Middelheim dag 3: Jazzpreacher Weston viert 100 jaar Monk
Door op 09 augustus 2017

Gig_title: Middelheim dag 3: Jazzpreacher Weston viert 100 jaar Monk
Genre: Jazz
Loc_venue: Jazz Middelheim
Loc_city: Antwerpen
Loc_country: België

Inmiddels zijn we aanbeland bij dag drie op Jazz Middelheim en die staat op het hoofdpodium vrijwel volledig in het teken van muzikale odes en legendes zoals Art Blakey, Charles Mingus, Thelonious Monk en vreemd maar waar John Lennon. Op het zijpodium was het dan weer de beurt aan de jonge, maar uiterst boeiende muzikant Ruben Machtelinckx.

Zoals steeds werd de festivaldag ingeleid door de Jazz Talk met Ashley Kahn. Die had vandaag wat muzikanten opgetrommeld zoals de negentigjarige pianist Randy Weston (die als headliner een ode aan het werk van Monk zou brengen), Billy Harper, Bill Frisell en T.K. Blue om wat meer toelichting te geven bij leven en werk van jazzgenie Thelonious ‘Sphere’ Monk.

Jazz Talk

Monk is natuurlijk een van de figuren in de jazz waar je eigenlijk als jazzliefhebber gewoon niet rond kan. Dat illustreerden Weston, Frisell en Khan in hun praatje waar ze zich onder meer lieten leiden door eigen ervaringen en audiovisueel materiaal.

The ‘Mad Monk’, die soms ook wel the ‘high priester of bop’ wordt genoemd, liet een relatief bescheiden corpus na. Maar de invloed van zijn werk als componist en bandleider op zijn medemuzikanten en het publiek was énorm. Velen van zijn composities zoals Epistrophy, Off Minor werden jazzstandards die er ook vandaag de dag nog toe doen. Ook dat werd goed in de verf gezet. Er kwamen ook een handvol fanfavorieten langs, zoals Criss-Cross , Well You Needn’t en ‘Round Midnight.

Op het hoofdpodium werd deze festivaldag op bijzonder straffe wijze geopend door de legendarische, tegenwoordig in Parijs wonende en werkende afrobeatdrummer Tony Allen die ooit bij Fela Kuti speelde en hier met zijn kwartet het werk van Art Blakey en zijn Jazz Messengers terug tot leven wekte.

Tony Allen Quartet

Allen geraakte als technicus bij de Nigeriaanse nationale radio geïntrigeerd door de mogelijkheden van percussie en drums en die liefde spatte er zelfs op zevenenzestigjarige leeftijd nog vanaf. Hij betrad het podium in een zomers hemdje, zonnig hoedje, de coolest shades en smile.

Allen brengt steevast groove en swing in het kot. En dat is ook muzikanten als Damon Albarn (Gorillaz,..), Flea (RHCP), Detroit techno superster Jeff Mills(!) niet ontgaan, zij werkten allen al eerder samen met Tony Allen. Dichter bij huis kun je zijn invloed onder meer terugvinden in het werk van bands zoals Brzzvll, Black Flower,.. .

Op het podium : een droom die uitkwam. Samen met pianist Jean-Michelle Dary, bassist Michael Allamane en saxofonist Irving Acao bracht Allen afrobeatversies van een handvol Art Blakey klassiekers zoals Moanin’ en A Night In Tunesia. Grote ster in het geheel was vanzelfsprekend jazzveteraan Allen (die ook vurige drumsolo’s ten beste gaf zoals tijdens Drum Thunder Suite), maar ook pianist Dary sprenkelde lustig pianonotes rond. Met veel eerbied en levenslust gingen de niet zo spraaklustige Allen & co tewerk.

Als Allen dan toch heel even het publiek toesprak, gaf hij kort, krachtig en verlegen aan dat hij nu eenmaal van zijn held Art Blakey houdt en dat hij deze concertreeks op zijn heel eigen manier deed. Voor de set baseerde hij zich op de tribute ep die hij recent uitbracht, maar er kwam ook een ‘bonus from the past’.

