Rockdinosaurussen moeten concertindustrie redden
Door op 10 oktober 2010

De platenmaatschappijen zagen de verkoop van cd’s in tien jaar halveren en hebben drastisch in hun kosten moeten snijden om hun voortbestaan te borgen. Na de platenmaatschappijen lijkt nu ook de concertindustrie in de problemen te komen. Live Nation (zeg maar de grote Amerikaanse broer van Mojo) meldde eerder dit jaar al dat de kaartverkoop van bands als Eagles, Aerosmith en Jonas Brothers tegenviel. Diverse grote tournees waaronder die van Christina Aguilera, werden afgelast wegens gebrek aan interesse.

Live Nation directielid Irving Azoff meldt deze week dat de perspectieven voor 2011 beter zijn omdat Van Halen en Fleetwood Mac garant staan voor inkomsten. Dat is een opmerkelijke en tegelijk zorgwekkende opmerking want Fleetwood Mac en Van Halen beleefden hun hoogtijdagen in de jaren zeventig respectievelijk tachtig van de vorige eeuw. Nu leverde Van Halen’s reünietournee (2007-2008) inderdaad een enorme bak geld op (93 miljoen dollar via 74 shows), maar de broertjes Van Halen en David Lee Roth zijn niet de jongste meer. De dames en heren van Fleetwood Mac zijn zelfs nog ouder. Als deze twee bands de concertindustrie moeten redden, lijken er geen toekomstperspectieven voor 2015 en verder. Veel muziekfans zullen er niet rouwig om zijn getuige de reacties op de vele fora over dit onderwerp.

De entreeprijzen zijn in enkele jaren tientallen of zelfs honderden procenten gestegen. Honderd dollar of meer voor een kaartje is allang geen uitzondering meer. De grootste ergernissen zijn nog  niet eens de entreeprijzen maar de schandalig hoge toeslagen voor servicekosten (voor kaartjes die je zelf moet printen…), torenhoge parkeerkosten bij arena’s en stadions en de prijzen voor eten, drank en merchandise. Kort gezegd, een bezoek aan een arenaconcert kost aan de andere kant van de oceaan een vermogen. Live Nation denkt in de toekomst zelfs nog meer geld aan concerten te kunnen verdienen door na afloop van elk concert CD’s en DVD’s  (met opnamen van het concert) te verkopen.

Experts zien in de VS en Canada nauwelijks een toekomst voor arena- en stadionconcerten. De grote bands uit de jaren zestig (Rolling Stones, Deep Purple, voormalig leden van CCR en Pink Floyd) zijn simpelweg te oud, de bands die furore maakte in de jaren zeventig (Aerosmith, Kiss, Bruce Springsteen, Ozzy, Rush, AC/DC, Journey) zijn met hun laatste kunstje bezig, de artiesten uit de jaren tachtig (Michael Jackson, Madonna, Prince, Bon Jovi) zijn dood of hebben fors aan populariteit ingeboet. Oasis en Guns N’ Roses, twee stadionacts, zijn door interne strubbelingen geïmplodeerd.

De laatste twintig jaar zijn nauwelijks nog artiesten opgestaan die internationaal massa’s publiek trekken. Het komende decennium kan de muziekindustrie nog bogen op artiesten als Metallica, Iron Maiden, Radiohead en U2, maar daarna lijkt de koek op. Natuurlijk zijn er Coldplay, Robbie Williams, Shakira, Red Hot Chilli Peppers, Rammstein en sinds kort Lady Gaga, maar of zij de komende jaren stadions gaan vullen is ronduit twijfelachtig. Door de opkomst van internet is muziek alomtegenwoordig en is het aanbod explosief gegroeid. Voor iedereen is er nu wel wat te vinden waardoor de muziekmarkt is versnipperd en groeien nog heel weinig bands uit tot stadionacts. Op nationaal niveau zijn ze er nog wel, denk aan Luis Miguel in Zuid Amerika, Matchbox Twenty en Dave Matthews Band in de VS  of dichter bij huis Marco Borsato, Guus Meeuwis en de Toppers (over smaak valt te twisten…), maar internationaal zijn het er heel erg weinig. Stadionrockers vormen een uitstervend ras.

De situatie in Nederland

In Nederland lijkt de concertindustrie het water nog niet aan de lippen te staan. Er waren dit jaar weliswaar minder stadionconcerten van internationale artiesten, maar dat werd gecompenseerd door Nederlandstalige artiesten. Bovendien trekken dancefestivals nog steeds heel veel publiek en deden de traditionele festivals (Pinkpop, Lowlands e.d.) goede zaken. Toch zijn er signalen dat het minder gaat dan in voorgaande jaren. Zo verdwenen Arrow Rock, Fields of Rock en Waldrock definitief van de kalender en kondigde Mojo aan geen grote hardrockfestivals meer te organiseren. Iron Maiden en The Big Four tournee (Metallica, Slayer, Megadeth en Anthrax) sloegen Nederland over en diverse concerten werden verplaatst naar kleinere locaties of afgelast wegens gebrek aan belangstelling. (Aerosmith, Sheryl Crow). De klachten van Amerikaanse concertgangers zijn hier ook te horen; dure kaartjes, idiote servicetoeslagen, schofterige parkeertarieven (EUR 12,00 voor een paar uurtjes parkeren bij het Gelredome) en buitensporige consumptietarieven. Helemaal onverwacht is dat niet want zowel concertorganisator Mojo als de online tickethandel zijn inmiddels in Amerikaanse handen. De rockdinosaurussen komen nog wel naar Europa, maar doen slechts een beperkt aantal optreden op festivals waar ze wel bereid zijn de hoofdprijs te betalen.

De verwachting is dat de grote buitenlandse festivals (Rock am Ring/im Park, Wacken, Roskilde, Pukkelpop, Graspop etc.) de komende jaren nog voldoende “grote namen” kunnen boeken om een groot publiek aan te spreken, maar over tien jaar zal het ook voor hen moeilijk worden om headliners te vinden. De toekomst lijkt derhalve aan het clubcircuit waar artiesten in een meer intieme sfeer en voor redelijke prijzen kunnen worden bezocht.

Addendum d.d. 26 oktober 2010

Onlangs is Mojo Concerts gestart met een reorganisatie waarbij 12% van het personeel wordt ontslagen. De geruchten over een vertrek van Rob Trommelen, de voormalige directeur van Fields Of Rock, Arrow Rock en het volledig mislukte LOTS-festival zouden onjuist zijn. Mojo organiseerde in 2010 circa 35% minder concerten dan in 2009. Een woordvoerdster van Mojo liet weten in 2011 geen herstel te verwachten. Door de verhoging van het BTW tarief van 6 naar 19 procent vreest men zelfs voor de “genadeklap voor de evenementenbranche”.