The Drummer Boy – Uri Caine’s Tijdsprongen Door op 04 maart 2012

The Drummer Boy oftewel Der Tamboursg’sell is een bekende compositie van Gustav Mahler (1860-1911) en tevens titel van een compilatie van Caine’s drie Mahler-albums die hij tussen 1996 en 2002 opnam. Mahler schreef deze compositie 1901 op basis van Des Knaben Wunderhorn, een verzameling volkspoëzie, die in 1805 door de romantische schrijvers Brentano en von Arnim werd uitgegeven. Opnieuw 100 jaar verder keert de tamboer bij de veelzijdige Amerikaanse pianist Uri Caine terug. Niet zomaar in gemoderniseerde eigentijdse gedaante maar in heftige, ontroerende en verontrustende contrasten, overschrijvingen en cut-ups van oud en nieuw. Als de huidige tamboer zijn trom slaat, gaat het door merg en been en pakt het je beet. Je weet meteen dat hij het meent. Veertien jaar geleden toen de opname ontstond en nu is het nog onverminderd zo. De versie staat fier overeind, de aanpak als zodanig heeft zich bewezen en heeft ontegenzeglijk zijn sporen achtergelaten.  Het zijn niet zo zeer re-interpretaties maar ensceneringen van muzikale werelden en geesten. Ze hebben geen vrijblijvend jukebox-karakter maar leven van de dialectiek en spanning tussen authentiek stijlgevoel, loyaal muzikaal deelgenootschap en overschrijding, confrontatie. Een blik op het tour- en concertplan van Caine laat snel zien met welke bandbreedte hij dat dagelijks in praktijk brengt.

CAINE_16540Recent gaf Uri Caine nog een solo-concert in de pianolab.Amsterdam-serie en tijdens het nieuwjaarsconcert in de prestigieuze Keulse Philharmonie bracht hij met zijn ensemble “Jacobs”-muziek, te weten muziek van Offenbach, de Keuls-Parijse Jacob, en muziek van Gershwin, de Jacob uit Brooklyn. Dit zijn maar twee segmenten uit zijn gevarieerde activiteiten. In Amsterdam werd door Caines piano-improvisaties duidelijk hoe verschillende soorten muziek en muzikale bronnen boeiend en beeldend met elkaar kunnen interageren. In Keulen waar hij met zijn tienkoppig ensemble optrad, ontstonden uit het ensemble-spel met wisselend abrupte kenteringen en meesterlijk vervagende crossfadings wonderbaarlijke wrijvingen die een panorama met geheel nieuwe klanknuancen lieten ontstaan. Uit Offenbach-dieptes opstijgend creëerde het ensemble een verbinding van dubbelzinnig dsjingerassa met hoopvolle overgave in de geest van Gershwin. Voor een bijzonder contrast zorgden de twee vocalisten, Theo Bleckmann met zijn glijdende zanglijnen en Barbara Walker met vulkanische gospelzang. Puur plezier bezorgde de slaande behandeling van Offenbach door drummer Jim Black die op zijn hoogstpersoonlijke manier een wervelende can-can eruit trommelde.

Wat in beide gevallen ontstaat, is een eigen vorm, een soort docudramatische audiocinema. Elementen van de muziek en muzikale bronnen worden in dialectische bewegingen uitvergroot, overschreven, verknipt of meegenomen in eigentijdse klanken. Caines eigen biografie en muzikale loopbaan in Philadelphia en New York zit vol met dit soort beeldende ervaringen in verschillende werelden en vooral ook met een heterogene muzikale praktijk die een dergelijke werkwijze qua uitvoering pas overtuigend mogelijk maakt. Daarbij hoort zijn vorming door componisten als Crumb en Rochberg even als door het urbane slagveld van de bandstand waar hij diep in de lokale scene verankerd was en met musici als Hank Mobley, Joe Henderson, Freddie Hubbard of een tijdje met Grover Washington Jr. speelde. Ook een trio-gig met Jaco Pastorius en Philly Joe Jones hoorde er bijvoorbeeld bij.

