Robert Haagsma en The Golden Years Of Dutch Pop Music
Door op 27 oktober 2016

Muziekjournalist Robert Haagsma (Delft, 1963) zat qua geboorteplaats en –jaar aardig in de buurt. Rond 1965 werd Den Haag, na een periode waarin van diezelfde stad de ‘indorock’ floreerde, Beatstad Nummer 1. Die periode van een jaar of vijf in de tweede helft van de jaren zestig, waarin The Golden Earrings, The Sandy Coast, The Shoes, Tee Set, Q65 en The Motions populair waren, is door platenmaatschappij Universal voorzien van het predikaat The Golden Years Of Dutch Pop Music. Een soort ‘gouden eeuw’ dus, een periode waarin ‘ons land’ nationaal en internationaal succesvol was met destijds vernieuwende muziek voor jongeren. Natuurlijk hield niet alles op 1 januari 1970 op en ontstonden ook daarna nog succesvolle bands. Bovendien kwamen ze, net als in die eerste periode, lang niet allemaal écht uit Den Haag. Amsterdam (The Outsiders), Ekseption (Haarlem), Limburg (Pussycat) en niet te vergeten Volendam (The Cats, BZN) en de Zaanstreek (George Baker) blijken ook veel talent voort te brengen.

Hoe de naoorlogse jeugd dat allemaal wist? Dankzij Radio Veronica! Dat scheepje op de Noordzee, bij helder weer nét te zien vanaf het strand van Scheveningen beleefde haar bloeiperiode precies in diezelfde jaren. Veronica hielp de ‘binnenbiet’ aan zendtijd, het radiostation dankte er vervolgens weer haar eigen populariteit aan. Deejay Joost den Draaijer (1961-1978) legt een duidelijk verband tussen het verbod op de zeezenders in 1974 en het einde van de grote bloeiperiode van de Nederlandse muziek. Er was immers geen uitlaatklep meer? Hij gaat daarbij voorbij aan het bloeiende clubcircuit in de punk en new wave-periode (’77-’80, op de voet gevolgd door VARA, KRO en VPRO), de extreme populariteit van de Nederlandstalige pop rond 1983 en anno nu het wereldsucces van talloze Nederlandse DJ’s. Met evenveel recht van spreken zit Nederland nu weer in een muzikale ‘gouden eeuw’.

Hoe het ook zij, The Golden Years Of Dutch Pop Music is een redelijk uitputtende serie cd’s geworden met dubbelalbums van alle grote namen uit de periode 1960-1980. Van The Blue Diamonds (wereldsterren in de vroege sixties) en de Tielman Brothers tot Alquin en Livin’ Blues (succesvolle albummuziek uit de seventies). Om het af te sluiten stelde oer-deejay Joost den Draaijer een serie dubbelaars samen met zijn favorieten. En er moest een boek komen.

Robert Haagsma schreef al de ‘liner notes’ bij alle cd’s, zijn boek heeft dezelfde titel als de cd’s. Anders dan de cd-serie is het boek geen pure geschiedschrijving van de ‘Gouden Eeuw’ die de Nederlandse popmuziek zo’n vijftig jaar geleden beleefde. In zijn boek heeft elke belangrijke act een hoofdstuk waarin, naast een beknopte biografische schets, met één of meer hoofdpersonen wordt teruggeblikt, alles waar mogelijk in perspectief wordt geplaatst en wordt verteld hoe het nu met betrokkene is. Voor zover nog in leven. Gelukkig is de 53-jarige Haagsma al een tijdje bezig als popjournalist. Zodoende kon hij voor dit boek putten uit gesprekken die hij jaren geleden had met inmiddels overleden hoofdrolspelers. Wally Tax, de belangrijkste man van The Outsiders, is er al meer dan tien jaar niet meer. Tweede man Ron Splinter was in 2013 al ziek, maar blikte met Haagsma nog één keer terug op zijn bijzondere leven. In andere gevallen is Haagsma, zoals het een journalist betaamt, op de juiste tijd op de juiste plaats. De naam van Peter Sjardin glinsterde nooit in neonletters, toch wordt deze drijvende kracht achter Group 1950 door Haagsma getypeerd als een van de grootste genieën in de Nederlandse muziekgeschiedenis. Hij komt hem in 2012 op het spoor en publiceert een interview met hem, waarin Sjardin vertelt dat hij een van de eerste slachtoffers van identiteitsdiefstal was en zich om die reden een jaar of vijftien stil had moeten houden. Als Haagsma bezig is met dit boek, lijkt Sjardinna veel moeilijke jaren weer vaste grond onder de voeten te hebben. Hij verschijnt op een platenbeurs in Utrecht om te signeren en er lijken zelfs nieuwe opnamen te verschijnen. Een hartaandoening maakt aan alle plannen een voortijdig einde.

