Live: Dauwpop 2013
Door op 11 mei 2013

Gig_title: Dauwpop
Genre: Rock, pop, alternative
Loc_venue: Hellendoorn
Terwijl ik aan het einde van de dag suf gedanst wegloop van het hoofdpodium dat zich de Jupiler Mainstage noemt, galmen de woorden van de presentator over het veld: “Dank jullie dat jullie er waren, op Dauwpop. Niet het grootste maar zeker wel het aller-gezelligste festival!”
Vorig jaar kampte Dauwpop met tegenvallende bezoekersaantallen. Na deze teleurstellende editie trok de organisatie een heus creatief team aan dat de boel moest opkrikken. Het terrein werd verder ‘het bos in’ getrokken, wat moet zorgen voor een knussere sfeer. Bovendien staat het hoofdpodium centraler op het terrein, wat het geheel overzichtelijker maakt.
De populaire Dance Kuil is gebleven, maar is prachtig opgebouwd met veel houten ‘balkons’. Ook het Enge Bos staat er, al zijn de oorspronkelijke bedoelingen van dit podium volledig verdwenen. Geen carnavaleske toestanden meer, zo valt ook op de website te lezen, maar gewoon een paar deejays. Minpuntje is dat het Enge Bos (vlakbij de ingang van het terrein) bijna tegen de Jack Daniel’s Barn aan staat. Wanneer je als bezoeker buiten wilt genieten van de bands in deze Barn, kom je bedrogen uit.
Nieuw podium is dus de Jack Daniel’s Barn. Deze hooischuur heeft ook op Lowlands gestaan en dient vandaag eveneens fans van steviger werk. Ook de King King, een wit kerkje tussen de naaldbomen, oorspronkelijk afkomstig van Lowlands en vandaag bestemd voor de liefhebbers van alternatieve indie- en rockmuziek, is nieuw.
Dan de bands. De eerste band die we mogen aanschouwen heet Kensington en doet het uitzonderlijk goed. Een beetje de Go Back To The Zoo van pakweg twee jaar geleden. Vandaag mag het viertal zelfs drie festivals aandoen, als we gitarist Casper Starreveld moeten geloven. Of ze daarom zo stil staan op het podium? Wie zal het zeggen. Feit is dat de muziek zeker niet misselijk is, al lijken veel nummers op elkaar, er kan best op gedanst worden. Dat gebeurt weinig. Misschien ligt het ook aan het tijdstip, het is tenslotte ‘pas’ rond enen.
Dan kiezen tussen Mister And Mississippi (die een geblesseerde Andy Burrows vervangt) en Jacco Gardner. Die laatste zou eigenlijk rond etenstijd spelen, maar moest noodgedwongen ruilen met het Belgische Sir Yes Sir vanwege een eigen concert in Arnhem diezelfde avond. Het wordt Jacco. Deze jonge gast weet hoe hij muziek moet maken, dat is al snel duidelijk. Als we ook nog eens de enige echte Tim Knol (twee jaar geleden nog op de planken bij Dauwpop, nu gezellig als bezoeker) achter in de King King spotten, weten we dat we hier goed staan.
Hierna is het tijd voor een beetje dansen. Dit doen we bij Nobody Beats The Drum in de Dance Kuil. Jammer genoeg zit er nog te weinig bier in ons en schijnt de zon te fel om echt even goed los te gaan. Na een paar nummertjes houden we het voor gezien en gaan we kijken hoe Blaudzun het doet.
Die doet het goed. De tent is euforisch blij met deze man en zijn band. Voor Blaudzun schijnt het tamelijk routine te zijn allemaal, want hij klinkt een beetje verveeld als hij z’n zegje doet. Het kan het publiek weinig deren, zij zien Blaudzun in topvorm en horen prachtige nummers als Heavy Flowers en de hit Elephants.
Met een overheerlijke pannenkoek achter de kiezen lopen we richting de Belgen van Balthazar, die staan te spelen in de Barn. We hebben een mooi plekje maar worden helaas horendol van de bastonen die veel, maar dan ook veel te laag staan afgesteld. Na twee nummers houden we het (helaas) voor gezien. Wat we hoorden qua liedjes was namelijk goed.
