Niets is Daniël Lohues vreemd in Alkmaarse Vest
Door op 23 april 2017

Artiest: Daniël Lohues
Gig_title: Moi
Loc_venue: Theater De Vest
Loc_city: Alkmaar

Het doet goed te zien dat er bij binnenkomst een enorme rij staat voor de ingang van de kleine zaal in het Alkmaarse theater de Vest. Er komen gelukkig veel mensen af op de kleinere en soms wat verstilde liedjes van Lohues. Dat verdient de voormalig zanger van Skik.

Bij aanvang staat een integere man op het podium. Niet oud, maar ook niet meer zo jong, met zijn onmiskenbare Drentse accent. Piano, gitaar en zang. Wat je ziet, is wat je krijgt als hij start met de show Moi.

De nummers van Moi, het recentelijk verschenen album van Lohues, waar hij in de voorstelling voornamelijk van speelt, zijn net als voorgaande albums een inkijk in zijn hoofd. Maar de voorstelling doet daar een behoorlijke schep bovenop. Door de inleiding, zijn verhalen vooraf, nemen de nummers je helemaal mee naar Erica en de plaatsen waarover hij zingt. Daniël, in zijn huis in Erica of uitkijkend, mijmerend over het uitgestrekte land, de verschillende seizoenen op het platteland. Hij zet een heerlijke, intieme huiselijke sfeer neer bij nummers zoals Vlieg dan toch!, Mooie Verhalen Later, Laot Mij Mar Lekker Dit Doen, Zo Hard Als De Tied Giet en Schrei Mar Niet.

Maar hij blijft niet in Erica alleen. Hij gaat van grote naar kleine onderwerpen, dicht bij hemzelf tot over de grens en is hierbij verre van wereldvreemd. Hij slaat een brug van de vroegere Saksische stammen die zijn onderworpen aan het christendom in Widukind naar de Native Americans die hun heilige land verdedigen tegen de pijplijn van Trump. Geschiedenis, heden, wereldproblematiek of kleinere persoonlijke of lokale onderwerpen; Lohues raakt het allemaal even aan zonder zwaar op de hand te worden of te bagatelliseren.

Hij eert het dorpse leven en laat zijn liefde voor de Drentse natuur en zijn woonplaats Erica in de nummers Gewoon ‘N Dag Op ‘N Dorp en Waor Wo’j Dan Nog Hen horen en laat dit vervolgens moeiteloos overgaan in grotere onderwerpen die hem nog meer bezighouden. Verdriet, rouw en herinneringen, de verbazing en verwondering over de hedendaagse tijd, hoe er door stedelingen naar de dorpers wordt gekeken. Niets is hem vreemd en dat is fijn, erg prettig zelfs.

Lohues is menselijk, herkenbaar voor eenieder in de zaal. Daarmee is ook meteen het talent van de innemende noorderling zichtbaar. Hij is namelijk naast een uitstekend muzikant meester in het benoemen van alles waar iedereen weleens onder lijdt.

Maar zelfs de nuchtere Drent laat zich even gaan in het bluesnummer waarmee Lohues losgaat, versterkt door een oude Fender-buizenversterker. Dat smaakt eigenlijk naar meer, de sfeer is meteen anders. Jammer dat het maar bij één nummer blijft. Maar de blues is gevaarlijk verslavend, daar heeft hij zelf al voor gewaarschuwd.

In de toegift nog een paar oudere nummers . Ook hier laat hij nog even laat zien welke rauwe muzikant ook in hem zit. Hebben we nu alle kanten van Lohues gezien? Mogelijk voor nu misschien. Maar we groeien allemaal. Dat levert vast weer snel nieuw materiaal op. Lohues’ brein staat nooit stil.