MECC Jazz Maastricht dag 2: zaterdag 30 oktober 2010
Door op 31 oktober 2010

Een meerdaags festival betekent doorgaans vooral leven op bier en fastfood en veel te weinig slaap. En hopen op dat ene pas op een veel later moment als legendarisch te boek staande optreden. Zo ook op MECC Jazz Maastricht, dat de tweede dag in gaat en waarbij de nadruk meer lag op de jazz dan tijdens de eerste festivaldag, alhoewel natuurlijk ook voldoende aan crossoverartiesten werd gedacht. Want met enkel puristische jazz krijg je geen duizenden mensen op de been, per slot van rekening moet de biertap als een waterval stromen en gaan frieten, knakworsten en freejazz doorgaans niet samen.

De eerst geziene act op dag 2 was het Roy Hargrove Quintet. Maastricht is voor Hargrove geen onbekend terrein, want tijdens de Music Nights ergens in de jaren ’90 (indertijd de tweede poging om een meerdaags internationaal jazzfestival te verankeren in de stad)  speelde de trompettist enkele avonden in het Theather aan het Vrijthof. En wie Hargrove een beetje kent, weet dat hij twee hobbies heeft: onafgebroken lazen op die toeter van ‘em en heel veel doobies verorberen. En dan ben je natuurlijk in dit deel van Nederland aan het goede adres en zal Hargrove als één van de weinige Amerikanen weten dat Nederland meer is dan Amsterdam en de Bulldog. Ook toen was Hargrove al goed in jammen en in een b-boy outfit heeft hij in het legendarische jazzcafé Marks & Kampstra urenlange, onaangekondigde sessies verzorgd.

De Pharrell van de jazz had weer zijn zondagse kloffie aangetrokken en verscholen achter een hippe, maar vooral functionele zonnebril was het fijn om hem weer in Maastricht aan het werk te zien. Inmiddels behoort hij tot het hedendaagse jazzestablishment en is Hargrove een gevestigde naam geworden, wat meteen het gevaar kan inhouden van een te gemakzuchtige performance. Het optreden in de grote 42nd Street zaal was aan de brave kant en alhoewel het echte verwachte vuurwerk uitbleef, was het een degelijk optreden, waar de verwachtingen grotendeels werden ingelost. Veel midtempo stukken met de onvermijdelijke solo’s van de bandleden en het bijbehorende applaus na elke improvisatie-eruptie, afgewisseld met een paar ballads. Drummer Montez Coleman en saxofonist Justin Robinson waren de mannen, waarbij Hargrove goed zijn best moest doen om niet in hun spel te verzuipen, want beide heren waren wel erg lekker op dreef.

En zoals ook al het geval was op de eerste dag van het festival, was ook vanavond de verlanglijst van te bezoeken concerten opnieuw langer dan de tijd en de ruimte toelieten en daardoor niet alles werd gezien. Alles zien was ook nu weer een onmogelijke opgave. Ad Colen was van te voren on the list geplaatst, maar de deuren gingen weer even op slot, omdat het Unter Der Linden zaaltje te snel tot de nok toe gevuld was. Te kleine zaaltjes zijn vaak inderdaad te klein. Maar gelukkig was er in de grote Baker Street zaal nog voldoende plaats om Magnus Lindgren aan het werk te zien. De buiten de jazz nog relatief onbekende Zweed gaf met zijn begeleidingsband een college in standaard fusion, dat nergens echt spetterde en al evenmin vernieuwend genoemd kon worden. Muziek om onder het verorberen van een kaasplankje het laatste nummer van Eigen Huis & Interieur door te bladeren. Opvallend was wel de manier waarop de bassist zijn instrument had omhangen: ieder moment verwachtte je dat hij de microfoon ging pakken en al bassend ging jazzgrunten. Maar gelukkig bleef het achterwege.