Gelukkig wordt het leed een beetje verzacht als we terug lopen, want wat zien we daar voor tof bandje spelen op die gele bus naast de V.I.P.-tent? Drie jongens en een wilde rockchick die de weide tegenover het hoofdpodium, waar op dat moment toch geen artiest staat, plat speelt. Na het optreden gaan we het eens van dichterbij bekijken. Het blijken The Balconies, een Canadese band die een maand ervoor in Tivoli blijkt te hebben gestaan. Het beviel de muzikanten zo goed, dat ze terug kwamen, zo hoor ik de bassist vertellen. Enthousiast als ik ben koop ik voor vijf euro hun EP Kill Count, die van twee jaar geleden blijkt te zijn. Ach ja, zo hebben ze weer een beetje geld voor nieuwe opnames.
Dan is het tijd voor een zomers feestje met Will And The People. Deze immens populaire band scoorde vorig jaar een enorme hit met Lion In The Morning Sun en gaat met nieuwe album Friends gewoon gezellig door. Hun liedjes met reggae, ska (hun label heet niet geheel ontoevallig Baggy Trouser naar het lied van Madness) en funkinvloeden doen het juist in Nederland erg goed. In de tent is het publiek opvallend jong: er staan opvallend veel gezinnen met kleine kinderen, die zich overigens opperbest vermaken en foto’s schieten met de smartphones van hun ouders.
Na het feestje in de Jupiler tent drinken er we er nog eentje en pogen we traumahelikopter te checken in een overvolle King King. Het mislukt in eerste instantie, er gaat een half bekertje bier van een mede-ik-wil-traumahelikopter-zien-maar-ik-pas-niet-meer-in-de-tent-bezoeker over ondergetekende heen, maar dan vinden we een gaatje en bouncen we op de trillende vloer die het drietal veroorzaakt. Twee gitaren en een simpel drumstel zijn de basis voor de rechttoe rechtaan garagerock liedjes van het Groningse trio. Maar ze krijgen de tent volledig plat, er wordt gecrowdsurfd en gepit. Na drie of vier vliegensvlugge nummers is het alweer gedaan en pakken we wat nummers van Therapy? mee. Deze Ierse rockband krijgt de hoofdtent maar halfvol, maar de mensen die er staan lijken tevreden. Wij zijn dat ook.
Na een uitstekend optreden van Frank Turner in een volle Jack Daniel’s tent lopen we vol goede moed naar de hardcore/punk rockers van John Coffey. De hekken zijn zorgvuldig tegen het podium aangeschoven door zanger David Achter de Molen, zodat hij het publiek vol in de bek kan schreeuwen. De band heeft aan het vollopen van de tent te zien genoeg fans, zelfs op een lieflijk festival als Dauwpop. Wanneer de heren met snorren het podium op wandelen, is het kerkje echt te klein. Er wordt vanaf seconde één gepit, meegezongen, geklapt en in de steunpilaren geklommen. Achter de Molen springt als een volleerd stagediver het publiek in en blijft netjes zingen/schreeuwen. De bewaking krijgt het ook moeilijk en dauwt noodgedwongen de (overigens veel te krakkemikkige) dranghekken naar achteren. “Alsjeblieft een applaus voor deze mannen, want zij zijn er ook voor ons!”, schreeuwt de band. Beetje hypocriet, aangezien zij zelf de aanstichters zijn van deze ruige bende. John Coffey mag wel een hoogtepunt van Dauwpop genoemd worden.
Om het festival nog een beetje ‘rustig’ af te sluiten bezoeken we Kaiser Chiefs op het hoofdpodium. De band doet louter hits en het dak gaat er redelijk af. Zanger Ricky Wilson lijkt flink afgevallen en is net zo fit als de rest van de band. Mooie afsluiter van een te gek gezellig festival.

