Robeco Zomerconcert: Alice Sara Ott Door op 02 augustus 2012

Gig_title: Robeco Zomerconcerten
Genre: Klassiek
Loc_venue: Concertgebouw
Loc_city: Amsterdam

De Japans-Duitse pianiste Alice Sara Ott speelde dinsdagavond 31 juli de volgende werken in de Kleine Zaal van het Concertgebouw: Variaties Op Een Menuet Van J.P. Duport In D Gr.T., KV 573 van Wolfgang Amadeus Mozart, Sonate In D. Gr.T., D 850 ‘Garsteiner’ van Franz Schubert en Schilderijen Van Een Tentoonstelling van Modest Moesorgski. Tijdens de uitvoering van de laatste composities liet ze duidelijk merken waarom de Italianen eigenlijk de juiste benaming van dit instrument gebruiken.

De naam piano komt uit het Italiaans en betekent eigenlijk zacht. De piano heet in het Italiaans pianoforte, namelijk hard en zacht. Dit instrument is een verdere ontwikkeling van de fortepiano, het instrument waarmee voor het eerst mogelijk was om hard en zacht te spelen. Dit in tegenstelling tot het clavecimbel en de spinet. Aangezien de fortepiano door de technische evolutie achterhaald is geraakt, wordt dit instrument alleen nog gebruikt voor specifieke historische opnamen. Haydn, Mozart en zelfs Beethoven hebben voor dit instrument muziek geschreven. De naam die wij dus voor onze huidige piano gebruiken dekt de lading dus maar gedeeltelijk.

De Duport-variaties werden heerlijk licht en vrolijk gespeeld. Haar ranke vingers dansten over de toetsen en het was duidelijk te horen dat Alice Sara Ott genoot van de variaties die Mozart voor de fortepiano geschreven heeft. Ze liet het thema mooi herkenbaar en het leek als het ware een vingeroefening voor de pianiste en een lesje voor de luisteraar. Schubert’s Gasteiner-sonate werd door Alice Sara Ott iets te dynamisch uitgevoerd; te veel forte te weinig piano. De muziek van Schubert klinkt mij wat meer zangerig en danserig in de oren, de pianiste ging hier te veel aan voorbij. Op haar techniek viel niets aan te merken en ook haar klankkleur was prachtig.

Het gebruik van dynamiek is bij de Schilderijen Van Een Tentoonstelling geoorloofd, zelfs noodzakelijk. Hoewel ze net iets te luid begon met de Promenade naar Gnomus, was Het Oude Kasteel prachtig gespeeld. Het sonore brommen op de achtergrond en de algehele sfeer waren magnifiek tevoorschijn getoverd. Verder waren Bydlo en het Ballet Vand De Kuikens In Hun Eierschalen het vermelden waard. Bij de Catacombae raakte ik enigszins de draad kwijt, maar gelukkig kwam Baba-Yaga al aangehuppeld in De Hut Op Kippenpoten. Het overdreven einde genaamd De Grote Poort Van Kiev is een oefening in grootheidswaanzin; dit stukje muziek kan ik niet zonder een glimlach aanhoren. Sara Alice Ott zorgde voor een memorabele uitvoering van deze bijzondere Russische compositie.