Håkon Thelin – Light Door op 06 augustus 2012

Artiest: Håkon Thelin
Album_title: Light
Release_date: 08/05/2012
Rating: Vierenhalve ster (4.5)
4.5

Bassist Håkon Thelin (1976) is één van de meest geprofileerde Noorse musici op het snijvlak van contemporaine gecomponeerde muziek en improvisatie-muziek getuige zijn samenwerking met accordeonist Frode Haltli (1975) en saxofonist Rolf Erik Nystrøm (1975) in het baanbrekende ensemble POING en zijn samen- werking met ensembles als musikFabrik Köln, Ensemble Modern, Apartment House en Oslo Sinfonietta. Light is een album met solo- en duo-stukken op bas die ontstaan en opgenomen zijn tussen 2001 en 2010. Thelin heeft niet alleen in verschillende configuraties en ensembles gespeeld. Hij heeft ook uitgebreid onderzoek gedaan naar nieuwe bastechnieken (extended techniques) met name zoals die door de onlangs overleden Italiaanse bas-virtuoos Stefano Scodanibbio (1956 – 2012) op het gebied van multiphonics zijn ontwikkeld en toegepast.

Het album op het Noorse label Atterklang, dit jaar bekroond met een Noorse grammy, bevat vijf door Thelin gecomponeerde stukken die op dit onderzoek gebaseerd zijn en voortbouwen: twee solo-stukken en drie duo-stukken. Het titelstuk Light, een duo voor contrabas en viool, is geïnspireerd door een reeks vuurtoren-concerten die Thelin langs de Noorse kust gaf. Op het album voert Thelin dit stuk samen met de Italiaanse violist Marco Rogliano (1967) uit. Deze maakt net als Thelin ruim gebruik van extended techniques. De snarenklanken worden daardoor op een soortgelijke manier als het licht van een vuurtoren gebundeld, gesplitst, gevectoraliseerd en gaan daarbij op in één klankenspectrum.

In Shared Moments, het tweede duo-stuk, speelt Thelin met een tape dat slechts basklanken bevat met uitzondering van een korte passage met Indiase table gespeeld door Andreas Bratlie. Glasperlenspiel tenslotte is een duo met de klassieke tenor Frank Havrøy. Ook Havroy maakt op bepaalde momenten gebruik van multiphonics in de vorm van boventoonzang. Het meest indrukwekkend gebeurt dat als Thelin en Havroy in het begin van het stuk unisono, bas en stem, multiphonics brengen.

Het album opent met het korte solo-stuk Amarcord gevolgd door het solo oibbinaocS. Hier komen extended techniques en multiphonics in harmonische en melodieuze context als instemming aan te pas. Het vervolg- stuk oibbinaocS gaat stappen verder in de verkenning van nieuwe technieken en recombinatie met oude technieken vooral geconcentreerd op arco-werk. In de aansluitende duo-stukken gaat het steeds een stuk verder en worden er steeds meer pizzicato-technieken, stok-percussie enz. en combinaties ervan gebruikt. Thelin gebruikt niet alleen alle registers van zijn instrument, lage als hoge. Het boeiende zit hem zowel in de tonaliteiten en timbres die daarbij ontsloten worden als in de grote variëteit en het delicate van glijdende overgangen tussen registers en timbres. Mooi ook de combinatie van verschillende attaques bij het arco -werk. De oude technieken waarvan Thelin uiteraard ook gebruik maakt, verschijnen in ander licht, klinken anders in deze context. Het album is een mooie en geslaagde aanzet het hele, complete klankpotentieel van een instrument te ontginnen en coherent muzikaal vorm te geven.

Het is een hele opgave al deze klanknuances in hun continuïteit en ruimtelijke spreiding goed op te nemen en weer te geven. Cato Langnes, de Tonmeister, werkte daarbij met een groot aantal microfoons. Het in- zetten daarvan en de eindmontage bleken een onderzoek op zich waaraan in het kader van een project van de Norwegian Akademy of Music (Norges Musikkhøgskole) flink werk van gemaakt werd. Het resultaat is één van de zorgvuldigste en beste opnamen van de bas van dit decennium. De opname heeft een zeer uitgekiende balans van detailgetrouwheid, overall klankkarakteristiek en weergave van materialiteit. De klankweergave is goed gelokaliseerd, zonder galm en oppompen van tonen. Ook in dat opzicht is dit album een mijlpaal.

postscript 1

Multiphonics is simple gezegd het gelijktijdig voortbrengen van meerdere tonen op een blaas- of snaarinstru- ment. Het duidelijkste voorbeeld is het zingen en aanblazen van een trombone, een tuba of een trompet. Bekend is de zogenaamde growl van jazz-trompettisten. In de klassieke muziek worden multiphonics al 200 jaar veelvuldig gebruikt (met als één van de eerste voorbeelden op het einde van Carl Maria von Webers hoorn-concerto uit 1806). Ook het bewust voortbrengen van bijgeluiden met behulp van preparaties van snaren valt onder multiphonics. Extended techniques zijn er legio. Bij snaarinstrumenten gaat het om percussief gebruik van het instrument, speciale strijk- en pluktechnieken. Ook daarvan zijn een aantal – zoals de slag-technieken – bepaald niet nieuw. Nieuw is waar en hoe ze tegenwoordig gebruikt (kunnen) worden waardoor ze opvallender en nadrukkelijker in beeld komen.

postscript 2

Het spreekt vanzelf dat voor deze muziek een gepaste vorm van luisteren nodig is – net als je een bergtocht niet op sokken kunt maken. Helaas wordt “nieuwe” muziek te vaak vanuit het sokken-perspectief beschreven wat weinig zin maakt. Bij een bergwandeling wil je meestal ook iets anders beleven dan bij het sjokken naar de dichtstbijzijnde frietentent. Het heeft dan ook weinig zin bepaalde soorten muziek vanuit het friettent-perspectief te benaderen zoals dat dikwijls nog gebeurd.

postscript 3

Meer over de onderwerpen van postscript 1 en 2 in latere extra bijdragen

Tracklisting Light:

  1. Amarcord
  2. OibbinadocS
  3. Light
  4. Shared Moments
  5. Glasperlenspiel