Terwijl we aan het einde van de dag suf gedanst weglopen van het hoofdpodium dat zich de Jupiler Mainstage noemt, galmen de woorden van de presentator over het veld: “Dank jullie dat jullie er waren, op Dauwpop. Niet het grootste maar zeker wel het aller-gezelligste festival!”

Vorig jaar kampte Dauwpop met tegenvallende bezoekersaantallen. Na deze teleurstellende editie trok de organisatie een heus creatief team aan dat de boel moest opkrikken. Het terrein werd verder ‘het bos in’ getrokken, wat moet zorgen voor een knussere sfeer. Bovendien staat het hoofdpodium centraler op het terrein, wat het geheel overzichtelijker maakt.

De populaire Dance Kuil is gebleven, maar is prachtig opgebouwd met veel houten ‘balkons’. Ook het Enge Bos staat er, al zijn de oorspronkelijke bedoelingen van dit podium volledig verdwenen. Geen carnavaleske toestanden meer, zo valt ook op de website te lezen, maar gewoon een paar deejays. Minpuntje is dat het Enge Bos (vlakbij de ingang van het terrein) bijna tegen de Jack Daniel’s Barn aan staat. Wanneer je als bezoeker buiten wilt genieten van de bands in deze Barn, kom je bedrogen uit.

Nieuw podium is dus de Jack Daniel’s Barn. Deze hooischuur heeft ook op Lowlands gestaan en dient vandaag eveneens fans van steviger werk. Ook de King King, een wit kerkje tussen de naaldbomen, oorspronkelijk afkomstig van Lowlands en vandaag bestemd voor de liefhebbers van alternatieve indie- en rockmuziek, is nieuw.

Dan de bands. De eerste band die we mogen aanschouwen heet Kensington en doet het uitzonderlijk goed. Een beetje de Go Back To The Zoo van pakweg twee jaar geleden. Vandaag mag het viertal zelfs drie festivals aandoen, als we gitarist Casper Starreveld moeten geloven. Of ze daarom zo stil staan op het podium? Wie zal het zeggen. Feit is dat de muziek zeker niet misselijk is, al lijken veel nummers op elkaar, er kan best op gedanst worden. Dat gebeurt weinig. Misschien ligt het ook aan het tijdstip, het is tenslotte ‘pas’ rond enen.

Dan wordt het kiezen tussen Mister And Mississippi (die een geblesseerde Andy Burrows vervangt) en Jacco Gardner. Die laatste zou eigenlijk rond etenstijd spelen, maar moest noodgedwongen ruilen met het Belgische Sir Yes Sir vanwege een eigen concert in Arnhem diezelfde avond. Het wordt Jacco. Deze jonge gast weet hoe hij muziek moet maken, dat is al snel duidelijk. Als we ook nog eens de enige echte Tim Knol (twee jaar geleden nog op de planken bij Dauwpop, nu gezellig als bezoeker) achter in de King King spotten, weten we dat we hier goed staan.

Hierna is het tijd voor een beetje dansen. Dit doen we bij Nobody Beats The Drum in de Dance Kuil. Jammer genoeg zit er nog te weinig bier in ons en schijnt de zon te fel om echt even goed los te gaan. Na een paar nummertjes houden we het voor gezien en gaan we kijken hoe Blaudzun het doet.

Die doet het goed. De tent is euforisch blij met deze man en zijn band. Voor Blaudzun schijnt het tamelijk routine te zijn allemaal, want hij klinkt een beetje verveeld als hij z’n zegje doet. Het kan het publiek weinig deren, zij zien Blaudzun in topvorm en horen prachtige nummers als Heavy Flowers en de hit Elephants.

Met een overheerlijke pannenkoek achter de kiezen lopen we richting de Belgen van Balthazar, die staan te spelen in de Barn. We hebben een mooi plekje maar worden helaas horendol van de bastonen die veel, maar dan ook veel te laag staan afgesteld. Na twee nummers houden we het (helaas) voor gezien. Wat we hoorden qua liedjes was namelijk goed.