Zo kregen we geen steriele herwerkingen, maar net bijzondere herinterpretaties door een legende die de herinnering aan een andere legende levendig wilde houden. Terug in de jazzgeschiedenis met Tony Allen, we kunnen het alleen maar aanraden ! Een gewéldige opener op deze festivaldag.

Op het goed gevulde zijpodium mocht de Antwerpse jazzgitarist Ruben Machtelinckx het gastcuratorschap aanvatten. Dat deed hij met een handvol getrouwen zoals rietblazer Thomas Jillings, Nils Okland op de hardanger fiddle (een bijzonder Noors, veelsnarig instrument), Niels Van Heertum op euphonium (die eerder met Chantal Acda het podium deelde) en percussionist Ingar Zach. Op het programma stond materiaal uit het veelgeprezen Felt Like Old Folk.

Noem het desnoods de kracht van poëtische suggestie. Donker, maar tezelfdertijd ook heel mysterieus en open. De grote kracht van de groep zit in hun vermogen om samen op zoek te gaan in een voorheen ongekende klankenwereld waarin streepjes folk light en jazz elkaar kruisen. Muziek waarin je helemaal kon opgaan en verdwalen. En helemaal de weg kwijt vinden, al vormde dat eigenlijk geen bezwaar.

Het concert bleek echt een samengaan van verschillende persoonlijkheden die bijdroegen aan een groter geheel. Je kon er door het vioolspel weemoed in ontwaren of Slavische folk gone wrong, al was het vooral een knap gesamtkunstwerkje dat soms heerlijk piepte en kraakte.

Cruciaal hier is de opvallende artistieke integriteit van dit kwartet. Hun heel eigen klankwereld is niet de meest voor de hand liggende, maar het leverde wel weer een pracht van een concert op waarbij een heel rijk aan gevoelens en ideeën werden bespeeld. Ook het wat filmische aspect van de composities kwam aan bod: zo streelde Linus zachtjes onze verbeelding met zinnenstrelend mooie muziek.

Hopelijk bereiken ze hiermee een veel breder publiek, want deze bende bewees tijdens hun set op Jazz Middelheim dat ze op een uiterst eigenzinnige manier en met een echt heel eigen, unieke sound zowel de aandacht als de ziel van velen kon beroeren. Straf concert !

Mingus Big Band

Terug naar de Main Stage waar het verzamelen geblazen was voor Mingus Big Band, een van de vele big band formaties tijdens dit jazzfestival. Een door auteur en weduwe Sue Mingus ondersteund all star collectief dat de opdracht had om het werk van de illustere, in 1979 gestorven Charles Mingus nieuw leven in te blazen.

Letterlijk dan want er stond naast drummer Jonathan Blake, bassist Boris Kozlov en pianist Theo Hill zowaar een klein leger aan blazers klaar om uit het gigantische oeuvre van Mingus vrijelijk te plukken en spelen. De Big Band heeft talloze releases uit, waaronder vele genomineerd voor een Grammy Award.

Uit dat enorme corpus aan Mingus materiaal zocht de Big Band niet enkel de gekende nummers, maar zocht het ook wat alternatieve zijwegen op. Opvallend was hoezeer de band al van bij het begin van hun set inzette op variatie, onder meer door verschillende guest spots. De veelheid aan stemmen – van solo’s op sax, trompet,.. maakten het dan ook erg aangenaam om te blijven volgen. Al was het wel Boris Kozlov die als bassist de host was, de gespeelde stukken van de nodige introducties en context voorzag en de Big Band mee onder zijn hoede nam.

Dat leverde met composities als Gunslinging Bird (oorspronkelijk getiteld als ‘If Charlie Parker Were A Gunslinger, There’d Be A Whole Lot Of Copycats’) een nogal vol en feestelijk geluid op, dat behoorlijk sterk contrasteerde met de wat gevoeligere folkjazz die Machtelinckx & co zonet op het zijpodium brachten.

