Mooie start van Sound of Europe
Door op 11 februari 2018; fotografie door Wouter Schenk

Gig_title: Mooie start van Sound of Europe
Genre: jazz, Electronic, folk, Klassiek
Loc_venue: Chassé Theater
Loc_city: Breda

We zijn een festival rijker met het kersverse Sound of Europe in Breda, dat plaatsvond op 3 en 4 februari in het Chassé Theater in Breda. Het festival brengt een mix van jazz, klassiek, electronica en folk in een gevarieerd programma met artiesten uit Nederland, Noorwegen, Polen, Frankrijk en Luxemburg. Geen mainstream, pop of soul en daarmee best een risico als het gaat om het aantrekken van het grote publiek. Wat wel komt dat zijn de echte liefhebbers in dit koude winterweekend. Twee zalen en een podium in de foyer is waar het te doen is in het prachtige theater. We doen verslag van de tweede festival dag op zondag.

In de grote zaal start dat met een optreden van de Noorse formatie rond de Tubaspeler en bastrompettist Daniel Herskedal, die vorig jaar zijn derde album The Roc uitbracht. Herskedal is geen onbekende in Nederland. Zo’n zes jaar geleden maakte hij deel uit van de Nederlandse-Noorse formatie Lochs/Balthaus/Herskedal en brachten ze het album Choices uit. Zijn band vanavond bestaat uit Bergmund Waal Skaslien, viool, John Ehde, cello, Eyolf Dale, piano en Helge Andreas Norbakken, percussie. Het eerste nummer Seeds Of Language is ook het openingsnummer op het genoemde album. Een heerlijke sound en binnenkomer met een vrolijk opwekkend thema, klassieke tinten en folk. Het muziek die je onmiddellijk pakt. De combinatie van deze instrumenten is verfrissend, het zware geluid van Herskedal zijn tuba, vermengd met de frisse klanken van viool en cello in een bed van creatief en heel knap percussiewerk van Norbakken, maakt het tot een lust om te horen. Het titelnummer The Roc is geïnspireerd door Arabische thema’s en toonladders. Zo ook Kurd, Bayat, Nahawand To Kurd met een opzwepend ritme waarin heel veel energie zit. De composities van Herskedal doen Oost en West, of beter gezegd Oost en Noord moeiteloos met elkaar versmelten, waarbij de zaal muisstil bevangen wordt door deze prachtige muziek en perfect samenspel.

In de kleine zaal staat de driekoppige formatie onder leiding van vibrafonist en toetsenman Pascal Schumacher uit Luxemburg. Ze spelen in het donker, waarbij een show met videomapping en lichteffecten op vier ronde schermen de ambiance compleet maakt. Schumacher bracht vorig jaar zijn album Drops and Points uit, dat bestaat uit zeven door electronica en beats gedreven stukken. Ook vanavond in Breda zijn het de beats die de basis vormen voor een werk zonder pauze. De beats worden afgewisseld met gaaf spel op vibrafoon en poëtisch getint gitaarspel van Maxime Delpierre uit Frankrijk. De beats komen vooral van Schumacher zijn landgenoot Jeff Herr op drums, percussie en klokkenspel. De trillingen doen de hele zaal resoneren, waarmee je terecht komt in muzikale droomwereld, die zich ontspint als een caleidoscoop van kleurrijke sferen. De muziek is dansbaar, zoals bij een houseparty, maar er wordt niet gedanst. De video beelden op de schijven in de achtergrond dragen bij aan je fantasie en zijn knap in balans met de composities. Wat bijzonder fraai is, zijn de afwisselingen tussen de passages met stevige beats en electronica en de romantisch getinte akoestische gedeeltes op vibrafoon, vleugel en gitaar. Een prachtige droom die een uur duurt.

Na een opmerkelijke break van anderhalf uur, waarin de meeste festivalbezoekers verdwijnen in de plaatselijke horeca, wordt het programma voortgezet met een bijzonder gelegenheidstrio dat bestaat uit pianist Rogier Telderman, de Franse cellist Vincent Courtois en de Poolse violist Adam Bałdych. Telderman weet zich met deze heren vergezeld door twee rasmusici, die hun sporen in de Europese jazz en geïmproviseerde muziek verdiend hebben. Het drietal heeft zich pas de dag van tevoren voor het eerst in hun carrières ontmoet en het is verbluffend te zien hoe knap het samenspel is, alsof ze al jaren samen werken. Hoe talentvol Bałdych is zagen we jaren geleden al in Wrocław, Polen en onlangs bracht hij het album Brothers uit op het label ACT. Courtois is een grote naam en meester in het bespelen van de cello. Het drietal begint met een gedeelte uit Lamentation of Jeremiah van de Engelse 16e eeuwse componist Thomas Tallis, in een bewerking van Bałdych. Het resultaat is een geweldig stuk uit de renaissance, dat in een eigentijds arrangement herleeft in het heden. Vervolgd wordt met twee nummers van gastheer Telderman met de titels Track 1 en Sketch. De gevarieerdheid in de muzikale ambiance is enorm, alleen met deze twee nummers al, van mystiek, onheilspellend tot vrolijk en frivool. Courtois en Bałdych dagen elkaar uit in een snaren dialoog waarbij verschillende technieken, met en zonder strijkstok, worden ingezet. Voor de setlist vanavond hebben alle drie wat ingebracht. Zo passeren So Much Water So Close To Home van Courtois en Mirrors alsmede Love van Bałdych. Het laatste stuk is ook te vinden op het genoemde album Brothers, een prachtig gevoelig thema met een melancholieke ondertoon. Dit is ook gelijk de afsluiter van de prachtige set.

In de grote zaal staat even later Marius Neset, sinds enige tijd een graag gezien artiest in Nederland. De nog jongen Noorse saxofonist heeft zich in korte tijd ontwikkeld en ontpopt tot één van de grootste saxofonisten van Europa en maakt internationaal naam. Hij laat zich ook vanavond begeleiden door Ivo Neame, piano, Anton Eger, drums, we kennen ze uiteraard van Phronesis, en Frans Petter Eldh op bas. De samenwerking tussen Neset en Eger gaat terug tot 2005, het jaar waarin de formatie JazzKamikaze werd opgericht, waarvan beiden deel uitmaakten. Neset bracht vorig jaar het album Circle of Chimes uit, waarop Neame, Eger en Eldh van de partij zijn. De opening is Sirens of Cologne, afkomstig van Circle of Chimes, met een explosie van ritmes en ruige solo’s. Het viertal is goed op dreef in Breda. Net als de opening van de set, is veel afkomstig van het recente album, met 1994, Prague’s Ballet en Life Goes On, dat heel toegankelijk is met een vrolijk thema, een beetje jaren ‘70 sound en dat gemakkelijk in je hoofd blijft hangen. De vier vullen elkaar goed aan terwijl ze wel degelijk verschillend zijn. Neame en Eldh blijven redelijk op de achtergrond, daar waar Neset, uiteraard als frontman, maar ook Eger een dominante plek in nemen in de sound. In elk geval de energie kan niet op bij Neset en zijn kornuiten. Het blijft prachtig en indrukwekkend. We sluiten er Sound of Europe mee af, dat een mooie start heeft gemaakt die ruikt naar meer.