Tom Raineys obligato standards spelen
Door op 17 maart 2015

Tom Rainey (1957) is een slagwerker die altijd de hele muziek speelt en niet zo’n beetje ook. Zijn reactievermogen en zijn overzicht zijn indrukwekkend. Hij is tot in elke vezel van de muziek aanwezig zonder zich ook maar een moment typisch slagwerker-vertoon op de voorgrond te moeten dringen. Rainey maakt(e) deel uit van seminale groepen rond saxofonist Tim Berne en pianist Craig Taborn.

IMG_2660De top notch musici van zijn Obbligato-onderneming komen uit deze groepen c.q. uit zijn eigen trio: trompettist Ralph Alessi, saxofoniste Ingrid Laubrock, bassist Drew Gress en pianist Kris Davis. Obbligato had twee duidelijke uitgangspunten: er zouden door Rainey uitgekozen standards gespeeld worden zonder dat daarbij – volgens de standard-formule in de jazz – gesoleerd wordt.

Daardoor zijn als uitgangspunt alle instrumenten inclusief het slagwerk gelijk. ‘Obligato’ zijn in de (klassieke) muziek vrijere begeleidingsfiguren in het algemeen en in het bijzonder bj de zang. Voor deze ‘obbligato’ zou je kunnen zeggen dat iedere instrumentalist de begeleider van ‘de andere(n)’ is. Dat is zonder meer een uitdaging en een vruchtbaar alternatief tot de grote hoeveelheid herhalingsoefeningen waarmee we gebombardeerd worden. Raineys aanpak opent een heleboel nieuwe mogelijkheden maar draagt ook risico’s van mislukken in zich.

Standards spelen is vanouds een kernactiviteit in de jazz als Afro-Amerikaanse muziek waar veel ontwikkelingen uit voortgekomen zijn. En wat een standard is enigziens duidelijk. Het is een song/korte compositie met appeal die (daarom) vaak in allerlei variaties gespeeld wordt, een evergreen dus. Voor Noord-America zijn dat met name stukken van de grote muziektheater-componisten als Gershwin, Rogers, Kern, Porter etc. maar het kunnen ook jazz-componisten als Monk, Davis, Waldron etc. zijn. Rainey koos vooral standards die tijdens de bloei van de bop-periode in de jazz, in de eerste helft van de jaren 50, gespeeld werden (zie tracklisting).

cover_227_a.inddIn de jazz-praktijk dient de standard vaak als uitgangspunt (en vehikel) voor exploraties, expansies transformaties en eveneens voor het creëren van nieuwe stukken (die ook weer standards kunnen worden). Over het algemeen zijn standards dus niet alleen songs/stukken met onverslijtbaar appeal maar ook met rijke muzikale mogelijkheden. Dat betekent ook dat op de ene of de andere kant gericht gewerkt kan worden. Of op allebeide kanten wat een nog grotere opgave is en soms waargemaakt wordt. Een standard kan zo vertolkt worden dat de (individuele) zeggingskracht van de song/het stuk geïntensifieerd wordt. Een standard kan ook zo vertolkt worden dat (de kwaliteit van) het samenspel op zich, de vindingrijkheid en durf van expansies op de voorgrond staat. Echter alles tonen wat muzikaal mogelijk is in sophisticated interaction hoeft niet per se spannende en/of expressief pakkende muziek op te leveren, muziek die de luisteraar onder verwachtingsvolle spanning brengt en raakt.

Er is dus sprake van een spanning en verschuivingen in waarneming en appreciatie. In beide gevallen vormt de ‘oorspronkelijke’ vorm van de standard een belangrijke context en word de appreciatie voor een aanzienlijk deel mede daardoor bepaalt. In bepaalde gevallen kan de vertolking echter van dien aard zijn dat ze op zich staand overtuigend is. Zoals in het volgende geval (Miles Davis, Tommy Flanagan, Sonny Rollins, Art Taylor, Paul Chambers).

In dit geval bracht Davis op het einde een hele kleine maar doorslaggevende verandering op de melodie van het origineel van Dave Brubeck aan: zie VIDEO HIER

Voor Noord-Amerikaans publiek vallen veel standard-vertolkingen op luisterervaring uit eerste hand omdat veel standards als een soort urban folk deel uitmaken van het collectief geheugen. Dat is voor Europese luisteraars uiteraard ietsjes anders. Zelfs voor diegenen die met standards in oude Hollywood films zijn opgegroeid.

Terug naar Raineys Obboligato. In sommige gevallen levert de aanpak fascinerende versies op zoals in het geval van de Brubeck-klassieker In Your Own Sweet Way en Reflections, een vroege Monk. Ook Ellingtons Prelude To A Kiss heeft iets van een eigen, nieuwe schoonheid door de manier waarop uit het brokkelige verloop naar het eind toe de volle innemende melodie te voorschijn komt. Long Ago and Far Away van Jerome Kern bevat heel sterk en mooi drumwerk van Rainey in het gekozen obligato-kader. Ook de opener Just In Time heeft met zijn edgy boppish gejaagdheid iets aparts.

Minder overtuigend is de vertolking van het overbekende You Don’t Know What Love Is van Gene de Paul. Het is een song waarin heftige levenservaring soneert, iets wat Ella Fitzgerald en Nina Simone en hun vertolkingen wel voelbaar maken. Of dat ook voor de versie van Raineys opgaat, moet de aandachtige luisteraar zelf uitmaken.

VIDEO You don’t know what love isElla Fitzgerald

VIDEO You don’t know what love isNina Simone

VIDEO You don’t know what love isTom Rainey Obbligato

Opvallend is dat de standards van jazz-componisten op het album sterker eruit komen dan de ‘andere’ standards. Rainey levert een interessante aanzet die na enige intensieve doorwerking ook aan de expressieve kant nog boeiende resultaten kan opleveren.

Tom Rainey speelt met zijn Obbligato-bezetting deze week in Paradox, Tilburg, en in het Bimhuis, Amsterdam.
 

AUDIO MONK Trio – Reflections (1952)

AUDIO Long ago and Far away (1951) – Mario Lanza

AUDIO Long ago and Far away (Kern/Gershwin) – Oscar Peterson, Ray Brown, Ed Thigpen

VIDEO Long ago and Far away (Kern/Gershwin) – Sonny Rollin versie (1992)
 

Tracklisting Obbligato

  1. Just in Time (Jule Styne)
  2. In Your Own Sweet Way (Dave Brubeck)
  3. Long Ago and Far Away (Jerome Kern)
  4. Reflections (Thelonious Monk)
  5. Secret Love (Sammy Fain)
  6. Prelude to a Kiss (Duke Ellington)
  7. Yesterdays (Jerome Kern)
  8. If I Should Lose You (Ralph Rainger)
  9. You Don’t Know What Love Is (Gene de Paul)
  10. Just in Time Again (Jule Styne)

Foto Tom Rainey ©FoBo_HenningBolte