Haldern Pop 2014 zalvend en merkwaardig anders
Door op 10 augustus 2014

Gig_title: Haldern Pop 2014
Genre: Alternative
Loc_city: Haldern
Loc_country: Duitsland

De weergoden (ze zijn er allemaal) hebben ook in 2014 het beste voor met Haldern Pop. Op een gedeeltelijk vochtige vrijdag na, leidt dat tot prettige temperaturen en veel zonnige taferelen. En dat terwijl we muzikaal al zo ontzettend verwend worden op het Duitse festival.

Big UpsTijdens de opener op het nieuwe (buiten)podium byzanstage bijvoorbeeld. Daar staat het New Yorkse kwartet Big Ups, dat hoorbaar geïnspireerd is geraakt door Sonic Youth. De vier hebben een punkattitude waardoor je de vocale tekortkomingen en enigszins schreeuwerige fratsen van zanger Joe Galarraga op de koop toe neemt.

Rob Grote, zanger van het uit Pennsylvania afkomstige The Districts is juist het voornaamste wapen van de band die enkele meters verderop, in de dampende spiegeltent, is te vinden. Er wordt door de Amerikanen een heerlijk bluessausje over de alras beklijvende rockliedjes gegooid . Het publiek klapt ritmisch mee, zonder dat de heren daar om vragen. Dat is bovendien positief.

The Fat White Family uit Londen, geen corpulente types overigens, presteert het op de byzanstage zelfs nog opwindender te zijn dan The Districts. Prima podiumpresentatie, uitstekende, aanstekelijke en opzwepende rockliedjes met een psychedelische inslag worden goed gewaardeerd door de massa op de wei. Drie kwartier gedoseerd gitaargeweld, en wat een hit is dat Touch The Letter toch. Gaan we vast meer van horen in de toekomst.

Dat geldt zeker voor Royal Blood, dat in no time de spiegeltent op z’n kop weet te zetten met een portie onvervalste rock-‘n-roll die het beste van Queens Of The Stone Age, The Black Keys en Led Zeppelin in zich heeft, maar slechts wordt vertolkt door twee jonge gasten uit Brighton; Mike Kerr op basgitaar en zang en drummer Ben Thatcher. Kerr, die zijn bas als een gitaar bespeelt, heeft een stem die het midden houdt tussen Josh Homme, Jack White en Robert Plant. Superlatieven schieten tekort, mensen knijpen elkaar in de armen. Heel indrukwekkend wat Kerr allemaal uit zijn basgitaar weet te halen en compositorisch zit er geen misser tussen. ‘Geil!’, roept een Duitser naast me, ‘absolut geil.’ Laat ik daaraan toevoegen: überwältigend. Debuutalbum van het duo verschijnt aan het eind van de maand.

Trampled By Turtles, een bluegrassgezelschap uit Minnesota dat al zeven platen heeft gemaakt, is als koffie met een glaasje Cointreau na de rockmaaltijd van Royal Blood; daar word je vrolijk van. Er wordt dan ook gedanst op het gras voor de byzanstage.

The Slow ShowMinder uitbundig is The Slow Show, uit Manchester, dat in de spiegeltent speelt. Muzikaal ligt het in het verlengde van Tindersticks en The National en laat Robert Goodwins stem nou ook nog eens behoorlijk op die van Stuart Staples lijken. Het vijftal wordt op het podium vergezeld door het prachtige koor Cantus Domus en leden van The Stargaze Orchestra, met onder meer cello, viool en een blazerssectie. Zeer fraai. Het publiek is muisstil.

Vrijdag

Het gemengde jongerenkoor Cantus Domus, dat de avond ervoor dus nog acte de présence gaf samen met The Slow Show, opent dag twee van Haldern Pop in de fraaie kerk van Haldern. Tegen een decor van glas-in-loodramen ziet ook Maria dat het goed is en dat het repertoire van onder meer Bach in goede aarde valt. De koorleden zijn duidelijk beduusd van de minutenlange staande ovatie die ze na afloop ten deel valt. Een betere dagopener is welhaast ondenkbaar.

The Mispers doen het ook bijzonder goed, in de Haldern Pop Bar, die ouderwets uitpuilt en waar de geur van zweet zich vermengt met die van blond schuimend König Pilsener. Je neemt het op de koop toe. Het Londense vijftal brengt folky indierock, met een fijnzinnige knipoog naar de jaren 80. Het is opzwepend, Jack Balfour Scott heeft een mooie, hoge stem en violiste Hannah van den Brul is prominent aanwezig in elke song. Je vraagt je inmiddels weer af hoe het toch mogelijk is dat de organisatie achter Haldern Pop er elke editie opnieuw in slaagt de fraaiste vissen uit de mondiale muziekvijvers te hengelen.

All the luck in the worldAll The Luck In The World is ook zo’n vis. Zwemt in dezelfde vijver als Mumford & Sons en heeft de banjo daar niet eens voor nodig. De Ieren hebben twee hitjes op hun naam staan en die worden ook in Duitsland prima ontvangen. De spiegeltent zingt geregeld mee.

Net  zoals Boy & Bear uit Australië op veel bijval kan rekenen, op hetzelfde podium. Met hun laatste album Harlequin Dream als uitgangspunt zorgen hun indiefolkrockliedjes voor een feest der herkenning. Het is zo’n band die je elk jaar wel uit kunt nodigen, zonder dat iemand daar kritiek op levert. Dat is bij een Kings Of Leon, dat voor de zevende keer in acht jaar op Rock Werchter staat, bijvoorbeeld wel anders.

