Terugblik: het rock- en metaljaar 2014
Door op 03 januari 2015

Op het eerste gezicht was het rock- en metaljaar 2014 niet heel bijzonder, er verschenen weer duizenden albums in alle denkbare sub-genres en het aantal concerten en festivals in binnen- en buitenland was wederom zeer omvangrijk. Als men over een decennium (of twee) terugkijkt op dit jaar en komend jaar zal die als periode van de ommekeer worden gekwalificeerd. Een ommekeer in diverse opzichten.

In de voorbije 30 jaar hebben tal van verschuivingen plaatsgevonden; van elpee en cassette naar CD, van CD via digitale downloads en iTunes naar streaming diensten als Spotify en Pandora. Dit jaar lijkt de verschuiving van bezit naar toegang definitief beslecht. De verkoop van fysieke geluidsdragers loopt al jaren hard terug (naar schatting minus 15% t.o.v. 2013) en alleen vinyl lijkt aan een opmars bezig. Die opmars mag dan in procenten indrukwekkend zijn, in absolute aantallen is het bijna verwaarloosbaar. De markt in geluidsdragers staat haaks op de trend dat er meer muziek dan ooit geluisterd wordt. Je ziet tegenwoordig overal oordopjes of koptelefoons, in OV, op de fiets en zelfs tijdens het sporten. Muziek is dankzij mobiele apparaten en streaming diensten vrijwel altijd en overal beschikbaar.

Tegelijk met de verkoopcijfers dalen ook de productiekosten. Een goed klinkende CD opnemen kost tegenwoordig maar 10% van wat het in de jaren tachtig kostte. Overkill zanger Blitz zei: “Sure, the downloading may have hurt your finances, but it can cost you 1/10th of what it cost to make a record 25 years ago. It’s not the same world anymore. I really think the key to making a great record is understanding performance. Not overthinking it, but really performing it. There is so much software out there, you can go in and sing out of key, burp, and it can be removed to some degree so you really only have to do it once.”

Een andere opmerkelijke, maar wel verwachte ontwikkeling is dat de “grote namen” eindelijk opvolgers krijgen. Jarenlang prijkten bands als Judas Priest, Aerosmith, Kiss, Black Sabbath, AC/DC, Whitesnake, Deep Purple en Scorpions boven aan de festivalaffiches, maar veel festivalorganisatoren durven nu eindelijk niet-bejaarde bands als Slipknot en Faith No More boven aan de bill te programmeren. Natuurlijk zijn er nog festivals die gokken op de oude garde, maar dat aantal loopt snel terug. Na 25 jaar lang Metallica, Iron Maiden en bovengenoemden als festivalafsluiters is het uitzwaaien dan toch eindelijk begonnen.

Ook in de verkoopcharts doet de jongere generatie van zich spreken. Bands als Suicide Silence, Chevelle, Slipknot, Of Mice And Men en Godsmack verkopen in de Verenigde staten met gemak meer albums dan bijvoorbeeld de veteranen van Judas Priest. Het is overigens veelzeggend dat Judas Priest met de slechtste verkoopcijfers sinds Killing Machine (1978) wel zijn hoogste Billboard chart notering ooit haalde. Diverse metal bands belanden in de week na release in de top 10 om er de week erna meteen weer uit te donderen. Geen enkele rock of metalplaat boekte in 2014 voldoende verkopen om zich langere tijd in de top te handhaven. Die vluchtigheid noopte diverse muzikanten tot uitspraken over de stand van zaken in de rockwereld.

We wisten al dat Ted Nugent en Dave Mustaine tamelijk ongenuanceerde uitspraken deden, maar de prijs voor de grootste stompzinnigheid in 2014 gaat toch echt naar Gene Simmons. De aanmatigende toon en kortzichtige uitspraken van de Kiss bassist over depressie, armoede, rijkdom en de status van de rockwereld deden heel wat stof opwaaien. Dankzij sociale media werd deze eigenheimer gelukkig veelvuldig en genuanceerd van repliek gediend. Wat is dat toch met oude rockers met teveel geld en te weinig inspiratie?

De media spinden natuurlijk garen bij al die commotie. Vooral de online media want de tijdschriften hebben het moeilijk en missen slagkracht om op de actualiteit in te spelen. Aardschok (het langst lopende metalblad in de wereld, waarvoor hulde), Rock Tribune, Rock Hard, Classic Rock Magazine etc. vechten een verloren gevecht tegen dalende oplagen en zullen het op termijn afleggen tegen webzines. Behalve redacteuren kon iedereen op internet zijn mening spuien en maakte de reaguurder ook in de metalwereld een enorme opmars. Naast zure commentaren was er gelukkig ook genoeg te lachen op internet, wat te denken van een Disney-versie van Slayer’s Angel Of Death of een perfect getimede death metal versie van de Animals hit House Of The Rising Sun. Onbedoeld toonde ex-Skid Row zanger Sebastian Bach aan dat likes op Facebook helemaal niets betekenen; van de 800.000 mensen die een like op zijn pagina plaatsen, kocht slechts 0,6% (5000 mensen) zijn nieuwe album.

Een minder fijne trend is de prijs van concertkaartjes. De prijzen stijgen elk jaar veel harder dan de inflatie (in 2014 niet zo heel moeilijk met een scenario dat grenst aan deflatie) en vooral de oude garde durft schofterige prijzen te vragen. In het buitenland is het nog erger; de prijs van een kaartje voor Aerosmith en Slash was gemiddeld 325 dollar! Iedereen snapt dat de inkomsten uit albumverkoop zijn gekelderd, maar er zijn grenzen. Helaas hebben Bon Jovi en recentelijk U2 in Nederland ook een precedent geschept, dus we kunnen onze borst natmaken.

