KCO met solisten uit eigen gelederen
Door op 24 november 2012

Twee musici van het Koninklijk Concertgebouworkest treden op als solisten met hun eigen orkest. Op 28 en 29 november zal Gregor Horsch, cello-aanvoerder van het Koninklijk Concertgebouworkest, de solopartij vertolken van het kleurrijke Schelomo van Ernest Bloch. Op 30 november en 2 december is het de beurt aan concertmeester Liviu Prunaru. Hij zal soleren in het Vioolconcert in a van Antonin Dvořák. Deze bijzondere concerten staan onder leiding van dirigent (en tevens violist) Nikolaj Znaider.

Voor Gregor Horsch, die al ruim vijftien jaar bij het Concertgebouworkest speelt, is het niet de eerste keer dat hij vóór het orkest staat. Horsch heeft gekozen voor Blochs Schelomo vanwege de vele expressieve kanten van het stuk. Het is geen typisch virtuoos soloconcert: ‘virtuositeit interesseerde Bloch niet’, aldus Horsch, ‘Hij was uit op een maximum aan expressie’.

Liviu-PrunaruLiviu Prunaru is sinds 2006 concertmeester bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Hij debuteerde als solist met het orkest in 2008, met het Derde vioolconcert van Saint-Saëns onder leiding van Fabio Luisi. In oktober 2009 soleerde hij in de Schotse Fantasie van Max Bruch.

Op beide concertprogramma’s staan ook Dansen uit Galánta van Zoltan Kodály, waarin Hongaarse volksmelodieën uit de geboorteplaats van de componist een hoofdrol spelen, en het Pianokwartet in g van Johannes Brahms in de orkestratie van Arnold Schönberg. Ook het laatste deel van Brahms’ Pianokwartet is geïnspireerd door de toen in zwang zijnde ‘zigeunermuziek’ uit Hongarije.