Op de geschiedenis van The Golden Earring (s) blikken eerste zanger Frans Krassenburg en laatste drummer Cesar Zuiderwijk terug. Krasssenburg kijkt zonder wrok terug op de loopbaan die op zijn 25ste al voorbij was, al zou hij een reünie met álle oud-Earrings nog steeds een keer leuk vinden en staat nu eindelijk weer voor volle zalen met De Pioniers van de Nederpop. Cesar vertelt dat de ‘harde kern’ die sinds 1970 De Earring vormt nog altijd een vriendenclub is, ook al is de drummer de enige die nog in Den Haag woont en zelfs dat parttime.

Naast alle smakelijk opgetekende bandbiografieën wijdt Haagsma een hoofdstuk aan Radio Veronica (zonder wie…), is er een (natuurlijk altijd discutabele) lijst van 33 essentiële Nederpopalbums (1961-1979), 45 essentiële Nederpopsingles en een lijstje ‘alle dertien cult’. In dit ‘rariteitenkabinet’ staat de beoogde tweede single van The Golden Earrings, Lonely Every Day, die werd teruggetrokken omdat de titel van de B-kant ‘Not To Find’ wel erg duidelijk bewees dat de jongens het Engels nog niet helemaal machtig waren. Aan de andere kant Sound Of Imker uit Assen, dat met Train Of Doomsday in 1967 de punk een jaar of tien vooruitwas, tot Philips de single introk omdat men niet met dergelijke grafherrie geassocieerd wenste te worden.

Bij het lekker weglezende boek zit ook een cd, maar die beperkt zich hoofdzakelijk tot de overbekende classics. Celestial Dream van Dragonfly is de enige vreemde eend tussen de Na Na Na’s, Wasted Words en Little Green Bagsop deze compilatie. Nummers die de iets meer dan gemiddeld geïnteresseerde Nederpopvolger allang in huis heeft. Zo’n Sound Of Imker was dan passender geweest. Die opname staat dan weer wel op een van de door Joost den Draaijer samengestelde compilaties in de cd-serie…

Binnen de vooraf gestelde kaders – een afgebakend tijdvak van twintig jaar, inclusief een aanloopperiode van vijf jaar en een evenlange ‘uitloop’ – heeft Haagsma een mooi en zelfs actueel beeld neergezet van de Nederpop in de periode dat de babyboomers opgroeiden. Zij lijken ook de doelgroep, hoewel het voorwoord van Dave von Raven (The Kik) aangeeft dat de beste sixtiesmuziek tijdloos is. Daarnaast heeft Haagsma wel gekozen (of moeten kiezen?) voor een positieve ‘tone of voice’, die ertoe leidt dat in dit boek geen albums of singles worden besproken die wellicht een wat minder positief oordeel verdienen. Het gaat hier om de creatieve hoogtepunten, die Haagsma wel met de vereiste journalistieke distantie benadert. Het zijn er genoeg om een boek van ruim 250 pagina’s mee te vullen. Wie aan de hand hiervan zelf verder de diepte in wil, komt er via Spotify of een rommelmarkt of platenbeurs vanzelf wel achter dat die tiende LP van Herman Brood het toch niet haalt bij Shpritsz, dat Cuby, de Earring, Earth & Fire en The Cats ook hun mindere periodes hebben gehad en dat Summer Melody van George Baker bepaald niet alleen maar klassiekers van het kaliber Little Green Bag bevat.

Robert Haagsma – The Golden Years Of Dutch Pop Music (Uniekboek/Het Spectrum – ISBN 978 9000 35008 7)