URLICHT27628bb76cEen belangrijke stap was zijn samenwerking met klarinettist Don Byron en trompettist Dave Douglas met wie hij begin 1995 zijn tweede album voor JMT opnam. Een jaar later, 1996, volgde de opname van  Urlicht/Primal Light, het eerste Mahler-album voor Winter&Winter, toen, 16 jaar geleden, een gedurfde onderneming. Naast Byron en Douglas, telde de lijn-up o.a. Joey Baron als drummer, violist Mark Feldman, saxofonist Dave Binney en drie vocalisten, t.w. Arto Lindsay, Dean Bowman en de cantor Aaron Bensoussan die ook ûd speelde. Het was tevens één van de TOBLACH91d847d9c0eerste groepen waarvan een dj, t.w. Gregor Asch aka DJ Olive, vast onderdeel uitmaakte.  Er volgden nog twee Mahler-albums: 1998 Mahler In Toblach en  2002 Dark Flame. In de bezetting komen de stemmen van Josef Bierbichler, Julie Patton en Shulamith Wechter Caine bij, op drums neemt Jim Black het van Joey Baron over en op trompet Ralph Alessi van Dave Douglas. Tijdens het Holland Festival van 2001 voerde Caine met zijn ensemble een Mahler-programma uit in het Amsterdamse concertgebouw, de historische plek, waar Mahler bijna 100 jaar DARKflame9c68e6f4a1eerder, in 1903, op initiatief van chefdirigent Mengelberg zelf de Nederlandse première van zijn 3e en 1e symfonie dirigeerde. Het leverde in beide gevallen een verdeeld onthaal op dat aanleiding kan geven tot duiding van het culturele klimaat. Uit Mengelbergs introductie ontstond gaandeweg wel een speciale Mahler-verbondenheid in Nederland.

De compilatie The Drummer Boy (4,5 ster) (met acht van de vijfendertig originele stukken) geeft een goede, gecomprimeerde indruk van Caines Mahler-creaties die nu na meer dan een decennium hun impact niet verloren hebben. Inmiddels is een aantal klanken en technieken waarvan bij het ontstaan van deze creaties gebruik gemaakt werd, zelf al geschiedenis. Zodoende wordt nog duidelijker dat het beide kanten op werkt. Mahlers muziek wordt niet alleen “uitgepakt” en aan buitenlucht en verkeerslawaai blootgesteld. Mahlers muziek fungeert namelijk ook als locus conservationis (bewaarplaats) voor huidige muzikale technieken en klanken.

Het album opent met de Rijnlegende, gesproken door Josef Bierbichler, wiens Brechtiaanse stem het geheel iets teders en bruuts tegelijk geeft. Hierop volgt een van de Kindertotenlieder met de unieke gemêleerd sonore stem van Arto Lindsay. En dan komt het titelstuk. Het is niet zomaar een ‘moderne’ versie van de treurmars die ook in de vijfde symfonie klinkt. Het is een versie die met haar klankcontrasten, scherpte én de klaagzang van Aaron Bensoussan een onuitwisbare indruk bij de luisteraar achterlaat. Ook in het aansluitende Two Blue Eyes schuren marsmuziek en chazzan-zang, twee belangrijke vroege invloeden bij Mahler, heftig tegen elkaar aan voordat ze in een uptempo swing–wolk verwaaien en zich een idyllisch moment aandient. Een van de beroemdste stukken van Mahler, het Adagietto uit de vijfde symfonie (bijna vereenzelvigd met Viscontis Dood in Venetië), krijgt bij Caine zijn tedere tastbaarheid terug. In de drie laatste stukken – vooral ook dankzij de viool van Mark Feldman – nog hilariteit (When Your Mother Comes In the Door) en schemerende fasciniatie (Dark Flame) genoeg. Door alles trekt een onmiskenbaar Mahleriaans grondspoor dat alleen maar sterker wordt hoe meer de klanken (over)woekeren.

TINpanALLEYe76a6f3abbMahler werkte in zijn laatste levensjaren korte tijd in New York, een tijd waarin Tin Pan Alley (op West 28th Street) begon te bloeien en de muziek die dit album mogelijk maakte, net begon te ontwaken. Hij woonde – toevallig of niet – in hetzelfde blok van Manhattan als Caine nu.

Pianolab.Amsterdam: Uri Caine

RADIO concertzender ON DEMAND: Uri Caine met het Arditti String Quartet

Tracklisting The Drummer Boy

  1. Rhinelegend (Rheinlegendchen – Des Knaben Wunderhorn)
  2. I Often Think They Have Merely Gone Out! (Oft denk’ ich, sie sind nur ausgegangen – Kindertotenlieder)
  3. The Drummer Boy (Der Tamboursg’sell – Des Knaben Wunderhorn)
  4. Two Blue Eyes (Die zwei blauen Augen von meinem Schatz – Lieder eines fahrenden Gesellen)
  5. Adagietto (Symphonie Nr. 5)
  6. When Your Mother Comes In the Door (Wenndein Mütterlein tritt zur Tür hinein – Kindertotenlieder)
  7. I Went Out This Morning Over the Countryside Ging heut’ morgen übers Feld – Lieder eines fahrenden Gesellen)
  8. Dark Flame (Nun seh’ ich wohl – Kindertotenlieder)