Vroeger betaalde een platenmaatschappij om een bandje op tournee te laten gaan. Daarna kregen we praktijken als “Pay To Play” waarbij bands zelf geld moesten betalen om te mogen spelen en in de Verenigde Staten is het al zover dat promotors louter bekende namen als support willen zien. Om die reden toerden Def Leppard en Kiss samen en gingen ook Aerosmith en Slash samen op stap. Als support act mee op een arenatour is onmogelijk voor jongere bands. Dat is tevens een reden waarom geen bands meer doorbreken. De populaire bands zijn vrijwel allemaal doorgebroken nadat ze als support meegingen van een bekende artiest (bijv. Metallica en Motley Crue als support van Ozzy). Gelukkig is de concertmarkt in Europa stukken gezonder, al is het voor iedereen hard werken. De muziekscène begint in dat opzicht steeds meer te lijken op de maatschappij. Er zijn een paar hele grote bands zoals Metallica die een miljoen euro of meer per concert opstrijken en heel veel kleintjes die voor een appel en ei spelen. Lacuna Coil zangeres Cristina Scabbia zei: “People think you are becoming a millionaire touring all the time, but bands have to tour now more than ever just to pay their bills!”

In de strijd tegen dalende inkomsten beperken veel muzikanten zich niet langer tot één band, maar gaan samenwerken in projecten. Goede voorbeelden zijn drummer Mike Portnoy (die in 2014 deel uitmaakte van o.a. Winery Dogs, Transatlantic, Bigelf en Flying Colors) en gitarist George Lynch (met KXM, Lynch Mob, Tooth & Nail en Sweet-Lynch). Ze waren niet de enigen want de projecten schoten in 2014 als paddenstoelen uit de grond. Dankzij muzikanten als Gary Holt, Myles Kennedy, Russell Allen en Wolfgang van Halen is ook de dubbele baan helemaal in en geaccepteerd. Het gevolg van al die projecten en double duties is wel dat de albummarkt nog verder wordt overstelpt met nieuw werk.

Een jaar geleden keken we vooruit naar de comeback van jaren tachtig iconen Jake E Lee en Adje Vandenberg. Die van eerstgenoemde (met zijn Red Dragon Cartel) viel tegen omdat Lee een moderne, inwisselbare sound verkoos boven zijn bluesy roots. Vandenberg’s Moonkings kwam met een degelijk, doch weinig opzienbarend debuut op de proppen. Adje kan het nog steeds, maar vlamt niet meer. De prijs voor de beste comeback in het hardrockgenre gaat naar The Tea Party en die in het metalgenre naar Sanctuary. De bands rondom Jeff Martin respectievelijk Warrel Dane hebben niets aan kracht en compositorisch vermogen ingeboet en leverden ijzersterke schijven af. Een band die ook indruk maakte was Ne Obliviscaris dat in menig nummer meer variatie en muziekstijlen propte dan andere bands in een heel oeuvre. Er waren geweldige releases van Ghost Brigade, Insomnium, Septicflesh, Behemoth, Primordial, Blues Pills, Vader, Allegaeon, Primordial, At The Gates, Mastodon, Opeth en vele anderen. Het voert te ver om hier een uitputtende lijst van goede en geweldige albums te vermelden, daarvoor verwijzen u graag naar de jaarlijsten in de metal media.

In 2014 waren er weer vele verwachte, ludieke, opmerkelijke en treurige berichten. Zo vertrok zanger Stephen Pearcy na ontelbare ruzies bij Ratt, pakte gitarist Doug Aldrich zijn biezen bij Whitesnake, werden Broderick en Drover de 15e en 16e muzikant die vertrok bij Megadeth, moest oprichter Malcolm Young AC/DC om medische reden verlaten, overleed Survivor zanger Jimi Jamison aan een overdosis drugs, balanceerde Lemmy op het randje, toerde Van Halen weer niet in Europa, leverde Nightwish toetsenist Tuomas Holopainen een soundtrack voor Dagobert Duck af, organiseerde Motörhead een Motörboat cruise, verkocht Iron Maiden meer biertjes dan albums, werd de hoop op een Pantera reünie de grond in geboord door een weinig vergevingsgezinde drummer, werd de inauguratie van Kiss in de Rock N Roll of Fame ontsierd door beschamende scheldpartijen tussen de organisatie en de band maar ook tussen huidige en ex-bandleden, lanceerde voormalig Judas Priest gitarist KK Downing een eigen eau d’ toilette lijn, betaalde de nieuwe president van Indonesië en metalliefhebber Joko Widodo Metallica uit eigen zak voor een concert in Jakarta, bewees Behemoth’s Nerdal dat herstellen van leukemie niet per se leidt tot mildheid, troefde leerling Bjorn Riis (gitarist van Airbag) meester David Gilmour ruimschoots af, begon Motley Crue aan zijn laatste tournee, verloor Accept op de valreep twee bandleden, werd de tandeloze AC/DC drummer Phil Rudd meer dan eens in de boeien geslagen en verkocht zijn band diverse Europese stadions in luttele minuten uit. Meest bijzonder was toch wel de redding van een jong poesje door Slayer. Ook zonder Jeff weten de mannen nog steeds wat heavy is!