Liza Ferschtman – Biber – Bartók – Berio – Bach
Door op 07 augustus 2014

Artiest: Liza Ferschtman
Album_title: Biber - Bartók - Berio - Bach
Genre: Klassiek
Release_date: 04/10/2014
Label: Challenge Classics
Rating: Vier sterren (4)
Soundsid: 3309507
Biber - Bartók - Berio - Bach Liza Ferschtman
4
4

Violiste Liza Ferschtman geeft zich bloot. Niet alleen op de albumcover – waar haar naaktheid gevoelig, diepzinnig en bovenal ingetogen is – maar ook met het programma dat ze heeft gekozen. Een veeleisend programma voor muzikant én publiek, dat volgens haar ideaal is voor een recital – waar ze zelf de touwtjes in handen heeft. Maar via geluidsdrager is ze overgeleverd aan de smaak en het (on)geduld van de luisteraar. Ze is bang dat haar zorgvuldig gesponnen draad – die het best is te omschrijven als een hevige strijd die uitmondt in een catharsis – onderbroken wordt.

Ferschtman brengt vier substantiële werken voor viool solo uit heel verschillende perioden. Als rode draad fungeert de chaconne-vorm: een variatiereeks op een onveranderd basmotief. Het is verbazingwekkend hoe verschillend deze vier componisten er hun invulling aan geven, maar ook: hoe ingenieus deze polyfone muziek voor solo-instrument geschreven is.

De plaat opent met de passacaglia die Heinz Ignaz Bibers (1644-1704) Rosenkranssonates besluit. In vijftien sonates voor viool en basso continuo mediteert Biber over momenten uit het leven van Jezus en Maria. De laatste sonate is echter voor viool solo en draagt de bijnaam Beschermengel. Deze wordt vaak op solorecitals geïsoleerd opgevoerd en Ferschtman presenteert haar hier met een speelse vrijheid, die Bachs equivalent – track 11 – niet zou misstaan.

Vervolgens klinkt de Vioolsonate Sz. 117 van Bela Bártok uit 1944. Het eerste deel ervan, Tempo Di Ciaccona is een rechtstreekse verwijzing naar de chaconne van Bach. Met feilloze precisie voert Ferschtman deze abstracte en toch zo associatief-rijke sonate. Als een razende probeert ze de Hongaarse ziel te bevrijden uit de zich ongenadig herhalende harmonie. Tevergeefs.

De experimentele componist Luciano Berio werkte in een tijdspanne van 54 jaar aan zijn 15 Sequenza’s voor solo-instrument, waarin hij het uiterste vraagt van instrument en haar bespeler. Sequenza VIII uit 1978 is voor viool geschreven. De tonen A en B zijn het enige houvast in deze variatiereeks waarin stijlen technieken en sferen over elkaar heen buitelen. Ferschtman transformeert deze obstinate dissonant tot een weldadige tweeklank.

Bachs Tweede Partita BWV 1004 begint zwabberend alsof – schoorvoetend – vanuit de harmonie der sferen de wereld opnieuw wordt geschapen en haar voltooiing krijgt met de Ciaccona. Misschien weerhoudt de monumentaliteit van dit deel de violiste van een meer speelse of eigenzinnigere uitvoering, of wil Ferschtman in elk geval niet bij Bach geëtiketteerd worden als lichtvoetige virtuoos. Hoe het ook zij, sereen en monumentaal neergezet is de werking van deze muziek – na het geweld van Bartók en Berio – beslist louterend, alsof Liza Ferschtman vergezichten wil tonen van ver achter de horizon.

Tracklisting Biber – Bartók – Berio – Bach:

  1. H.I.F. Biber – Passagalia In G Minor (from: Mystery (Rosary) Sonatas)
  2. B.V.J. Bartók – Sonata For Solo Violin Sz.117 : Tempo Di Ciaccona
  3. B.V.J. Bartók – Sonata For Solo Violin Sz.117 : Fuga
  4. B.V.J. Bartók – Sonata For Solo Violin Sz.117 : Melodia
  5. B.V.J. Bartók – Sonata For Solo Violin Sz.117 : Presto
  6. L. Berio – Sequenza VIII For Violin
  7. J.S. Bach – Partita No.2 In d Minor BWV 1004 : Allemanda
  8. J.S. Bach – Partita No.2 In d Minor BWV 1004 : Corrente
  9. J.S. Bach – Partita No.2 In d Minor BWV 1004 : Sarabanda
  10. J.S. Bach – Partita No.2 In d Minor BWV 1004 : Giga
  11. J.S. Bach – Partita No.2 In d Minor BWV 1004 : Ciaccona