Ayo: ‘Verwacht nooit iets van me!’
Door op 17 september 2009

By: Norbert Tebarts
Date: 05/21/2009
Label: Universal

“Inmiddels ben ik vergeleken met élke zwarte zangeres: Macy Gray, Alicia Keys, Lauryn Hill, India.Arie, Corinne Bailey Rae, Tracy Chapman, Sade. Ik ben zelfs de vrouwelijke versie van Ben Harper genoemd. En wat hebben we gemeen? We zijn allemaal zwart, maar het is zó anders. Het maakt me niet uit hoor, mensen willen nou eenmaal vergelijken. Ze hebben een hokje nodig om je in te stoppen, als referentie.”

Aan het woord is Ayo, geboren in 1980 in Duitsland. Haar Nigeriaanse vader was DJ in de jaren 70. Haar moeder, zigeunerin, raakte verslaafd aan de heroïne toen Ayo zes was. Haar ouders scheidden, tot haar veertiende groeide Ayo op in een pleeggezin en de nomadische leefstijl die volgde, bracht haar uiteindelijk in Parijs en New York. De zangeres die met haar mix van reggae, soul en blues inmiddels groot is landen als Frankrijk, Italië, Duitsland, Polen en Australië, is nu hard op weg om ook Nederland te veroveren. Met haar tweede album ‘Gravity At Last’…

WiM: Een titel die wel erg persoonlijk klinkt…
Ja, het gaat over een donkere periode. Voor mij was het belangrijk om afstand te nemen van mijn geschiedenis, mijn achtergrond. Dat doe ik bijvoorbeeld in ‘Better Days’, een erg persoonlijk nummer waarin ik in de voetsporen van mijn vader treed. De tekst, dat is hij, pratend over mijn moeder, hij zegt zijn kinderen dat ze bij haar weg moeten blijven. Mijn vader was mijn beste vriend, na het album (dat vorig jaar al in Frankrijk uitkwam – NT) heb ik hem bijna een jaar niet gesproken. Hij was teleurgesteld: bepaalde nummers vond hij te persoonlijk, andere begreep hij niet. Hij vond dat ik alleen nog maar simpele liefdesliedjes kon schrijven. En wat nog meer speelde, op mijn eerste album aanbad ik hem, hij was mijn held. Maar ik ben gegroeid, mijn ogen zijn verder geopend, ik zie het nu anders. Maar we hebben weer goed contact hoor.

WiM: En je moeder?
Zij zit nog steeds aan de drugs, haar leven is nog altijd een puinhoop. Mijn ouders zijn wel weer bij elkaar, mijn vader kwam weer met mijn moeder in contact toen ze mij wilde aanklagen. Ja echt, vanwege het nummer ‘Mother’. Uit liefde geschreven, maar zij voelde zich in haar eer aangetast. Ik communiceerde niet meer met haar en dit was mijn manier dat weer te doen. Ik wist dat ze zou gaan luisteren, dat ze iets zou voelen. Wat voor mij betekent, dat ze niet verloren is. Dus die aanklacht is eigenlijk zelfs goed geweest: ze voelt nog steeds iets, emoties voor haar dochter. De aanklacht heeft ze inmiddels ingetrokken. En excuses aangeboden, ze zou nooit één van haar kinderen aanklagen.

WiM: Wat een verhaal! En toch zit je hier voor me met een glimlach?
Omdat ik echt geloof in ‘better days’. Ik zie deze gebeurtenissen als positieve dingen. Daarmee krijg ik wat te zeggen, kan ik andere mensen zonder scheve blik benaderen. Ik weet hoe het leven kan zijn, weet dat er veel mensen zijn met soortgelijke problemen. Zo veel mensen praten niet met hun ouders. Misschien om een andere reden maar goed, uiteindelijk is het dezelfde pijn! Muziek is voor mij therapeutisch, wellicht kan mijn muziek dat voor anderen ook zijn. Ach, eigenlijk is het allemaal niet zo diep, het is gewoon ‘het leven’. En als ik het zo bekijk, dan kan ik zeker glimlachen.

WiM: Op het album ben je niet alleen persoonlijk, maar ook maatschappelijk betrokken. Het nummer ‘Change’ bijvoorbeeld, toevallig vorig jaar geschreven tijdens ‘een‘ campagne?
Nee, ik was Obama nog voor, maar toen ik het schreef dacht ik wel aan Bush. En aan andere presidenten, in bijvoorbeeld Afrika. Het nummer gaat meer over de corruptie die we over de hele wereld zien. Maar ook over hoe mensen dat laten gebeuren. Als we verandering willen, dan moeten we dat niet overlaten aan die leider of aan anderen, maar zélf iets doen.

WiM: Terug naar de titel, heb je eindelijk je plek gevonden?
Ik ben nu 28, heb een zoontje, mijn ouders zijn weer bij elkaar. Maar ik zie mezelf nog steeds als een burger van de wereld, ik kan overal thuis zijn. Een vaste plek had ik nooit gevonden, toch hoop ik nu stiekem dat dat wel gebeurd is: een paar weken geleden heb ik mijn appartement in Parijs opgezegd, ik heb namelijk iets moois gevonden, in Berlijn nog wel! En dat terwijl ik altijd probeerde te ontsnappen aan Duitsland. Ja, ik heb wel het gevoel dat ik mijn bestemming heb gevonden.

WiM: Maar nu weten we nog steeds niet in welk muzikale hokje je past…
Dit jaar zal een nieuw album van me uitkomen en daarop zul je weer wat nieuws horen. Ik koop gitaren als tassen en dan ontdek je wel eens wat nieuws. De laatste tijd ben ik bijvoorbeeld de elektrische gitaar aan het ontdekken, met wah wah pedaal… Dat ga je zeker terughoren. Volgens mijn gitarist heb ik talent.

WiM: Zul je zien dat je straks ook vergeleken wordt met Jimi Hendrix!
Die vergelijking zou ik helemáál niet erg vinden haha! Verder zal het album weer meer soul krijgen, wat gekker worden. Weet je, verwacht maar niets. Stop me gewoon nooit in een hokje, ik weet zelf nog niet eens waar ik vandaan kom of waar ik thuis hoor.