Wij zijn 1 – TivoliVredenburg
Door op 14 juni 2015

De eerste verjaardag van Nederlands meest complete concerthuis, TivoliVredenburg, werd opgeluisterd met een cultureel topevenement waarbij alle zalen en pleinen het toneel waren van de meest uiteenlopende muziekgenres. Zo zorgde Wij zijn 1 voor een aangenaam gegons. Nieuwsgierigen konden naar believen hun horizon verbreden en het viel te betreuren dat je maar op een plek tegelijk kon zijn.

Dat betekende voor mij rond acht uur de grote zaal, waar het Radio Filharmonisch Orkest aantrad met de Eerste Symfonie van Sergej Prokofjev. Deze zogenaamde Klassieke Symfonie had geschreven kunnen zijn door een 20e eeuwse Joseph Haydn en in het eerste deel komt een thema voor waarop men zeer elegant – op z’n Weens – zijn hoed zou kunnen afnemen. Dirigent James Gaffigan was geestdriftig en zette met veel bravoure de dynamische verschillen neer. De thema’s buitelden over elkaar heen en de ruimtelijke effecten kwamen goed tot hun recht. Geheel festivalesk werd na elk deel geapplaudisseerd, maar toen dat na de Gavotta uitbleef, draaide Gaffigan zich verbaasd om, om alsnog een ovatie te forceren. Deze ludieke actie was een treffende opmaat voor de zinderende Finale.

Tijdens de symfonie stroomde de zaal goed vol, zodat Gabriela Montero onder groot applaus haar opwachting kon maken voor Mozarts 20e pianoconcert KV 466. Na een rustige start van het pompeus eerste deel, waarbij de Steinway in de hoogte nogal galmde, werd het voor Montero tijdens de snelle loopjes in de Romanze - deel twee – ineens hoorbaar hard werken en kon ze het razendsnelle tempo ternauwernood aan. In het Rondo van deel drie had ze haar draai echter weer gevonden en na afloop trakteerde ze op een improvisatie op een thema dat uit het publiek werd voorgezongen. Dit eenvoudige ‘Figaro Figaro’-thema liet ze herhaaldelijk opduiken binnen een prachtig muzikaal frame, dat in stijl verschoof van Barok en Romantisch naar Ragtime.

Terwijl vervolgens vier pianisten van het Amsterdam Piano Quartet zich in de grote zaal waagden aan de ritmische uitdagingen van Stravinsky’s Sacre Du Printemps, gaf de Holland Baroque Society een wervelend concert  in Herz. Blikvanger dirigent/klavecinist Lars Ulrik Mortensen zweepte zijn 11 discipelen tijdens Bachs Derde Brandenburgse Concert op tot een presentatie waar de vonken van afspatten.

De Society musiceerde grotendeels staand en door een levende mimiek en interactie – zonder dat de finesses uit het oog worden verloren – ontstond een dynamiek dat elk werk glans verleende. De balans tussen solist en strijkersgroep was in Bachs Cantate Widerstehe Doch Der Sünde niet optimaal: altus Alex Potter had moeite om zich verstaanbaar te maken. Ook traversist Alexis Kossenko moest alle zeilen bijzetten om even later Telemann goed uit de verf te laten komen. In de toegift – Sol Da Te Mio Dolce Amore uit Vivaldi’s opera Orlando Furioso – was dat probleem uit de wereld en straalden beide solisten.

“Ik denk dat ik hier te melig van wordt” – zomaar een reactie op de instrumentatie van Dies Irae (1972) van de Russische componiste Galina Oestvolskaja (1913-2006) waarop ze Herz verliet. Als luisteraar moest je inderdaad goed gedisponeerd zijn om dit werk – geschreven voor acht contrabassen, piano en een houten kist als trommel – te trekken. De host probeerde er nog een dolletje van te maken, maar slagwerker Mark Haeldermans liet niet met zich sollen. Hij hamerde – geleid door een overdrive piano – het Dies Irae fortissimo door de acht raspende en zoemende bassen.

Op de avond zelf waren er problemen met de roltrappen, exemplarisch voor de kinderziekten waarmee TivoliVredenburg afgelopen jaar te kampen had. Een geluidslek en loslatende plafondplaten. Het is te hopen dat komend jaar wat dat betreft probleemloos verloopt, zodat we ons kunnen verheugen op een tweede editie van dit festival.