Holland Festival: Space Odyssey live in gashouder
Door op 23 juni 2012

Er is iets met Stanley Kubricks momumentale opus Space Odyssey uit 1968. Het is een werk van ultieme precisie wat het sujet betreft. Ter herinnering: in 1961 was Youri Gagarin de eerste mens die in de ruimte, in outer space, rond de aarde vloog. In 1969 zette Neil Armstrong als eerste van 12 mensen voet tn2_stanley_kubrick_1op de maan en liet daar zijn sporen achter. Het was nogal wat in de tussentijd een langdurige ruimtereis te verbeelden en in filmbeelden om te zetten. In de film komen bijvoorbeeld kaartlezers en tabloids voor zoals die nu 40 jaar later door iedereen gebruikt worden. Maar het gaat niet zo zeer om de indrukwekkend gebouwde hardware in de film maar om de software. Kubricks werk is een episch fresco maar dan bewegend, op celluloid. In het middelpunt staat het ruimteschip Discovery op reis naar Jupiter. Hierbij doen zich dodelijke ver- wikkelingen voor die met ontsporingen bij het gebruik van kunstmatige intelligentie te maken hebben. Kubrick (1928-1999) plaatst dit in een groter perspectief van de mensheids- ontwikkeling sinds de prehistorië.
fishinkblog-space-odyssey-11
Omdat de door Kubrick gekozen verzameling van muziek van klassieke en eigentijdse componisten zo bijzonder was/is (Richard Strauss (1864-1949) György Ligeti (1923-2006), Johan Strauss (1825-1899), Aram Chatsjatoerjan (1903-1978)) en gebruikt werd, voelde men zich uitgedaagd deze muziek live bij de film te spelen c.q. de vertoning van de film door de live gespeelde muziek te vergezellen. Een eigen performance- of kunstvorm die meer is dan een concert en meer is dan filmvertoning. waarbij live gespeelde muziek en film met elkaar verbonden worden. Voor een uitstekende en mooie uitvoering zorgden in dit geval het strauss_richard_tcm8-241564Radiofilharmonisch orkest en de grote Omroepkoor, in totaal bijna 200 musici (!) onder leiding van de Duitse dirigent André de Ridder (zie ook video op HF-blog). Het filmepos begint in volledige donkerte met de superzachte stilstaande klanktexturen van Ligetis Atmospheres uit 1961* waaruit dan het magistrale – en inmiddels emblematische – korte thema uit de Zarathustra-ouverture van Richard Strauss uit 1896 opstijgt.

In de filmbeelden zien we iets van het leven aan bord en we zien de het schip en het ruimte-station, een reusachtige wiel door de ruimte trekken. Van begin af aan 2001-2brengt de film het gevoel en voorstelling over van het zweven in de oneindige ruimte. Er is een intense spanning tussen de grote, oneindige (donkere) ruimte met verre lichten en lichtjes en de extreme reductie van de handelingen van de bemanning aan bord, een enorme spanning ook tussen de high-end technologie en de zeer beperkte bewegingsmogelijkheden aan bord. En spanning tussen oneindige ruimte en extreme afgeslotenheid. In de binnenruimte overheerst kale steriliteit – ook wat geluid betreft. Er is alleen het ‘kale’ praten van de bemanningsleden onderling en met de centrale besturingseenheid, het computersysteem HAL 9000 dat over een mensachtige stem beschikt. Ook de opnamen vanuit het buitenperspectief zijn in serene 4737066_f520stilte gedompeld. Zodoende is er in de film tijdens hele lange passages helemaal geen muziek, bijna de helft van de 140 minuten. Lange passages zijn ook zonder stem of dialoog (bijna 40 minuten).

2001_space_stationDe momenten dat muziek in de film klinkt, zijn dus verhoudingsgewijs schaars. Maar wat doet hier dan een wals uit 1867 van Walzerkönig Johann Strauss**, van honderd jaar eerder dus? De muziek verleent een extra stuk schoonheid aan de zwevende ruimte- gevaartes die daardoor door de ruimte LIJKEN te dansen. Het lineair eindeloos eindeloze verschijnt daardoor als cyclische eindeloosheid. Het is een aardse projectie, een projectie van buiten, uit een ander tijdperk. Het schept een kras contrast is een disjectie van de ondragelijke eindeloze eindeloosheid. Het doorbreekt de kilheid van de beeldwereld, laat de beelden in “ander licht” verschijnen, laat iets gloren, is contrast en tegelijk een soort geruststelling voor de toeschouwer.

print_gyoergy_ligetiDe eigentijdse micropolyfone muziek van Ligeti daarentegen, ontstaan in de zelfde periode als de film, komt op geheel andersoortige momenten erin, nl. als bemanningsleden door de ruimte buiten het schip bewegen of als zich magische momenten (zoals bij de verschijning van de zwarte monoliet) voordoen. Het niet routineuze, onbeschermde, onbekende. Het gaat dus om zeer verschillende tonale markeringen. Het zijn markeringen die niet in de filmbeelden simpelweg “mee” gaan maar die merkbaar “van buiten” komen. Voor Kubrick was deze speciale werking en het soort intertekstualiteit/-medialiteit dusdanig belangrijk dat hij de speciaal voor de film gecomponeerde muziek van Alex North op de plank liet liggen (het schijnt dat Dick Raaijmakers, de Nederlandse pionier van elektronische muziek uit het Philips laboratorium, gepolst is voor de muziek maar geen interesse toonde). In deze voorstelling kwam de muziek letterlijk, fysiek door orkest en koor “van buiten”. Zeker sneu voor North. Het was echter geen commerciële of andere berekening die Kubrick ertoe bracht want hij maakte van dezelfde aanpak nog vaker gebruik.

