The Dutch / Tent / W.A.T.
Door op 15 juni 2011

Deel 17 in de reeks Postpunk Nederland, een serie artikelen over interessante Nederlandse bands die opkwamen na de punkgolf van 1977, 1978. Eigenzinnige, vaak ondergewaardeerde bands die blijvend applaus verdienen. Deze week drie bands: The Dutch, Tent en W.A.T.

The Dutch

This Is WelfareEind 1983 komt een vrij onbekende band de Top 40 binnen met de fraaie single This Is Welfare. Een mooi geproduceerde melodieuze song, met intelligente teksten en een fretloze bas die de aandacht grijpt. Zonder meer een lichtpunt in de hitlijsten. De band komt uit Amstelveen en heet The Dutch. De single, terug te vinden op de mini-elpee This Is Welfare klimt tot de vijfentwintigste plaats en de naam van The Dutch is gevestigd. De band lijkt geïnspireerd door onder meer Japan, XTC en Joe Jackson maar heeft zeker een sterk eigen geluid.

De band, bestaande uit Hans en Bert Croon, Klaas Jonkmans en Jan de Kruijf, wordt in 1979 opgericht. Het eerste plaatwerk verschijnt in 1980 met een bijdrage op de verzamelpee Groeten Uit Amsterdam, het nummer Better Than The Movies. Via een sessie voor de VARA’s Popkrant krijgt The Dutch in 1981 meer naamsbekendheid. Hoewel er interesse van Red Bullet/CNR is, slagen de partijen er niet in tot een deal te komen. In 1982 brengt de band in eigen beheer de mini-elpee Working In Los Alamos uit. Het prima Nous Sommes Très Petits combineert straffe drums en piano en werd al eerder opgenomen, in november 1981. Working In Los Alamos 1 & 2, komen voort uit een opnamesessie in de VARA-studio uit mei 1982. De teksten zijn tekenend voor het grimmige tijdsgewricht: “progress gets us nowhere”, “damage is near”. De mini-elpee kent ook twee live-nummers, opgenomen in Bergen op Zoom, in juni 1982: New Words en het indrukwekkende Might Is Always Right.

Working In Los AlamosDe plaat komt niet bovengronds en The Dutch blijft relatief onbekend. Toch maakt de groep naam met haar live-optredens en sociale en politieke engagement. In oktober 1983 speelt The Dutch met onder meer het Klein Orkest voor een enorme massa op het Malieveld in Den Haag tijdens de anti-kernwapendemonstratie. Kort hierna komt This Is Welfare de Top 40 binnen en wordt de groep landelijk een stuk bekender. The Dutch speelt regelmatig in Paradiso en de Melkweg en mag zelf een keer in het Utrechtse Vredenburg als voorprogramma van Elvis Costello optreden, een hoogtepunt in de live-carrière van de band.

De opvolger van de This Is Welfare-mini verschijnt in 1985 bij Epic: Under The Surface. Muzikaal houdt de band het toegankelijk, een verzorgd geluid met wederom een grote rol voor fretloze bas en piano maar nu ook ruimte voor synthesizer, saxofoon en marimba. De teksten van Hans Croon zitten echter vol vertwijfeling, zo blijkt al direct uit de pakkende opener: “In my head there’s a doubt that never ends”. Croons fascinatie met de Europese cultuur (en schrijvers als Brecht en Kafka) krijgt vorm in het klassiek aandoende Another d’Artagnan (A European Song), maar ook hier slaat de vertwijfeling toe:

“Dark, darkest clouds
Close as shrouds
Brew together ‘round
Old established forces
In castles alongside the Rhine
Sultry air
Rage and despair come together there
On those poisoned landscapes
Behind plush drapes”

The Dutch-artikelVinyl besteed flink aandacht aan The Dutch in mei 1985 en bespeurt een onderlaag in de band, een “heilig vuur” dat echter in een “halfslachtig niemandsland” blijft steken. “Ze moeten zich maar eens echt zo kwaad maken als ze van binnen zijn…” De band wordt verder geadviseerd op te komen voor de eigen pretenties. Het is beter om goed op je bek te vallen dan voor altijd rond te lopen met het labeltje ‘integer’. Het devies van Vinyls Joost Niemöller: “Koop deze plaat. Maak The Dutch beroemd en kijk dan eens wat er gebeurt”.

Aan Epic zal het niet liggen. De platenmaatschappij trekt twee singles van de elpee. Het trage en typerende Another Sunny Day krijgt terecht airplay en wordt in het voorjaar van 1985 ook een klein radiohitje. Het vrij rechtlijnige, maar overtuigende America, verschijnt later dat jaar zelfs nog in een dance-mix maar verkoopt minder. Helaas, ook in 1985 wordt de band niet beroemd.

The Dutch verstrekt zich met Klaas ten Holt maar brengt geen nieuwe plaat uit in 1986. Wel levert Hans Croon, samen met Petra Lugtenburg, een bijdrage aan het project La Grande Parade van Henk Hofstede.