En passant leverde dat knipoogjes op richting andere jazzhelden zoals Charlie Parker, maar ook Jackie McLean kwam aan bod tijdens het aardige Profile Of Jackie. Daarnaast was ook het wat meer politiek getinte werk van Mingus te horen, onder meer via Fables Of Faubus -waar de oorspronkelijke tekst ooit gecensureerd werd wegens te gevoelig – en het losjes op een anti-nazigedicht steunende Don’t Let It Happen Here (uit het Blues & Politics album). Uit datzelfde album zou ook het aan Lester ‘Prez’ Young opgedragen Goodbye Pork Pie Hat de setlist halen.

De virtuoze Mingus Big Band besloot de set met een fijn GG’s Train, een heel ander spoor dan de A-Train die destijds verzocht werd te nemen. Het publiek liet zich door al dit spelplezier maar al te gewillig inpalmen.

Frederik Leroux

Vervolgens togen we terug naar het zijpodium waar Linus (Machtelinckx + Jillings) versterking kregen van gitarist en banjospeler Frederik Leroux (een aanstormend talent) en drummer Oyvind Skarbo. Vrije improvisatie als een instrument, niet als een genre, zo luidde de missie.

Zij brachten werk uit ‘Onland’, werk dat het moest hebben van zachte, sferische klanken die telkens weer andere impressies muzikaal vertaalden. De zoete gitaartokkels, het traag maar trefzeker blazen van Jillings en de extra laagjes van Leroux en Skarbo op gitaar/banjo en drum maakten het helemaal af. Dit was een wonderlijke dialoog waarbij de van sterrenstatus gespeende muzikanten in alle openheid en eerlijkheid op zoek gaan naar eigen terrein, om dat dan vervolgens in vraag te gaan stellen.

De focus lag naast meditatieve country en folk op ‘deep listening’. Wie zijn best deed kon daarin onder meer een zekere, zorgvuldig opgebouwde spanning in ervaren. Jammer wel van het omringende geblaat van mensen, maar dat zijn nu eenmaal de omstandigheden van zo’n festival. In de betere concertzalen zoals de Rataplan waar Machtelinckx regelmatig met zijn projecten te gast is, komt dit soort muziek vanzelfsprekend véél beter tot zijn recht.

Nu was het eerder een soort roadshow, waarbij ze in relatief korte tijd een impressie van eigen kunnen gaven voor zij die een oprechte interesse in deze droomachtige muzikale sequensen vertoonden. De tent luisterde mee naar de manier waarop deze bende alweer tekende voor een uiterst fraai concert. Machtelinckx en co gingen soms helemaal de diepte in en zorgden ervoor dat hun schier ongrijpbare sound een heel bijzonder verhaal vertelde. Ze hadden er duidelijk zin in, gingen zelfs over de voor hen voorziene tijd en moesten deze set noodgedwongen staken. We durven te hopen dat er een aantal zieltjes voor Linus gewonnen werden.

Bill FrisellDat gitarist Bill Frisell iets met het werk van John Lennon had, was al duidelijk bij de release van All We Are Saying. Good ol’ Bill schoot al voor de derde keer in actie na de samenwerking met Chantal Acda en Charles Lloyd. Op de Main Stage recruteerde Frisell voor zijn eerbetoon aan Lennon onder meer pedal steel speler Greg Leisz, violiste Jenny Scheinman, bassist Tony Scherr en drummer Kenny Wollesen.

All We Are Saying – The Music of John Lennon was op papier misschien wel het meest makke en kleffe concert op Jazz Middelheim. Dat bleek jammer genoeg ook op het podium. Zelden zo’n gemakzucht ervaren als tijdens dit concert, zelden een zo wollige, over sentimentele en ronduit ongeïnspireerde sound.

Neen, dit was het écht niet. Niets op de muzikanten aan te merken, zij speelden relatief getrouw albumtracks als Across The Universe, Beautiful Boy, You’ve Got To Hide Your Love Away en meer. Al was het misschien wat gek om een Lennon/McCartney compositie als In My Life op deze Lennon tribute te horen. En voor de McCartney fans: bassist Tony Scherr speelde mogelijkerwijs niet toevallig op een Höfner bas.

