Noorderslag gooit hokjesgeest voorzichtig overboord
Door op 19 januari 2010

Gig_title: Noorderslag
Loc_city: Groningen

Sinds de afgelopen twee jaar was er al een lichte verschuiving zichtbaar op (Eurosonic) Noorderslag: de programmering was breder, er was meer ruimte voor soul- en funkachtige acts, en zelfs jazzy-achtige groepen als Wicked Jazz Sounds band, Lavalu, Room Eleven en het wat meer experimentele filmachtige The Kilimanjaro Dark Jazz Ensemble waren vertegenwoordigd. Dit jaar durfde de programmeurs zelfs nog een stapje verder te gaan, door de meer geïmproviseerde en avontuurlijke muziek van het Benjamin Herman Quartet, New Cool Collective – met sidekick Typhoon- en Eric Vloeimans met Gatecrash te presenteren. Voor jazzliefhebbers en -kenners zijn dat allang gevestigde namen, maar voor een poppubliek redelijke nieuwkomers. Zoals Hammond organist Carlo de Wijs – en bandlid van onder andere Hermans Quartet- ’ s middags tijdens de seminar Jazz on Stage al zei: “Het gaat musici niet om terminologie, die denken niet in kaders. Of je nu jazzmusicus bent of popartiest, je hebt één doel: muziek maken, hoe cliché dat ook klinkt.” Toch is er een nieuw initiatief in het leven geroepen door Muziek Centrum Nederland, Jazz Impuls en tijdschriften OOR en Jazz, die poppodia proberen te stimuleren om meer jazz naar het clubcircuit te brengen en zodanig meer muzikale smeltkroezen te laten plaats vinden en daarvan kennis te geven aan het Nederlandse publiek. Naar aanleiding van een penal en onderzoek in 2009, bleek dat er voldoende kansen zijn om jazz naar poppodia te brengen en tijdens deze editie werd dat zeker bevestigd. De industrie denkt namelijk nog wel steeds (te) veel in hokjes, terwijl het publiek er voor open lijkt te staan. Het werd zaterdagavond dan ook bevestigd: de Volkskrantzaal bleek al snel te klein voor de swingende Benjamin Herman en zijn mannen. Ook Vloeimans dwong respect af met zijn avontuurlijke en dynamische klanken en goed opbouwende solo’s in een bomvolle tent.

Genreoverschrijders

C-Mon & Kypski vierden hun feestje op het hoofdpodium. Deze grensoverschrijders werden begeleid door het legendarische Metropole Orkest. De dj- en producers brachten per nummer uiteenlopende artiesten op het podium, zoals Janne Schra (Room Eleven), Giovanca, Florin Torre (De Staat), rapper Jiggy Dje en Benjamin Herman met dichterlijke ondersteuning van Jules Deelder. De contrasten tussen de artiesten was soms dusdanig groot, dat het publiek zich er geen raad mee wist. Tevens waren de wisselingen wat te traag, waardoor de show wat pit verloor.

Het ultieme voorbeeld van grensoverschrijdende muziek was natuurlijk Kyteman, die zowel volgens een unanieme jury als een luid toejuichend publiek, de Popprijs 2009 toegekend kreeg. Het stond eigenlijk al vroeg op de avond boven kijf dat de Utrechtse groep in de prijzen zou vallen. In de wandelgangen gonsde het van de geruchten en wie op tijd in de zaal zat zag aan het grote aantal monitors (boxen waardoor de muzikanten zichzelf kunnen horen op het podium), dat het Kyteman moest zijn. Het was een mooie symbolische afsluiting voor de band, want waar hun grote succes precies een jaar geleden begon, daar eindigde het ook. De cirkel is rond. Het allerlaatste optreden van het ruim twintigkoppige gezelschap werd met veel overtuiging, energie en muzikaal vuurwerk afgeslopen. Muzikaal brein Colin Benders dirigeerde zijn uiteenlopende muzikanten vol verve en stond zelf in de spotlights met subtiele trompetsoli. De vraag blijft alleen knagen waarom er zo’n zeven rappers op het podium rondlopen, een beetje teveel van het goede. Het mag de pret niet drukken, Kyteman’s Hiphop Orkest gaat de geschiedenisboeken in als een grote muzikale familie die niet van de Nederlandse podia weg te slaan was en alle hokjesgeest overboord gooide. Een knappe prestatie.

Nieuwe beloftes

Er waren echter geen opvallende nieuwkomers en vernieuwers die het mogelijk net zover gaan schoppen als Kyteman. Uiteraard wel een aantal die er wat meer uitstaken. Nieuw Motown gezicht Waylon zette een strakke performance neer, alleen wist hij na drie à vier nummers niet de aandacht vast te houden, wat voornamelijk met zijn wat sentimentele songs te maken heeft. Met zijn swingende repertoire hield hij zijn publiek scherp, maar zodra het tempo zakte, overtuigde hij niet. Ook spetterde de band te weinig, wat vooral te wijten is aan de saaie podiumuitstraling van zijn blazers en backing vocals.

De jonge singer-sonwriter Laura Jansen werd uitgeroepen als jonge belofte. Toch boeide ze te weinig. Mogelijk had het met de podiumlocatie te maken. Haar ingetogen, soms wat zoete liedjes leken het publiek in de 3FM zaal niet te raken. Ze had beter in een intiemere zaal kunnen staan, waar ze beter tot haar recht kwam. Ook Friezin Elske DeWall kwam niet volledig uit de verf. Haar mooie stem en natuurlijke performance sneeuwde na een aantal songs wat onder in het voortkabbelende repertoire. Wie wel aan de belofte voldeed en zijn publiek vasthield was nog zo’n jong talent, Tim Knol. De twintigjarige singer-songwriter zette een overtuigende set neer met afwisselende motieven, korte solo’s en een collectieve sound, met onder meer Anne Soldaat op gitaar, die eveneens onder eigen naam op het festival te zien was.

Op vrouwelijk vlak viel Charlene Meulenberg in de smaak. Haar pakkende mix van dansachtige stijlen met een hoog soulgehalte bleven in het hoofd hangen evenals de strakke koortjes die een mooi samenhangend geheel vormden. Iemand om in de gaten te houden.

Uiteraard waren er ook de hardere rock- en punkbands, variërend van het energieke De Staat, de Indie-rockers Bettie Serveert, de stuitterende nineties power popjongens Want Want en vele andere bands waar je oordoppen voor nodig had. Danceliefhebbers en hiphop publiek kwam eveneens aan haar trekken. Het mag duidelijk zijn dat Nederland veel te bieden heeft in allerlei stijlen, genres en sferen. Het labelen zal blijven, mensen moeten zich immers een voorstelling kunnen maken van wat ze kunnen verwachten. Het is echter de open mind van het muzikale landschap die het verschil maakt en selecteert en programmeert op diversiteit, kwaliteit en authenticiteit. Dat eerste element was goed vertegenwoordigd op de vijfentwintigste editie. Die laatste twee punten varieerden nogal, maar duidelijk is dat Nederland de komende jaren veel terrein kan winnen en het publiek nieuwsgierig genoeg lijkt voor smeltkroezen in verschillende gedaanten.