Robeco Summernight: Boldoczki Met Hummel’s Trompetconcert
Door op 19 juli 2014

Gig_title: Inventief en impulsief: Boldoczki, Hummel en Beethoven
Genre: Klassiek
Loc_venue: Het Koninklijk Concertgebouw
Loc_city: Amsterdam

Het Robeco Summernight concert van vrijdag 18 juli werd geopend met het gedeelte Air uit de derde orkestsuite van Johann Sebastian Bach. Hiermee werden de slachtoffers en het leed van de nabestaanden van de ramp met vlucht MH17 herdacht. Een sympathiek gebaar van dirigent Jan Willem de Vriend en het Nederlands Symfonieorkest.

Hierna was het geplande programma aan de beurt en werd begonnen met de Ouverture (uit La Gazetta) van Gioacchino Rossini. Een prachtig vrolijk werkje waarin duidelijk de ruziënde Italianen in terug te horen zijn. Het Nederlands Symfonieorkest speelde het met volle overgave en leek er zelf enorm van te genieten.

Waarom er gekozen was voor de Ouverture ‘Meeresstille und glückliche Fahrt’, op. 27  van Mendelssohn is mij een raadsel. Dit werk paste in het geheel niet binnen het programma, maar wellicht was dat een manier om er juist de aandacht op te vestigen. Het begin kwam nogal ongestructureerd over, maar gaandeweg kreeg het orkest wat meer vat op het stuk. Er bleek een hoofdrol weggelegd voor de piccolo, want hij was overduidelijk aanwezig. Nu is het toch al een opvallend instrument en zijn geluid kan eenvoudig de boventoon voeren. Al met al bleek deze uitvoering een uitdagende maar geslaagde exercitie.

Dirigent Jan Willem de Vriend daalde voor de derde keer de lange trap naar het podium af, maar ditmaal onder begeleiding van de trompettist Gábor Boldoczki. Het Trompetconcert in E, WoO 1 van Johann Nepomuk Hummel speelde hij op een bewonderenswaardig ingetogen manier. Hierdoor zorgde hij ervoor dat zijn geluid goed samen viel met dat van het orkest. Het lijkt mij nogal een valkuil om als trompettist te hard te spelen. Gelukkig trapte Gábor Boldoczki daar niet in, waardoor het werk een klassieke schoonheid kreeg. Tijdens het eerste deel speelde hij technisch zeer bekwaam, hoewel dit ten koste leek te gaan van het gevoel in zijn spel. In het tweede deel vertelde zijn trompet een prachtig verhaal en de finale was meer dan briljant. Het publiek werd nog beloond met een mooie toegift; de naam van deze compositie en van de componist kon ik helaas niet verstaan.

Na de pauze werd enkel nog de Vierde symfonie in Bes, op. 60 van Ludwig van Beethoven gespeeld. Tijdens de opening werd al duidelijk dat dit een zeer spannende uitvoering zou worden. Met zijn vrije manier van dirigeren geeft Jan Willem de Vriend het orkest veel speelruimte qua tempi. Hierdoor lijkt de muziek soms wat rommelig, maar ze bevat enorm veel spanning. In het tweede deel werden de teugels wat strakker gehouden, maar vooral bij de finale werd er gevaarlijk dicht bij de afgrond gedanst. Met een razend tempo, maar zonder overhaastig spel, werd de spanningsboog onder druk gezet en net voor hij dreigde te knappen werd de eindstreep bereikt. Het is indrukwekkend hoeveel energie en emotie er in zo’n korte tijd opgebouwd kan worden en dat de ontlading met zo’n gerichte climax bereikt kan worden. De combinatie van de geniale compositie van Beethoven en het briljante spel van het Nederlands Symfonieorkest onder de kundige leiding van Jan Willem de Vriend zorgde voor een haast perfecte concertavond.