In 1987 houdt The Dutch ermee op. De band gaat zonder Ten Holt, maar met Petra Lugtenburg verder als Siobhan. Deze band scoort eind jaren tachtig enkele bescheiden hitjes maar is uiteindelijk geen lang leven beschoren. Ondanks gebrek aan commercieel succes heeft The Dutch dankzij This Is Welfare en in iets mindere mate Another Sunny Day Nederlandse muziekgeschiedenis geschreven. Een typische band van de jaren tachtig, met een mooi geluid dat nog lang mee kan.

Tent

Tent-artikelTent, uit de regio Kennemerland, maakt meerstemmige new wave, ondersteund door ritmetapes en wordt begin jaren tachtig opgepikt door de media hetgeen leidt tot radio-optredens voor Rocktempel (KRO) en Spleen (VPRO). In het najaar 1983 maakt de band – inmiddels versterkt met een drummer – in Heemstede opnames met producer Frank Klunhaar. Klunhaar werkte onder meer met met MAM, Lancee en De Dijk en is tevens actief is bij VARA’s Popkrant. De zang en toetsenpartijen in Tent komen van Tjebbo van Dijk en Anja Biemold. Karel van Dijck speelt bas én gitaar en de stevige drums komen van Kees Wassenaar. De opnamen in Heemstede resulteren in een titelloze ep die in december van dat jaar op het label Wereld Rekord wordt uitgebracht. Overigens zijn de teksten en vormgeving van de hand van manager Max van Aerschot. Van Aerschot is tevens werkzaam als architect en is verantwoordelijk voor de verbouwing van de voormalige jongensschool Het Patronaat tot het Haarlemse poppodium met dezelfde naam.

De muziek van Tent is soms klinisch en mechanisch, dan weer sfeervol en mysterieus. Meerstemmige zang, straffe ritmes en sfeervolle synths domineren op de ep van de band. Opener Distances laat interessante percussie horen, terwijl het snelle en uiterst sfeervolle Rome romantischer van toon is. Dat geldt ook voor het stemmige, pakkende Miles And Miles, dat verdient een radiohit te worden.

You Will FallTent toert in het voorjaar van 1984 met labelgenoten MAM en Mekanik Kommando door Nederland onder de Wereld Rekord-vlag maar breekt nog niet door. Tijd voor een tweede plaat derhalve. Wederom onder leiding van Frank Klunhaar neemt Tent een tweede mini-album op dat in 1985 verschijnt: Uncertain And Wild. De plaat opent overtuigend met het titelnummer dat klinkt als een stevige variant op Japan. In Crawl Over zijn het verbeten vocalen en mechanische beats die de dienst uitmaken terwijl in de single The Boys melodieuze zang- en toetsenlijnen gekoppeld worden aan typische Tent-dwarsheid. Hitgevoeligheid kan het nummer niet ontzegd worden, al is alles relatief. You Will Fall ging Uncertain And Wild voor als single in 1984 en doet bij vlagen wat denken aan John Foxx, al geeft de band ontegenzeggelijk een eigen draai aan het nummer.

Uncertain And WildDe band staat in mei 1985 voor zo’n tienduizend man op het Bevrijdingsfestival in Haarlem, met onder meer Jo Lemaire en The Thought, voortgekomen uit The Rousers, en stevig aan de weg timmerend. Dat laatste kan helaas niet meer van Tent gezegd worden want in 1985 valt de band uiteen. Anja Biemold verlaat de groep en de activiteiten van Tent komen op een laag pitje te staan.

In 1986 duiken Karel van Dijck, Kees Wassenaar en Tjebbo van Dijk onverwachts weer op. Het drietal levert met enkele gasten een bijdrage aan het album La Grande Parade, een initiatief van Henk Hofstede van The Nits. Op La Grande Parade krijgen artiesten de kans om muziek te schrijven bij een door henzelf uitgekozen schilderij. La Petite Blonde Au Parc Des Attractions van Joan Miró is het schilderij waar de leden van Tent voor kiezen. De muziek komt van Tjebbo van Dijk en klinkt verrassend anders dan de platen van Tent: traditioneler, organischer en op een klassieke manier theatraal. Dit kan deels op het conto geschreven van John Oomkes, die de tekst levert, en Jan Tekstra, die een bugel bespeelt.

La Petite Blonde Au Parc Des Attractions
zal het laatste levensteken van Tent blijken. In feite bestaat de band al niet meer. Het uitblijven van succes – het label Wereld Rekord wordt bovendien opgeheven – lijkt achteraf de voornaamste oorzaak.

W.A.T.

W.A.T-artikelDe Engelse punkgolf is voor Ad van Meurs uit Gemert een eye opener. De piano kan aan de kant. Ook de stoffige folk behoort vanaf nu tot het verleden. Van Meurs wordt gitarist in de punkrockband Bleistift. Het zijn opwindende tijden. Van Meurs duikt in het kroegleven waar iedereen een mening heeft over van alles en nog wat. Zijn leven raakt in een stroomversnelling. Hij is gedreven, schrijft liedjes en richt in 1982 W.A.T. (World According To) op.

“Alles moest zoveel mogelijk monotoon zijn”, vertelt Van Meurs later. “Ik kreeg te horen dat een refrein helemaal uit de tijd was. Daar werd heftig over gediscussieerd. Het ‘juiste’ geluid van de snare drum lokte ook enorme discussies uit. Daar werd een week over gepraat! Maar niemand had het over de muziek, of over zeggingskracht. Een heel rare tijd, maar er werd wel definitief afgerekend met de gezapigheid in de muziek.”

DefreezeW.A.T. bestaat uit Van Meurs (gitaar, zang), zijn partner Ankie Keultjens (toetsen, zang) en Frank van Nieuwenhof (bas). W.A.T. valt op doordat de band de synthesizer aan een meer traditioneel (slide)gitaargeluid te koppelt. De groep trekt de aandacht van het Plurex-label en neemt in de zomer van 1983 in de Arnold Mühren-studio in Volendam de mini-elpee Defreeze op. De toegankelijke, swingende en sfeerrijke synthesizerpop, mooi gezongen door Ankie Keultjes en smaakvol omlijst door Van Meurs’ gitaarspel levert een aantal mooie nummers op.

Het prima Defreeze wordt gedragen door bas en een zenuwachtige toetsenlijn. In Art Lovers onttrekt Ankie Keultjens over een lekker deinend ritme op gepaste momenten weer precies de juiste geluiden aan haar synthesizer en stembanden. Halverwege duikt de karakteristieke gitaar van Van Meurs op. Een gouden combinatie. Famous is een gangbare, zij het prettig in het gehoor liggende, new wavetrack met wat meer nadruk op de drumcomputer. Ivanhoo kent een goede drive en vermengt met speels gemak elektro met ritmegitaar. Wederom is het de zang van Keultjens die het nummer extra cachet geeft.

W.A.T. is al snel redelijk succesvol: begin september 1983 mag het trio aantreden op het festival Pandora’s Music Box in De Doelen in Rotterdam. In diezelfde Doelen spelen dat weekend Siouxsie & The Banshees, Nick Cave & Die Haut en Fad Gadget. Niet slecht. De band treedt regelmatig op, en doet daarbij ook het buitenland aan zoals het festival Musiques de Traverses in Reims.

WeEind 1984 neemt W.A.T. de eerste ‘volwaardige’ elpee op: We. De band werkt hiervoor samen Toon Bressers van Nasmak, en Wally en Rob van Middendorp namens het label Plurex. De beste nummers staan keurig vooraan op de plaat. Het uptempo Wax kent geen climaxen maar weet bij vlagen wel een hypnotiserend effect te sorteren. The Captain wordt voortgestuwd door een subtiel pompende bas maar kent ook enkele melodieuze passages waar ijle toetsenlijnen voor een melancholieke sfeer zorgen. Hossa is een vlotte, licht experimentele instrumental met tintelende gitaren, stemeffecten en extra percussie die aangeeft dat W.A.T. zich niet in een keurslijf laat dwingen. Sterke gitaarlijnen over een stevige electronische beat maken vervolgens van Thx een nummer met smoel. Toch weet W.A.T. niet een elpee lang te overtuigen; de tweede helft van de plaat is in aanzet goed maar de composities overtuigen minder.

De inspiratie blijft vloeien en in de zomer van 1985 neemt W.A.T. in Eindhoven, onder leiding van ex-Nasmak-bassist Theo van Eenbergen een nieuwe mini-elpee op. De muziek op Thin Blue Notes verschuift verder van de synthesizerwave naar folk en roots. Nummers als Heartbreak To Weld en Summer And The Empty Playground zijn bluesy folksongs en staan behoorlijk ver van het werk op Defreeze van twee jaar eerder. Duidelijk wordt dat Ad van Meurs veel te melden heeft qua gitaarspel. Het titelnummer kent dubbelgelaagd gitaarwerk, waarbij akoestische gitaar voor een goede drive zorgt. Het beste nummer van de plaat staat overigens volledig op zichzelf: Eager is een fraai staaltje eigentijdse indiepop dat het verdient om de Amerikaanse college-stations te bereiken.

De vierde plaat van W.A.T. zal nooit het levenslicht zien en de band stopt definitief in1988. Ad van Meurs richt zich meer en meer op rootsmuziek en zal als The Watchman meer dan tien albums uitbrengen die zowel in binnen- als buitenland veel waardering oogsten.

Volgende artikel Postpunk Nederland: Toylets / Serenes
Voorgaande aflevering Postpunk Nederland: The Nits (deel 2)

Written in Music Nieuwsbrief