Kyteman ultieme Crossing Border-act
Door op 17 november 2012

Band: Various Artists
Gig_title: Crossing Border
Genre: Various
Loc_venue: Koninklijke Schouwburg
Loc_city: Den Haag
Loc_country: Nederland

Crossing Border heet Crossing Border omdat dit het festival is waar het publiek oversteekt van muziek naar literatuur en poëzie. Maar soms staat er ook een act die zelf op zoek gaat naar de grenzen en die doelbewust verlegt. Van Kyteman Orchestra werd zoiets van te voren al zo’n beetje verwacht. Niet voor niets stond het orkest geprogrammeerd in The Royal, de grote, majestueuze zaal van de Koninklijke Schouwburg. Daar werden de verwachtingen meer dan waargemaakt.

Uit de naam The Kyteman Hiphop Orchestra heeft Colin ‘Kyteman’ Benders het woordje hiphop al lang geleden verwijderd. Hiphop is nog steeds te horen tijdens de optredens van Kyteman, maar jazz en klassiek, of een combinatie daarvan, worden steeds belangrijker bestanddelen.  Tijdens Crossing Border bleek vrijdag, als je op leeftijd, kleding en uiterlijk mag beoordelen tenminste, dat er inmiddels veel mensen in het publiek zitten die meer op hebben met de strijkers- en blazerssectie dan met de mc’s uit het Kyteman Orchestra.

Grappig is dan wel om te zien dat er in elk geval op Crossing Border genoeg ‘open minded’ mensen uit de MAX-doelgroep zijn die positief reageren op een oproep in de trant van ‘mag ik die handjes zien?’

Dirigent en bandleider Benders schuwt het contrast op Crossing Border niet. Sterker, hij zoekt het op. Direct na de ‘handjes in de lucht’ keren de blazers, strijkers en slaginstrumenten terug voor ‘iets wat in de klassieke muziek niet zo gebruikelijk is’. Een jamsessie, beginnend bij de strijkers, daarna via de slaginstrumenten naar de rest van het orkest. En wat doet een dirigent bij een jamsessie? De maat aangeven of het instrument aanwijzen hoeft niet. Staat Benders daarom even met zijn handen in de zij?
037 - kopie

Na een klassiek begin ontwikkelt de jam zich steeds verder richting jazz om te eindigen in een fraaie trompetsolo, die herinneringen  oproept aan Sorry, de bonafide hit van Kyteman (Top 10 in de hitparade in 2009, daarna al twee jaar achtereen in de bovenste 200 van de Top 2000).

Bij Kyteman is de Royal-zaal tot op de laatste stoel gevuld, dat is niet het geval bij Paul Buchanan. De Schot, in de jaren tachtig zanger van de groep The Blue Nile, heeft erg veel moeite gehad een nieuwe muzikale richting te vinden nadat deze groep uit elkaar ging. Uiteindelijk resulteerde die zoektocht in het zeer stemmige en buitengewoon fraaie album Mid Air, dat eerder dit jaar verscheen. In de grote Schouwburg-zaal is het aanvankelijk muisstil bij de songs van Buchanan, die er bovendien in slaagt het ijs te breken bij het publiek. “I’d like to chat with you,” vertrouwt hij zijn gehoor toe. “You don’t answer my e-mails!”, krijgt hij meteen om de oren. Ondanks dit soort grappige tussendoortjes is het concert toch iets te eenvormig om de volle vijftig minuten te blijven boeien en her en der haken mensen af. Buchanan’s stem is prachtig, zijn songs ook, maar waarom slaagt hij er bijvoorbeeld niet in een meer dan middelmatige pianist mee te brengen naar dit optreden?

Als laatste nummer  zingt Buchanan White Christmas, vanaf een spiekbriefje. Dat je in Nederland geen Kerstliedjes hoort te zingen voor 6 december, kan een Schot niet weten. Kwalijker is dat Buchanan meent dat hij wel weg kan komen zonder Tinseltown In The Rain. Het ‘We want more’ zwelt al aan als de zaallichten meedogenloos aangaan en de presentator vertelt dat een toegift er echt niet in zit: de volgende veertig minuten zijn hard nodig om om te bouwen voor The Kyteman Orchestra.

Tegelijk met Kyteman begint in het aangrenzende Nationaal Toneel Gebouw het optreden van Mark Lanegan. De vroegere zanger van Screaming Trees, de laatste jaren overal en nergens te horen als duetpartner, bracht eerder dit jaar weer eens een eigen plaat, Blues Funeral, uit. Mark Lanegan is niet de man van het gladde showmanship, ook op Crossing Border doet de schuurpapieren zanger weinig meer dan zijn songs zingen. Linkerhand aan de microfoon, rechter arm omlaag. Die houding krijgen de toeschouwers in de goed gevulde zaal minstens 95 procent van het optreden te zien. Interactie met de band of met het publiek? Niet tot nauwelijks. De vaste Lanegan-volger weet dat en accepteert dat pantser als ‘de aard van het beestje’. Maar ligt het toch daaraan dat het concert niet echt van de grond komt?

Dat Lanegan wat nieuws te verkopen had, is de bezoekers van de Buchanan Zaal de hele avond al duidelijk, want al tijdens het eerste optreden van de avond in die zaal, dat van Anne Soldaat, is het Lanegan-merchandise wat de klok slaat. Wie een plaat van bijvoorbeeld Anne Soldaat wil kopen, moet in een van de andere Crossing Border-gebouwen terecht.

Ook Anne Soldaat heeft immers een nieuwe plaat, nieuwer dan die van Lanegan in elk geval. En hij doet met zijn band (creatief met afkortingen: De Aso’s) erg goed zijn best dat materiaal op het podium te ‘verkopen’. De presentator van de avond kondigt Anne aan als ‘functionele gitarist’. Anne Soldaat laat weten dat hij erg benieuwd is wat daarmee wordt bedoeld. Het antwoord komt niet, waarna Soldaat laat zien dat bezieling en spelplezier (tong uit de mond) best ‘functioneel’ kunnen zijn, maar dat dat zeker geen voorwaarde is.

011Soldaat, met alweer meer dan twintig jaar aan vlieguren op de teller, speelt materiaal van zijn soloplaten, vertelde nog even dat hij die ochtend al om vijf uur is opgestaan om Tim Knol te begeleiden bij de optreden op Radio 3 FM, duikt de geschiedenis in met het album van Do The Undo (’Eigenlijk mijn eerste soloplaat’) en meldt dat in 2013 eindelijk de ‘grote Daryll Ann-box’ er aan komt, de band waarin Soldaat tot 2004 zat met Jelle Paulusma.

Met uitzondering van The Kyteman Orchestra zijn de muziekoptredens op de Crossing Border-vrijdag goed te bezoeken. Maar als Leo Blokhuis naar de Kings-zaal toe loopt om te gaan vertellen over zijn nieuwe boek Haags Speelkwartier, zijn alle stoelen binnen al ruimschoots bezet en blokkeert een lange rij wachtenden de enige toegangsdeur. “Je ziet niet zo vaak een Amsterdammer in Den Haag” verklaart René Bom door de microfoon de drukte. De nachtburgemeester van Den Haag, al jarenlang bekend als omroeper op Parkpop, heeft Blokhuis geholpen bij zijn boek over de Haagse muziekscene. Kan kloppen, die verklaring van Bom. Maar misschien had de organisatie Blokhuis niet in een krap zaaltje vol stoelen moeten zetten?