John Cage 3: Theater In Klank (Muziekgebouw aan ‘t IJ) Door op 12 juni 2012

Het theater van John Cage in uitvoering tijdens een tweedaagse Cage celebration op het Holland Festival: Song Books (1970), Europera 3&4 (1990), Roaratorio: an Irish circus on Finnegans Wake(1979). Om deze stukken heen verzorgde slagwerk Den Haag een afwisselend en mooi uitgevoerd percussieprogramma dat de grote ruimte van het Muziekgebouw Cagejaans tot klinken en klank bracht.

Bevrijding van de klank(waarneming)

IMG_3134Zijn hele leven was Cage op het scherp van de snede bezig. Bezig uit de voortdurende inkadering van klank, het gretig projecteren van allerlei ideeën en idealen op klank, het systematisch door- vormen van klank te stappen, bezig klank zichzelf te laten zijn, bezig daaraan gerelateerde ervaring aan te stoten, te veroorzaken. En vruchtbaar te maken (zie Cage 1).

Je kunt als luisteraar vol van muziek zijn, in verrukking raken, wegdromen enz.. Bij Cage-klanken neem je tijdens en vooral na het ondergaan van de klanken je gehele omgeving inclusieve jezelf auditief en fysiek anders waar, krijg je een andere toegang ertoe, verbind je allerlei waarneembare klankbronnen op andere wijze met elkaar. De clou is – met een inventieve inscenerende hand – klankomgeving(en) zo in te richten dat dit vrij en bewegend mogelijk wordt (zie Cage 2).

Cage heeft dit in zijn loopbaan op talloze manieren gedaan en nu hij er niet meer is, moeten anderen dat met werken van hem onder min of meer IMG_3152veranderende/veranderde omstandigheden doen. Cage is er niet meer, maar er is nu al een langere ervaring met en zelfs zoiets als traditie van Cage-uit- voeringen. Daardoor ontstaat een nieuw spanningsveld. Er ontbreekt het moment van de eerste overschrijding en er is ervaring, routine waaruit zelfs standardisatie en canonisatie voort komt. Het is een grote uitdaging voor huidige uitvoeringen nu Cage tot het kernrepertoire van de eigentijdse muziek in onze concertzalen is geworden. Nadat het Holland Festival menige keer de plaats van de eerste ervaring is geweest – zoals in de jaren 70 bij de Song Books uitvoering met Cage en Cathy Berberian, trekt het festival de lijn van en voor de grote componist/artiest Cage consequent door.

Song Books (1970) door het New Yorks gezelschap Alarm Will Sound: het blijft een intrigerende, verwarrende en onderhoudende onderneming met 1001 mogelijke focuspunten en verbindingslijnen met in deze uitvoering een heel gaaf klinkend einde. Tegenwoordig zou IMG_3154je zeggen het is een gigantisch samplings- tafereel waar geen touwen aan vast zitten (gelukkig). Cage liep met de gebruikte middelen decennia voorop die nu in de gebruiksmuziek al strak ingekaderd zijn. Alarm Will Sound wist wel goed en mooi velden van simultaneïteit te creëren maar het theatrale bleef in de wijze van het nadrukkelijk onnadrukkelijke toch wringen. Hun spel met de historische dimensie door de mobiele telefoon in geritualiseerde announce- ments te gebruiken, bleef een aardige voetnoot.

Europera 3&4 (1990) eveneens uitgevoerd door een jong ensemble van Operastudio Keulen: weer een heel andere, minder panorama-achtige ervaring. Het blijft wel maf al die ongelijksoortige arias live door elkaar heen gezongen te zien en dan regelmatig ook nog tegen afgespeelde vinyl- en Schellackplaten op. Geweldig gezongen door deze jonge zangers en theatraal juist gedoseerd. Bij de lengte van Europera 3 kun je vraagtekens zetten. Europera 4 is daar in zijn eenvoud en concentratie een mooi tegenwicht. Het moet voor de jonge zangers en jong publiek een speciale ervaring zijn “oude” muziek op deze manier te beleven.

Roaratorio: an Irish Circus on Finnegas Wake (1981): een heel bijzondere soundscape en één van de mooiste werken van Cage. Alles zit goed in deze voorstelling, klankregie en klankkwaliteit zijn formidabel. Je zit midden in de klanken en kunt vrijelijk en met het grootst mogelijke plezier luisteren. Op het podium zitten een Ierse doedelzakspeler uillean pipes) en een Ierse raamtrommelaar (bohdrán) die op bepaalde momenten inzetten, dan weer stoppen en tussen het stemmenwirwar en duizend omgevingsgeluiden klinken. Links op het balkon zit een fluitspeler en rechts op het balkon een fiddler die bij tijd en wijle hetzelfde doen. In het midden op het podium staat een tafel met een opengeslagen boek en een microfoon, naast de tafel een lege stoel eveneens met een microfoon. Het zijn de plaatsen van John Cage (als voorlezer) en Joe Heaney als zanger. Beider stemmen maken nu deel uit van de opgenomen en afgespeelde soundscape. Beter en mooier kun je de historische, theatrale en spirituele dimensie van het werk in de uitvoering niet oplossen. En nergens werkt de onnadrukkelijkheid beter dan hier in deze ‘mix’. De manier waarop muziek, stemgeluid, taalklank en omgevingsgeluiden hier werken, is grandioos en de vrijheid van de luisteraar weergaloos. Een Glücksfall.

Het afsluitende spektakel met dertig stukken uitgevoerd door vijf door het muziekgebouw heen opgestelde ensembles met ieder zijn eigen dirigent, een werk van Cage uit 1981, was zowel wat uitvoeringsproces als klankwerking betreft spannend van de eerste tot de bevrijdende laatste noot.

IMG_3140

Fotos © FoBo – Henning Bolte ©