De Nederlandse Opera – Don Carlo
Door op 08 mei 2012

Gig_title: Don Carlo
Genre: opera, Klassiek
Loc_venue: Muziektheater
Loc_city: Amsterdam

Zijn of spelen? Als hij de koning is, kan hij hem niet spelen. Als hij de koning speelt, dan kan hij hem niet zijn. Maar dan kan hij in ieder geval de wantrouwige echtgenoot spelen. Of kan de koning ook een wantrouwige echtgenoot zijn? Hoe het ook zij, Mikhail Petrenko was overduidelijk de koning. Zijn vertolking van de rol van Filips II van Spanje was macaber overtuigend. Door zijn onkrenkbaar optreden in de eerste twee bedrijven kreeg het eerste deel van het derde bedrijf veel meer impact. Hier komt hij tot inzicht dat Elisabeth nooit van hem gehouden heeft en dit brengt een enorme desillusie bij de echtgenoot te weeg. Mikhail Petrenko is een echte Russische bas en dat is te horen ook. Met zijn donderend lage stem is hij in staat om voor veel zanggeweld, maar ook veel emotie te zorgen.

Don-Carlo-Verdi0Eerder was aangekondigd dat de rol van Don Carlo door de Amerikaanse tenor Andrew Richards vertolkt zou worden, maar deze heeft zich wegens een keelontsteking terug moeten trekken. De Italiaan Massimo Giordano bleek beschikbaar. Hij maakte bij de première gisteravond zijn DNO-debuut en slaagde met vlag en wimpel. Een opvallende eigenschap van zijn stem is de welbekende tragische snik; hierdoor werden de trieste zangstukken zeer emotioneel. Gelukkig bevat de opera nogal wat van dat soort aria’s. De rol van zijn goede vriend Rodrigo Posa werd gezongen door Christopher Maltman. De stem van deze Britse bariton viel enigszins in het niet door het vocaal geweld van de andere zangers. Zijn landgenoot Sir John Tomlinson bijvoorbeeld zorgde als Il Grande Inquisitore voor een indrukwekkend optreden. Helaas lijkt het erop of de Groot-Inquisiteur in de loop van het eerste deel van het derde bedrijf vergeet dat hij blind is. Dit neemt niet weg dat het samenspel tussen de twee bassen in deze akte van ongekende hoogte is.

Voor de twee vrouwen is relatief weinig aandacht in deze opera. Toch schitteren zowel Camilla Nylund (Elisabetta di Valois) als Ekaterina Gubanova (la principessa d’Eboli) in hun rollen. De Finse sopraan weet de onrust en achterdocht van de koningin van Franse afkomst aan het Spaanse hof goed weer te geven. Maar vooral de Russische mezzosopraan zingt als Eboli de spreekwoordelijke sterren van de sterrenhemel. Ze heeft een prachtig warme stem en weet vooral in het eerste deel van het tweede bedrijf voor veel vocaal vuurwerk te zorgen.

Don-Carlo-Verdi2

En dit alles onder de kundige leiding van Yannick Nézet-Séguin. Deze dirigent weet met het Rotterdams Philharmonisch Orkest muzikale hoogtepunten te creëren; het ene moment klinkt het orkest licht als een (strijk)kwartet, het volgende zwaar als een orkaan. Het zorgt voor een solide ondersteuning van de zangers en vormt een wezenlijke bijdrage aan de opera. De tempi liggen wellicht wat aan de langzamere kant, maar hierdoor wordt wel veel ruimte gecreëerd waar de zangers van profiteren.

Het ontstaan van de opera Don Carlo heeft Verdi heel wat moeite gekost. Deze worsteling komt tot uiting in de verschillende versies en het vele schrappen van gedeeltes in het werk. Veel belangrijker is natuurlijk het majestueuze karakter van dit werk; het is een weergaloos kostuumdrama. Het decorontwerp is magnifiek en overrompelend indrukwekkend, net als de grafkelders van het Escoriaal, de residentie van de koning van Spanje. Met een suggestie van een gigantische Christus aan het kruis wordt de alom overheersende impact van het katholieke geloof gewekt. De analogie tussen God en Christus en de Koning en zijn zoon ligt voor de hand en is een verdoemende vooruitblik op wat komen gaat. Deze uitvoering door De Nederlandse Opera is in het geheel geen worsteling, maar kunst op een hoog nivo.