Modern Klassiek tijdens de Robeco Zomerconcerten Door op 15 juli 2012

Loc_venue: Concertgebouw
Loc_city: Amsterdam

Wanneer andere concertzalen in de zomervakantie gesloten zijn is het Concertgebouw open en biedt het een bijzonder interessant programma, namelijk de Robeco Zomerconcerten. Dinsdag 10 juli speelden de Bochumer Symphoniker onder leiding van de Amerikaanse dirigent Steven Sloane werken van Prokofjev, Mahler, Dukas en Stravinsky; een avondje moderne klassieke muziek.

De opera De Liefde Voor Drie Sinaasappelen van de Russische componist Sergej Prokofjev bestaat in twee varianten: een Russische en een Franse versie. Het verhaal is gebaseerd op een toneelstuk van de Italiaanse toneelschrijver Carlo Gozzi. Vanavond ging het niet zo zeer om de tekst, maar vooral om de muziek. Opus 33bis is een suite met stukken uit deze opera. Het is een werk wat niet vaak uitgevoerd wordt en redelijk onbekend is gebleven. De muziek is zeer dynamisch en heeft, net als de opera, een komische inslag. Het karakter van het werk werd prima vertolkt door het orkest en vooral het serene van De Prins En Prinses contrasteerde mooi met de kolderieke circusmuziek van de Mars.

De liederen die tezamen Des Knaben Wunderhorn van Gustav Mahler vormen, zijn een verzameling liederen en is dus geen liederencyclus. Ze lijken de basis te vormen van het muzikale geluid van Gustav Mahler. Hij heeft veel van de melodieën uit deze liederen in zijn symfonieën verwerkt. Voor deze avond zijn er zes geselecteerd die door de tenor Christoph Prégardien gezongen werden. Met gevoel voor drama en vooral met een zeer mooie en zuivere stem zong hij deze korte volksliedjes. Het gevoelige en rustige Wo Die Schönen Trompeten Blasen werd opvallend mooi gezongen. In het bewogen en energieke Revelge creëerde de tenor de benodigde spanning. Het orkest zorgde voor een vederlichte begeleiding, waardoor Christoph Prégardien voldoende ruimte kreeg voor zijn zangkunsten. Steven Sloane zorgde voor een mooie vloeiende begeleiding.

Na de pauze kregen we De Tovenaarsleerling van de Franse componist Paul Dukas te horen. Wie van de bezoekers zou dit stuk kunnen beluisteren zonder het beeld van Walt Disney’s Mickey Mouse in zijn hoofd te krijgen? De dirigeerstijl van Steven Sloane zorgt voor een gefragmenteerde uitvoering, waardoor de grote lijnen van het stuk niet meteen duidelijk worden, maar vooral veel aandacht ontstaat voor de details. Dit viel bij de liederen van Mahler niet zo op, maar bij het einde van De Tovenaarsleerling des te meer. Door die aandacht voor details leek het erop of het orkest even het spoor bijster raakte. Gelukkig had Steven Sloane de touwtjes stevig in handen en zijn de muzikanten uit Bochum professioneel genoeg om een rommeltje te voorkomen. Hierdoor ontstond een duidelijke spanning in het stuk die niet iedere dirigent tot stand weet te brengen.

De avond werd afgesloten met een suite van muziek uit het ballet De Vuurvogel van Igor Stravinsky. De naam van deze componist is rechtstreeks verbonden met die van de Russische impresario Sergej Diaghilev en zijn Ballets Russes. Met beroemdheden als Vaslav Nijinsky, Anna Pavlova, George Balanchine en Olga Spessivtseva zorgde hij voor een waar spektakel in Parijs voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Met de première van de Vuurvogel werd Stravinsky op slag beroemd. De muziek wordt sprookjesachtig en overweldigend uitgevoerd door de Bochumer Symphoniker. Ook hier zorgt de dirigeerstijl van Steven Sloane voor een bijzonder spannende uitvoering en hiermee vormt het stuk een prima afsluiting van een avondje moderne klassieke muziek.