Maar noch spanning of artistieke geestdrift waren hier te vinden. Bovendien speelde Frisell, nochtans een meesterlijk gitarist, vrijwel continu in zijn al te zeemzoeterige gitaarstijl, die bovendien nog ondersteund werd met de slaapverwekkende pedalsteel van Leisz en het stemmige, sobere vioolspel van Scheinman. Het leverde helaas een dodelijk saai concert op. Al kon het natuurlijk aan ons liggen, want Frisell & co werden door de stevige horde jazzcats in het publiek regelmatig voor hun inspanningen beloond met applaus.

We lieten deze kelk maar al te graag aan ons voorbijgaan en hopen vurig dat pakweg een gitarist als Jean-Yves Evrard volgend jaar good ol’ Bill toont hoe het anders kan. Show’em Jean-Yves !

Derde keer, alweer goede keer met Ruben Machtelinckx. Deze keer stond de set in het teken van het veelgeprezen, in Kopenhagen opgenomen album Faerge . Rond hem een aantal vertrouwelingen zoals onder meer Joachim Badenhorst op klarinet en sax, gitarist Helmar Jonsson en contrabassist Nathan Wouters. Met Badenhorst had deze groep natuurlijk een bijzondere figuur in huis die zowel op sax als basklarinet uit de voeten kon, al bleek de focus vooral te liggen op de interactie tussen de muzikanten.

Speelse schoonheid en warme klanken. Mistige schaduwen in de muziek. Verleidelijk, maar vooral bijzonder. Ook hier zou je kunnen stellen dat er een zekere frivoliteit aanwezig, al hoor je ook zorgvuldig opgebouwde spanning. Sterk getrimde jazz op de millimeter, muziek waar je je als luisteraar wederom heerlijk in kon wentelen. Het minimalistische van een Nick Drake duikt op als invloed, al hoor je ook hoe deze groep zich net een heel eigen, vaak door melancholie aangesterkt geluid toe-eigende.

Opmerkelijk ook hoezeer deze groep gebruik maakte van vaardig aan elkaar geplakte partituren. Minstens zo opvallend : de veelheid aan gitaarwissels. Machtelinckx had een aardig setje gitaren en banjo ter beschikking, maar moest om de haverklap die instrumenten stemmen. We durven dan ook te wedden dat ie voor de uitvoering van zijn composities aan de haal gaat met aparte gitaar- en banjotunings.

De groep begon er goed voorbereid en iets vroeger dan voorzien aan maar werd ‘en route’ lastig geplaagd door technische issues (een versterker die het plots liet afweten), maar toch slaagde Machtelinckx erin om weer een nieuw facet van zijn muzikale inspiraties op te lichten.

Randy Weston

Hop naar de Main Stage waar de in Brooklyn, New York geboren pianist Randy Weston met zijn African Rhythms Centennial Tribute een ode bracht aan niemand minder dan Thelonious ‘Sphere’ Monk. De maar liefst negentigjarige Weston stond vandaag als headliner op Jazz Middelheim om te bewijzen hoe Monk (evenals Count Basie, Sir Duke Ellington, Art Tatum,..) zijn leven en werk danig hebben beïnvloed.

Hij is een boomlange muzikant die samen met zijn gezelschap diep in de geschiedenis van de jazz ging, maar eerst en vooral uitkwam bij Monk. Die is vanzelfsprekend een jazzgenie die weliswaar een bescheiden (grofweg een zestigtal composities), maar uiterst invloedrijk corpus aan materiaal naliet. Iemand ook die contrasten tegen elkaar liet botsen, zoals met Ugly Beauty, maar misschien vooral een muzikant die op uiterst briljante wijze intuïtie aan hartstocht en emotie koppelde. (’Mad’) Monk volgde zijn hart en ziel, ook al dreef dat hem soms richting waanzin.

Een blik op de discografie van Weston is in dat opzicht veelzeggend: oog voor de groten in de Amerikaanse jazz zoals Monk, maar even goed diep geaffecteerd met een liefde voor Afrikaanse invloeden. Tezelfdertijd legt hij met zichtbaar gemak connecties met Chinese muziek en andere culturele en muzikale (o.a. gnawamuziek) uitingen.

Deze Jazz Master denkt en werkt dus voorbij alle hokjes en dat is niets dan een ware verademing. Dat merkte je ook aan de manier waarop hij vloeiend van de ene Monk passage in de andere dook. Hij was hier in Middelheim “to capture the great spirit of Monk”.

Eerst kregen we de solo Monk op piano door Weston die wereldwijsheid aan uiterst vaardige vingers koppelde. De zo kenmerkende blue notes die afgewisseld werden met plotse akkoorden, toonladders op en af. Net als Monk liet Weston vooral eigenzinnigheid horen. “Misterioso, misterioso”, zo liet Weston verstaan.

Dat het een succes werd had niet enkel te maken met de klaviervaardigheid van Weston, maar ook de manier waarop hij in zekere zin de rol van Ashley Kahn als jazz educator opnam. Jullie, geacht publiek, zouden immers véél meer naar Monk moeten luisteren, maar ook naar al die andere jazzhelden (Sir Duke, Nat King Cole..), waarvan de geschiedenis tot vér en diep in het Afrikaanse supercontinent reikte, zo gaf een wat belerende Weston aan. In zekere zin maakte hij ook de brug van geschiedenis naar het heden door indirect te verwijzen naar hedendaagse artiesten die de erfenis van Monk mee levend houden als Ahmad Jamal.

Favoriet citaat uit de set: ” you can’t make tradition better, because it is spiritual”. Brother Weston zocht er niet naar om Monk te gaan heruitvinden of herinterpreteren, maar liet horen hoe hij ook zijn eigen werk en leven omging met die gigantische erfenis.

Muzikaal werd het mee ondersteund door percussie (die zalig bespeelde conga’s van Neil Clarke), walk-and-talk bass (Alex Blake) én véél swing. Weston kreeg al snel het publiek op zijn hand, ook al omdat er niet alleen briljant gemusiceerd werd, maar ook omdat er erg veel vaart in de set zat. Hij bedankte zijn medemuzikanten zoals tenorsaxofonist Billy Harper en Talib Kibwe maar al te graag.

Naar het einde toe plooide Weston steeds vaker op nog diepere roots terug, met onder meer een languit gespeeld African Sunrise. Als een volleerde jazzpriester maakte hij een impressionante connectie met de spirit en muziek van Thelonious Monk, al was misschien wel de meest indrukwekkende passage Blue Moses waarbij hij onder meer gebruik maakte van traditionele gnawamuziek. Ook de er op volgende drumsolo was meer dan de moeite.

100 jaar Monk, dat diende uiteraard gevierd. Tot op zekere hoogte was Weston inderdaad een geschikte figuur om die muzikale erfenis op te pakken, al deed hij zoveel meer dan dat alleen. Een ronduit indrukwekkende jazzpreach annex masterclass Monk van brother Randy Weston die en passant aangaf dat jazz vooral ook bedoeld was om op te dansen én om het leven mee te vieren. Missie meer dan geslaagd. Een zéér fijn concert van een eenennegentigjarige jazzreus.

Om de festivaldag af te sluiten was er nog een toetje in de vorm van Linus + Okland/Van Heertum/Zach die eerder al een set speelden op het zijpodium. De ideale gelegenheid om in een iets vrijere modus al wat werk uit dat nieuwe album (te verwachten in het najaar) live uit te proberen.

Al was het misschien wel wat vreemd dat Machtelinck voor zijn curatorschap niet aan zijn werk samen met Karel Van Deun had gedacht. Hoe dan ook: hij bewees met verve een bijzonder getalenteerd muzikant te zijn én het maakte ons razend benieuwd naar dat nieuwe album van Linus ! Een mooi einde van deze festivaldag die eigenlijk vooral ontsierd werd door een dik tegenvallende Bill Frisell.