Prinsjesdagconcert Met David Afkham En Karin Strobos Door op 19 september 2012

Gig_title: Prinsjesdagconcert
Genre: Klassiek
Loc_venue: Dr. Anton Philipszaal
Loc_city: Den Haag

Het Prinsjesdagconcert is al een echte traditie. Het Residentie Orkest speelt dit jaar op de derde dinsdag van september werken van Van Otterloo, Berlioz en Brahms in de Dr. Anton Philipszaal in Den Haag. Deze keer staat het orkest onder leiding van de jonge dirigent David Afkham en worden zij bijgestaan door de mezzo-sopraan Karin Strobos.

Het concert werd geopend met het Wilhelmus. Hierna volgde Intrada van de Nederlandse componist Willem van Otterloo. Van Otterloo was vanaf 1949 chef-dirigent van het Residentieorkest. Intrada (1958) is een stuk voor 13 koperblazers, contrafagot, pauken en bekkens en een bewerking van de finale van Serenade uit 1944. Het duurt ongeveer vijf minuten en heeft een pompeus en bombastisch karakter. Dit karakter werd goed weerspiegeld in het overtuigende spel van het orkest.

Hector Berlioz componeerde zijn Les Nuits D’été in 1841. Het zijn zes liederen op teksten van Théophile Gautier voor zangstem en piano. In 1856 heeft de componist het werk herschreven voor orkest. Meestal wordt voor de zang een sopraan gekozen, maar ditmaal viel de keuze op een mezzo-sopraan. Karin Strobos heeft een prachtige stem en kan naast opera’s ook erg mooi liederen vertolken. Haar warme stem paste perfect bij het geluid van het Residentieorkest en beide lijken samen te vloeien. Vooral tijdens het tweede lied, Le Spectre De La Rose, was er een prachtig samenspel tussen zangeres en orkest. Het was een genot om te luisteren naar het prachtige Les Nuits D’été met de betoverende stem van Karin Strobos. De staande ovatie was meer dan verdiend.

Na de pauze werd de Derde Symfonie in F, op. 90 van Johannes Brahms uitgevoerd. Mooie volle, warme, deinende klanken met subtiele nuances en interacties tussen de verschillende instrumenten. Het eerste deel, Allegro Con Brio, werd prachtig uitgevoerd. De zwiere-zwaaiende lange armen van de dirigent gaven het orkest vleugels en de melodieën werden prachtig gespeeld. Het daaropvolgende Andante kwam wat minder goed uit de verf. Af en toe was de spanningsboog onvoldoende gespannen, waardoor de aandacht wat leek te verslappen. Het Poco Allegretto maakte weer wat goed; de wereldberoemde melodie werd vol overtuiging ten gehore gebracht. Het laatste deel, Finale: Allegro, bevatte veel spanning. Het was triomfantelijk en subtiel tegelijk, levendig en toch ingetogen; een prachtig einde van een zeer geslaagd prinsjesdagconcert.