Sweelinck En Zijn Duitse Leerlingen in Zeerijp
Door op 05 augustus 2016

Artiest: Laurens de Man
Gig_title: Sweelinck En Zijn Duitse Leerlingen
Genre: oude muziek
Loc_venue: Jacobuskerk
Loc_city: Zeerijp

De Jacobuskerk in Zeerijp was donderdag 4 augustus the place to be voor liefhebbers van muziek uit de vroege barok. Klavecinist Johan Hofmann leidde een consort met Joshua Cheatham, Lucile Boulanger, Julien Leonard en Nicholas Milne (viola da gamba), Alide Verheij, Sébastien Marc, Marjan Banis en Bert Honig (blokfluit) Christian Staude (violone) en Eloy Orzaiz Galarza (kistorgel). De meer dan vierhonderd jaar oude muziek werd met diep respect en groot enthousiasme gespeeld. Het programma bood een rijk palet aan stijlen: van dansante suites tot levendige motet-achtige werken en rouwdansen waarvan de melodie zich met moeite kon ontworstelen aan het harmonisch web van dissonanten.

Vanaf het begin met de Vijfde Suite uit Johann Hermann Scheins Banchetto Musicale vormde het lieflijke melodische fluitenkoor een prachtig contrast met het ritmische gezoem van de gambagroep. Het consort met drie leden van het Amsterdamse Brisk Recorder Quartet, werd afgewisseld met orgel en klavecimbel solo.

Laurens de Man bespeelde het gereconstrueerde Faberorgel uit 1651 – in middentoonstemming – en in smaakvolle registraties liet hij vier totaal verschillende karaktertrekken van het instrument horen. Sweelincks Psalm 23 met haar bijna maniëristische versieringen was lieflijk, Scheidemanns Praeambulum ex g, waarbij Laurens de Man de thema’s dartelend over elkaar heen liet buitelen, klonk aggressief, met mixtuur en alle tongwerken open. Na de pauze leverde hij nog een vrolijke Pavana Hispanica van Sweelinck en een krachtige Gagliarda ex d – Scheidemann op z’n mooist.

Johan Hofmann demonstreerde zijn Ruckers Klavecimbel met Sweelincks Soll Es Sein waarin de bassnaren heerlijk resoneerden in de gewelfde ruimte. Ook dwong hij vingervlug de notenguirlandes door de akoestiek, wat een gegons veroorzaakte, waarbij de totaalklank het won van de afzonderlijke noten. Eloy Orzaiz Galarza kon dit niveau later met Schildts Gleichwie das Feuer niet evenaren, al zette hij een prima uitvoering neer.

Het slotapplaus werd beloond met een werk van William Brade uit dezelfde suite die voor de pauze al opzien baarde wegens een spetterende doedelzakimitatie.

Dit was misschien wel het minst typische kamermuziekconcert van het Peter de Grote Festival. Het  wordt herhaald op vrijdag 5 augustus in de dorpskerk te Anloo.

Programma:

  1. J.H. Schein – Banchetto Musicale, Suite 5 (Consort)
  2. J.P. Sweelinck – Psalm 23 (Orgel)
  3. S. Scheidt – Paduan Dolorosa (Viola da Gamba´s)
  4. H. Scheidemann – Praeambulum ex g (Orgel)
  5. S. Scheidt – Paduan (Fluiten)
  6. J.P. Sweelinck – Soll Es Sein (Klavecimbel)
  7. W. Brade – Suite (Consort) – Pauze -
  8. S. Scheidt – “Ein Fester Burg Ist Unser Gott” a 8 (Consort)
  9. J.P. Sweelinck – Pavana Hispanica (Orgel)
  10. S. Scheidt – Canzon “O Nachbar Roland” (Consort)
  11. M. Schildt – Gleichwie das Feuer (Klavecimbel)
  12. H. Scheidemann – Gagliara ex d (Orgel)
  13. J.H. Schein – Banchetto Musicale, Suite 15 (Consort)