The Black Lips uit Atlanta, in dezelfde spiegeltent, brengen hun garagepunk met veel bezieling. Je zou kunnen zeggen dat het een probleem is dat zanger/gitarist Cole Alexander over niet al te gek veel vocale capaciteiten beschikt, maar dat doen we niet, want de songs van zijn band vragen om een lekker rauwe stem. ‘Is motherfucking Deutschland in the house?’, vraagt-ie. Jongen die geen moeite heeft met een retorische vraag.

Op het hoofdpodium tappen Lee Fields And The Expressions uit een geheel ander vaatje. Alle eer die de Amerikaan Fields in de loop der jaren ten deel is gevallen als dubbelganger van James Brown is terecht. Wanneer je je ogen sluit, is het ‘m soms zelfs. Er is sprake van neerslag van betekenis tijdens het optreden. Dat drukt de pret een klein beetje, terwijl Fields en zijn geweldige Expressions – waaronder een overheerlijke blazerssectie – de sterren van de hemel spelen.

Zaterdag

Een mooi Nieuw Zeelands vijftal opent de zaterdag in de Haldern Pop Bar. Charity Children streek enkele jaren terug neer als straatmuzikanten in Berlijn en heeft de tegels inmiddels verruild voor het club- en festivalcircuit. Niet verwonderlijk, want de dansbare, meerstemmig gezongen folkliedjes liggen stuk voor stuk goed in het gehoor.

In de spiegeltent spelen de vier van Dawes hun folky rockliedjes. Songs die zo maar op het repertoire van Jackson Browne en Crosby, Stills & Nash hadden kunnen staan. Later op de zaterdag fungeren ze als begeleidingsband van ‘the great’ (zegt zanger Taylor Goldsmith) Conor Oberst, op het hoofdpodium.

Daar staat eerder deze dag First Aid Kit geprogrammeerd, onder een strakblauwe hemel. De Zweedse zusjes hebben de looks en daardoor valt het misschien ietsjes  minder op dat lang niet alle luchtige folk- en countryliedjes van het allerhoogste niveau zijn. Goed te behappen, niettemin. De prachtsingle My Silver Lining, bijvoorbeeld, is een formidabele uitzondering.

Sterker songmateriaal vinden we in de spiegeltent, waar de broertjes Champion uit Isle Of Wight vocaal zeer complementair aan elkaar zijn. Champs noemt de met twee extra muzikanten aangevulde folky band zich. Ze hebben twee dagen eerder hun tweede plaat afgerond en zijn daar heel content mee. Er wordt veel materiaal gespeeld van het album. Nummers die altijd in de buurt van Fleet Foxes blijven. Meespelend en indrukwekkend.

Speedy Ortiz uit Massachusetts speelt op hetzelfde podium en tapt uit geheel andere vaten. Het meisjesachtige stemgeluid van Sadie Dupuis geeft de tussen The Breeders en Sonic Youth laverende sound van het viertal iets geheel eigenzinnigs.

FinkOp het hoofdpodium is de uit Brighton afkomstige Fink te vinden. Bekend geworden als dj in de ambient- en dubwereld, staat hij als singer-songwriter net zo goed zijn mannetje. De indringende, rustige songs van de Brit uit Brighton luiden het begin van een zwoele zomeravond in. Looking Too Closely is een pareltje, dat in de spiegeltent misschien nog wel beter tot zijn recht was gekomen.

Daar, in het bloedhete, houten, met veel spiegels ingerichte onderkomen, wordt de avond verder ingekleurd door de Ierse singer-songwriter Hozier, wiens ster snel rijst. Zijn magistrale, soulvolle stem weet menig vrouwenhart te breken en laat de stoerste manspersonen zwelgen in melancholie. Voor die tent, in het zonnetje en met een groot beeldscherm voor de neus is het ook prima toeven.

De Amerikaan is met eerdergenoemde begeleidingsband Dawes een ander hoogtepunt van de zonnige zaterdag. Oberst, vooral bekend geworden met Bright Eyes, speelt veel fraaie indiefolk van zijn nieuwe soloalbum Upside Down Mountain. Perfecte opwarmer voor de godmother van de punk, Patti Smith.

Patti SmithZij is de absolute ster van het festival. De rockdiva opent met het schitterende Dancing Barefoot en dan hoor je meteen dat het stemtechnisch wel goedzit. Smith brengt een eerbetoon aan Jerry Garcia, wiens sterfdag het is. Ze draagt het nummer Grateful op aan de zanger en gitarist van Grateful Dead. Smith danst, heeft veel interactie met het publiek en geniet overduidelijk. ‘May all the world feel freedom!’, brult ze de longen uit haar lijf, terwijl je voelt dat ook zij weet dat dat tegen beter weten in is. Je proeft haar frustratie over de huidige situatie op de wereld, waar momenteel meer brandhaarden dan ooit lijken te zijn en waarin religie meestentijds weer een bedenkelijke rol vervult. Gelukkig wappert in Haldern drie dagen lang de vlag met peace, love and harmony. Die drie heerlijkheden weet Smith te binden met de Lou Reed-cover Perfect Day. De levende legende is in vorm. De bevlogenheid waarmee Because The Night wordt gespeeld en gezongen, zorgt voor kippenvel. Publiek danst en zingt uit volle borst mee. De passie, de levenslust, het geloof in eigen kunnen; alles is nog aanwezig bij de 68-jarige (!) Amerikaanse rockster. Smith stond in 2003 ook op Haldern Pop en je kunt je afvragen of dit de laatste keer is dat ze er te vinden is. Mocht dat zo zijn, dan is het een zwanenzang om een zeer diepe buiging voor te maken. Meesterlijk concert, dat nog lang nagalmt op het festivalterrein van Haldern. De editie van 2014 is al met al om door een ringetje te halen. Haldern Pop is, zoals de festivalslogan zegt, merkwürdig anders. Geen woord van gelogen.

Foto’s: Andries Makkinga