Ondanks de superbe en subtiele uitvoeringskwaliteit, ondanks realisering van de door Kubrick gevraagde donkere beeldvrije aanloop naar de film (aan het begin en na de pauze) bleef bij mij de magistrale werking van de live-uitvoering in relatie tot de film uit. Dan rijst de vraag naar de proportionaliteit van inzet van zo veel musici en de werking, het effect ervan. De goede balans was er voor mij niet. Misschien lag het daaraan dat de donkere geborgenheid van de (klassieke) bioscoopzaal ontbrak – een uiteraard niet op te lossen antinomie: het één sluit het andere uit! Misschien was het juist de grote dimensie van de locatie die hier tegenwerkte. De grootte doet iets aan c.q. voor de faam en grootsheid van het opus – zonder dat daarbij nieuwe kwaliteit ontstaat. Met alle respect voor Kubricks werk, maar werkelijk spannend zou misschien toch een uitvoering met de score van North zijn!

Postscriptum

Beroemde filmregisseurs en muziek …, het is een hoofdstuk apart. Chaplin componeerde de muziek zelf, Tati weigerde de filmcomponist beelden te laten zien, Angelopoulos wilde liefst helemaal geen muziek en eindigde met een congeniale componiste, Eleni Karaindrou, voor zijn grote films. Een beetje zoals Werner Herzog de laatste jaren met Ernst Reijseger. Godard haalde de Rolling Stones in zijn vroege films en maakte later zin befaamde Histoire(s) du Cinema waar muziek en beelden in lagen door elkaar heen lopen. Wim Wenders maakte muziek meer dan een keer tot sujet en Martin Scorcese is misschien de beste regisseur van muziekfilms. En Kubrick?

Ook Kubrick had als cineast een bijzondere aanpak m.b.t. muziek. Hij luisterde honderden van platen door op zoek naar inspirerende en bruikbare muziek voor zijn films. Filmcomponist Alex North zag – zonder voorafgaande waarschuwing door Kubrick pas bij de première van Space Odyssey dat zijn muziek geheel in de film ontbrak. Pech voor North – maar zoals het bij de film is: de director heeft, hoe dan ook, altijd het laatste woord (wat voor de componist zeer onbevredigend uit kan pakken)! Ligetis muziek gebruikte Kubrick aanvankelijk zonder diens toestemming en uiteindelijk kreeg Ligeti een belachelijk laag bedrag van Kubrick voor zijn bijdrage. Kubrik heeft dan wel door (veelvuldig) gebruik van Ligetis muziek effectief aan een algemener besef van de verbeeldende kracht van Nieuwe Muziek bijgedragen. Het schijnt dat Ligeti zich “in gezelschap” van Richard Strauss niet prettig voelde maar dat is een ander thema.

* Atmospheres werd reeds in 1964 door niemand minder dan Leonard Bernstein met de New York Philhar- monic voor Columbia op plaat gezet, was dus in de tijd van het maken van de film al behoorlijk bekend!
2001-a-space-odyssey
** Er zijn berichten die zeggen dat Kubrick oor- spronkelijk als hulp bij de opnamen het scherzo uit Sommer- nachtstraum van Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) gebruikte en pas vlak voor de voltooing van de film naar aanleiding van een tip van mede- werkers door de Blaue Donau verving).

SOUND TRACK Space Odyssey

  1. Overture: Atmospheres (2:51)
  2. Main Title: Also Sprach Zarathustra (Thus Spake Zarathustra) (1:43)
  3. Requiem For Soprano, Mezzo Soprano, Two Mixed Choirs & Orchestra (6:33)
  4. The Blue Danube (Excerpt) (5:43)
  5. Lux Aeterna (2:56)
  6. Gayane Ballet Suite (Adagio) (5:17)
  7. Jupiter And Beyond (15:15)
  8. Also Sprach Zarathustra (Thus Spake Zarathrustra) (1:43)
  9. The Blue Danube (Reprise) (8:20)
  10. Also Sprach Zarathustra (Thus Spake Zarathrustra) (1:43)
  11. Lux Aeterna (6:02)
  12. Adventures (Unaltered) (10:57)
  13. Hal 9000 (9:41)

Muziek in films Stanley Kubrik

Paths of Glory (1957): Gerald Fried
Spartacus (1960): Alex North
Lolita (1962): Nelson Riddle, Bob Harris, Gil Grau
Dr. Strangelove …(1964): Laurie Johnson
2001: A Space Odysey (1968): Aram Chatsjaturian, György Ligeti, Richard Strauss, Johann Strauss
Clockwork Orange (1971): Walter Carlos
Barry Lyndon (1975): The Chieftaines, Leonard Rosenman
The Shining (1980): Wendy Carlos, Rachel Elkind, Bela Bartók, Hector Berlioz, György Ligeti, Krysztof Penderecki
Full Metal Jacket (1987): Vivian Kubrick aka Aibigail Mead
Eyes Wide Shut (1999): (Jocelyn Pook), György Ligeti, Franz Liszt, Dimitri Shostakovich

foto Ligeti © Guy Vivien