Collegium 1704, Václav Luks – San Giovanni Nepomuceno
Door op 04 september 2014

Het oratorium San Giovanni Nepomuceno van Antonio Caldara vulde maandagavond het vierde avondconcert van het Festival Oude Muziek 2014. Het verhaal laat zich eenvoudig uitleggen: Koning Wenceslaus IV vermoedt dat zijn vrouw hem bedriegt en verzoekt haar biechtvader Jan van Nepomuk om het biechtgeheim te verbreken. Wanneer deze weigert, wordt hij verbrand en – nog half levend – met een steen om zijn nek in een rivier gesmeten. De koningin zet het volk aan tot wraak en de koning zou zijn gelyncht als niet de minister had gepleit voor levenslange opsluiting.

De uit Venetië afkomstige Antonio Caldara (1671-1736) zette dit verhaal op muziek voor de Salzburgse aartsbisschop Franz Anton von Harrach. De première vond mogelijk plaats in 1726.

Het werk bestaat uit een serie recitatieven en aria’s, waarbij de aria qua onderwerp telkens aansluit op het voorafgaand recitatief. Het orkest geeft commentaar op het gezongene door een passende sfeer op te roepen, of door de woorden in muziek uit te beelden, zo passeerden bijvoorbeeld razernij, woeste golven, de naderende ondergang en berusting treffend de revue. De Italiaanse afkomst van de componist is vanaf maat 1 overduidelijk. Het openingsritornel is helder van toon en heeft een opzwepende ritmiek, waarin het drama zich al aftekent.

Dirigent Václav Luks stond achter een klavecimbel, dat hij amper bespeelde en dan in een positie die geen enkele pedagoog zou adviseren. Ook zijn luidruchtige manier van bladomslaan was storend. Zijn bewegelijke stijl wierp desondanks zijn vruchten af: de strijkersgroep van Collegium 1704 klonk slank en sprankelend. Twee celli, contrabas, fagot, orgel, klavecimbel, theorbe en harp zorgden voor een stevige continuo. De trompet was gereserveerd voor een enkele militaristische aria en het slotkoor. Instrumentalisten en vocalisten waren licht van toets, met een minimum aan vibrato. Sopraan Hana Blažiková straalde in alle opzichten, vanaf de eerste toon. Haar collega Alena Hellerová, bleek – na de pauze – een bescheidener stemgeluid te hebben, maar maakte met haar gestiek veel goed. Alt Sophie Harmsen, die de mannelijke titelrol vervulde, kreeg iets te veel onnatuurlijk aandoende lage tonen voor haar kiezen, om smetteloos de avond door te komen. Maar haar lamento-aria was betoverend. Tenor Václav Čížek was betrouwbaar als eerste minister en bas Tomáš Král gaf een boeiende weergave van een jaloerse, furieuze, gemene en boetvaardige koning.

De muziek van Caldara wekte de indruk überhaupt niet kapot te kunnen en dat lijkt me een compliment voor de uitvoerenden van vanavond.