negentig ijzersterke platen blijven afleveren. Aan het single-front bleef het behelpen voor XTC, al ontwikkelden Making Plans For Nigel, Senses Working Overtime en Dear God zich tot klassieke, eigenwijze radiohitjes.

Moneymakers van de vroege jaren tachtig

Toch moesten Richard Branson, Nik Powell en Simon Draper in 1979 weer nodig om de tafel zitten. De platenmarkt was na 1978 ingezakt en Virgin had nieuwe geldstromen nodig om te kunnen doorgaan. In 1980 en 1981 zocht het label naarstig naar nieuwe money makers.

Na een creatief interessante maar commercieel karige periode ging vanaf 1982 de kassa echter weer hard rinkelen voor Virgin. De uitvloeisels van de new wave en postpunk kregen ineens het label ‘New Pop’ en de brug naar de hitlijsten werd steeks vaker geslagen. De Simple Minds hadden met Empires And Dance in 1980 indruk gemaakt: een experimentele, donkere maar soms ook dansbare plaat, gevoed door krautrock, avant garde en reizen door continentaal Europa. Eenmaal bij Virgin stelden de Schotten niet teleur en brachten ze eerst de uitstekende dubbelaar Sons And Fascination/Sister Feelings Call uit en vervolgens, in 1982, de klassieker New Gold Dream, met daarop de hit Promised You A Miracle. New Gold Dream was kleurrijk, klonk warm en was een machtige exponent van een creatieve hausse in de alternatievere pop die zich in 1982 ontrolde. Het album zou van grote invloed zijn op U2’s The Unforgettable Fire dat twee jaar later uitkwam.

Human League - DareVirgin had begin jaren tachtig contact gelegd met Bob Last, manager van de synthesizergroep The Human League, uit Sheffield. Die band had met Being Boiled een undergroundhit gescoord en leek de moeite waard om te volgen. Toen Ian Craig Marsh en Martyn Ware de band begin jaren tachtig verlieten en Heaven 17 oprichtten, had Bob Last ineens twee bands in de aanbieding. Virgin hapte toe. Heaven 17 zou honderdduizend exemplaren verkopen van hun debuut Penthouse And Pavement uit 1981. Dat was echter niets vergeleken met vijf miljoen keer dat Dare van The Human League, ook uit 1981, over de toonbank zou gaan. De ‘nieuwe’ Human League zonder Marsh en Ware, maar mét twee nieuwe, gezichtsbepalende zangeressen en oerlid Phil Oakey aan het front, was de perfecte mix van pop en electronica. Het cliptijdperk was net aangebroken en mede dankzij de nieuwe media ontwikkelde de single Don’t You Want Me zich tot een internationale hit. Het was niet de enige klapper op Dare: ook Open Your Heart, The Sound Of The Crowd en Love Action waren bonafide hits. Dare opende nieuwe wegen en bracht de synthesizers definitief de hitlijsten binnen.

De successen van Simple Minds en The Human League vormden voor Virgin het begin van een glorieuze periode waarin het label jarenlang de hitlijsten wist te domineren met de meest uiteenlopende muziek. Er was heel wat veranderd sinds de mailorders, Mike Oldfields Tubular Bells en de progessive rock van Virgins beginjaren.

Lees meer: