Take Root 2014: De glorieuze terugkeer van Slobberbone!!!!
Door op 15 september 2014

Gig_title: TakeRoot 2014
Genre: roots, rock, alternative, pop
Loc_venue: De Oosterpoort
Loc_city: Groningen
Loc_country: Nederland

Na een lange en slopende treinreis kwam ik eindelijk aan bij De Oosterpoort in Groningen. Take Root 2014, daar gaan we dan! Er waren winkels aanwezig, die nieuwe- en tweedehands muziek verkochten, er waren signeersessies, er was drank en er was eten. Uiteraard was het allemaal gethematiseerd rond de roots/americana lifestyle. Al deze “randzaken”zijn leuk en aardig, het ging natuurlijk om de muziek.

HellshovelDe Canadese band Hellshovel opende het festival in de foyerzaal. Deze jonguitziende band speelt zomerse garagepop met een zanderig woestijnrandje. De zang klinkt schel en de band komt niet echt zelfverzekerd over. Ook zijn er wat technische problemen. Hoe dan ook niet onaardig als openingsband, voor al dat moois dat nog moest komen.
Dat moois kwam er bij de tweede act gelijk al, Ethan Johns maakte namelijk zijn opwachting. Deze Engelsman is de zoon van Glyn Johns, de bekende producer van onder andere Led Zeppelin.  Zelf produceert hij ook, waaronder platen van Ryan Adams en Laura Marling. Als soloartiest ontpopt John zich tot een groot verhalenverteller, zoals ook zijn nieuwe album The Reckoning uitstekend laat horen. Verhalen die soms somber zijn en soms grappig. Gedragen door zijn donkere stem wisselt het muzikaal tussen akoestische folk en elektrische swamp-blues ondersteunt door een drumcomputer. Na het coveren van Gillian Welch’s Revelator begint hij als een verliefde puber te vertellen over zijn bewondering voor haar en hoe eng hij het vond om met haar samen te mogen zingen, al waren het zelfs maar backing vocals. De oprechtheid- en intimiteit straalde van zijn optreden af.

De overgang van Ethan Johns naar de Amerikaan John Fullbright is dan misschien te subtiel, waar wat afwisseling misschien fijner was geweest. Beiden kenmerken zich door veelal akoestische, verhalende folk, met een tintje blues. Echter al snel blijkt dat Fullbright zich onderscheidt door een schellere stem en meer tragikomische humor en sarcasme in zijn nummers. Ook speelt een fanatiek huilende mondharmonica een grote rol. Hij toont zich ook tussen de nummers door een goed verhalenverteller; één van zijn vele verhalen gaat over een nummer dat hij schreef voor de stad St. Paul. Zijn verontwaardiging is groot als hij het nummer in de stad speelt, maar hij geen applaus krijgt. Tot zijn grote schrik bleek dat hij niet in St. Paul was, maar in Minneapolis. Als hij even later switcht naar een elektrische piano, blijkt dat hij niet alleen mooi gitaar kan spelen, maar ook fanatiek de toetsen te lijf gaat. Na deze rauwe pianoblues gaat het dak eraf, waarna hij terugkomt voor een welverdiende toegift.

Heel wat anders is Jack Oblivian & The Sheiks. Oblivian heeft onder andere een cultstatus verworven spelend in de Oblivians. Zijn zijprojecten kenmerken zich door veelzijdigheid, variërend van rammelende bar-rock tot rauwe elektrische blues. Zijn recente studiowerk neigt al veel meer naar garagepop, maar vanavond slaat hij daarin wel erg door. Zonnige garagepopliedjes worden afgewisseld met golden oldies uit de muziekgeschiedenis. Zo wordt bijvoorbeeld I Can Help van Billy Swan gecoverd. Er zijn genoeg toeschouwers die dit een gezellig en vooral herkenbaar tussendoortje vinden. Persoonlijk heb ik liever dat hij het oorsmeer uit je oren speelt. Volgende keer beter, Jack?

Smoke FairiesDan wordt het tijd om te eten…..eten kost tijd op Take Root, maar een volle maag is natuurlijk ook belangrijk. Grotendeels komt dit omdat gerechten ter plekke vers bereidt worden. Recht voor je neus. Een burrito met versgebakken inhoud duurt nu eenmaal wat langer dan een frietje. Mij hoor je niet klagen,, het smaakt voortreffelijk! De bedoeling was in de kleine zaal nog een stuk van het Britse duo Smoke Fairies mee te pikken, voordat Slobberbone begon. Afgaande op de podiumopstelling, bestaande uit meerdere gitaren en -keyboards, stond daar heel wat te gebeuren. Aangezien de dames niet stipt op tijd beginnen, neem ik het onzekere voor het onzekere en kies voor een goede plek vooraan bij Slobberbone. Er waren al meerderen op dat idee gekomen en toen was het wachten begonnen……en wachten…..en wachten.

SlobberboneOok Slobberbone begon later. Op dat moment komt er iemand van de organisatie op. “Jullie worden ongeduldig hè?”, zegt hij terecht. Na een korte aankondiging begint de countryrockband uit Texas dan toch echt. Een bijzondere gebeurtenis bovendien, deze reünietour. Daarmee houdt ook gelijk het meest objectieve gedeelte van deze recensie op. De band speelde 10 jaar geleden voor het laatst in Nederland. Helaas voor degenen die graag een nuchtere sfeerweergave lezen, maar ik ben nu eenmaal megafan van deze band. De fans hadden dus lang uitgekeken en veel zin in de mengeling van country, punk, folk en meezingbare rock die deze Texanen zo fanatiek ten gehore kunnen brengen. Ze  kregen waar ze voor gekomen waren, al was het een kwartiertje later dan gepland. Vanaf het moment dat de rauwe gitaren van openingsnummer Barrel Chested de zaal in knallen zit de sfeer er al goed in en dat zou de gehele show zo blijven. Zanger Brent Best neemt rustig de tijd voor zijn biertje, maakt een aantal grapjes en knalt dan het volgende nummer er weer in. Al vanaf de eerste keer dat hij zijn mondharmonica tevoorschijn haalt regent het verzoeknummers; LUMBERLONG!  GIMME BACK MY DOG!. Ze worden beiden gespeeld, met een overenthousiast publiek tot gevolg. Terecht! Deze band speelt strak – al is het in een iets andere samenstelling dan voorheen – en weet hoe ze een feestje moeten geven. Een enkele keer wordt er een ballad ingezet, waarna het gas er weer vol op gaat. Er wordt stevig meegezongen en soms zelfs wat gedanst. Ik moet toegeven, ook ik was mijn stem kwijt…

Aangezien Slobberbone later begon en flink lang doorspeelde, viel er nog maar een kwartiertje van Robert Ellis te zien. Jammer, maar ook hij wordt in het andere verslag besproken.

De hoogtepunten? John Fullbright en Slobberbone strijden om elkaar voor die hoofdprijs, maar beide acts zijn natuurlijk niet te vergelijken.