Gelukkig wordt het leed een beetje verzacht als we terug lopen, want wat zien we daar voor tof bandje spelen op die gele bus naast de V.I.P.-tent? Drie jongens en een wilde rockchick die de weide tegenover het hoofdpodium, waar op dat moment toch geen artiest staat, plat speelt. Na het optreden gaan we het eens van dichterbij bekijken. Het blijken The Balconies, een Canadese band die een maand ervoor in Tivoli blijkt te hebben gestaan. Het beviel de muzikanten zo goed, dat ze terug kwamen, zo hoor ik de bassist vertellen. Enthousiast als ik ben koop ik voor vijf euro hun EP Kill Count, die van twee jaar geleden blijkt te zijn. Ach ja, zo hebben ze weer een beetje geld voor nieuwe opnames.

Dan is het tijd voor een zomers feestje met Will And The People. Deze immens populaire band scoorde vorig jaar een enorme hit met Lion In The Morning Sun en gaat met nieuwe album Friends gewoon gezellig door. Hun liedjes met reggae, ska (hun label heet niet geheel ontoevallig Baggy Trouser naar het lied van Madness) en funkinvloeden doen het juist in Nederland erg goed. In de tent is het publiek opvallend jong: er staan opvallend veel gezinnen met kleine kinderen, die zich overigens opperbest vermaken en foto’s schieten met de smartphones van hun ouders.

Na het feestje in de Jupiler tent drinken er we er nog eentje en pogen we traumahelikopter te checken in een overvolle King King. Het mislukt in eerste instantie, er gaat een half bekertje bier van een mede-ik-wil-traumahelikopter-zien-maar-ik-pas-niet-meer-in-de-tent-bezoeker over ondergetekende heen, maar dan vinden we een gaatje en bouncen we op de trillende vloer die het drietal veroorzaakt. Twee gitaren en een simpel drumstel zijn de basis voor de rechttoe rechtaan garagerock liedjes van het Groningse trio. Maar ze krijgen de tent volledig plat, er wordt gecrowdsurft en gepit. Na drie of vier vliegensvlugge nummers is het alweer gedaan en pakken we wat nummers van Therapy? mee. Deze Ierse rockband krijgt de hoofdtent maar halfvol, maar de mensen die er staan lijken tevreden. Wij zijn dat ook.

Na een uitstekend optreden van Frank Turner in een volle Jack Daniel’s tent lopen we vol goede moed naar de hardcore/punk rockers van John Coffey. De hekken zijn zorgvuldig tegen het podium aangeschoven door zanger David Achter de Molen, zodat hij het publiek vol in de bek kan schreeuwen. De band heeft aan het vollopen van de tent te zien genoeg fans, zelfs op een lieflijk festival als Dauwpop. Wanneer de heren met snorren het podium op wandelen, is het kerkje echt te klein. Er wordt vanaf seconde één gepit, meegezongen, geklapt en in de steunpilaren geklommen. Achter de Molen springt als een volleerd stagediver het publiek in en blijft netjes zingen/schreeuwen. De bewaking krijgt het ook moeilijk en dauwt noodgedwongen de (overigens veel te krakkemikkige) dranghekken naar achteren. “Alsjeblieft een applaus voor deze mannen, want zij zijn er ook voor ons!”, schreeuwt de band. Beetje hypocriet, aangezien zij zelf de aanstichters zijn van deze ruige bende. John Coffey mag wel een hoogtepunt van Dauwpop genoemd worden.

Om het festival nog een beetje ‘rustig’ af te sluiten bezoeken we Kaiser Chiefs op het hoofdpodium. De band doet louter hits en het dak gaat er redelijk af. Zanger Ricky Wilson lijkt flink afgevallen en is net zo fit als de rest van de band. Mooie afsluiter van een te gek en gezellig festival.

Written in Music Nieuwsbrief