En op weg naar de rookruimte, welke een onontbeerlijk onderdeel van de festivalavond bleek te zijn, werden nog een paar nummers Joe Jackson meegepikt. Jackson was voor de gemiddelde festivalganger op deze avond de hoofdact en de 42nd Street zaal was behoorlijk gevuld. Joe Jackson heeft een aantal tijdloze albums op z’n naam staan en de nummers die iedereen kent stonden uiteraard op de playlist. Herkenning gewaarborgd en Jackson deed wat van hem verwacht werd. Dat leverde een enigszins vlak optreden op, hetgeen inherent is aan shows van dergelijke artiesten. Joe Jackson heeft nog niet het voorportaal van de Night Of The Proms bereikt, maar is er wel naar op weg. Het lijkt slechts een kwestie van tijd te zijn.

Wie daar nooit aangetroffen zal worden is saxofonist Wayne Shorter. Voor de jazzliefhebber was hij degene waar het meeste van verwacht werd. Shorter zal bij de meeste mensen vooral bekend zijn van Weather Report, de legendarische jazzrockgroep waar hij samen met de inmiddels overleden Joe Zawinul de tweehoofdige directie van vormde. Maar de inmiddels 77 jarige saxofonist startte zijn carrière bij Art Blakey’s Jazz Messengers om vervolgens in de jaren ’60 deel uit te maken van het Miles Davis Quintet en in de jaren ’70 samen met Zawinul Weather Report op te richten. Na het WR’s laatste album ‘This Is This’ ging Shorter zonder Zawinul verder en vormt hij samen met pianist Danilo Perez, bassist John Pattitucci en drummer Brian Blade een powerkwartet, dat al enkele jaren in deze samenstelling speelt en zaterdag te zien was in de sfeervolle Bourbon Street zaal. Alleen al op papier is het een indrukwekkende line-up en de verwachtingen waren dan ook hooggespannen. Degenen die Shorter enkel van Weather Report kennen, kwam al snel heel erg bedrogen uit, want de saxofonist heeft deze periode al lang achter zich gelaten. Wie zijn albums ‘Alegría’ (2003) en ‘Beyond the Sound Barrier’ (2005) in de kast heeft staan, wist ongeveer wat hem of haar te wachten stond. Wayne Shorter’s saxofoon- en lyriconsound is uit duizenden te herkennen, maar in dit kwartet is niet hij, maar niemand de baas. Dat is ook bijna niet mogelijk met zo veel instrumentaal geweld van de drie andere leden, die tot de absolute top behoren van de hedendaagse jazz. De Panamese pianist Danilo Perez is sterk beinvloed door Thelonious Monk, met wie hij ook enkele jaren samen speelde, naast andere jazz- en latingrootheden als drummer Jack DeJohnette, bassist Charlie Haden, saxofonist Michael Brecker, percussionist Tito Puente, trompettist Wynton Marsalis en vibrafonist Gary Burton. Geen kleine jongen dus. En dat geldt ook voor bassist John Patitucci: ooit begonnen onder de hoede van Chick Corea, behoort de New Yorkse bassist tot één van de grootmeesters van zowel de akoestische als de electrische bas. En met de slungelachtige drummer Brian Blade, die namen als Joni Mitchell, Bill Frisell, Norah Jones, Emmylou Harris, Daniel Lanois, Bob Dylan, Dorothy Scott, Billy Childs, Chris Potter en Joshua Redman op zijn played-with-list heeft staan, staat een kwartet op het podium met louter zwaargewichten. Het gevaar bij dergelijke supercollectieven is dat optredens kunnen uitdraaien op een demonstratie kijk-eens-hoe-goed-ik-speel egotrip, maar gelukkig bleef het massaal toegestroomde publiek hiervan verschoond. In de plaats daarvan voor de massa bij vlagen een redelijk ontoegankelijke mix van geimproviseerde jazz en klassieke muziek. De muziek die te horen was, was niet eenduidig te vervatten in een bepaalde stijlvorm, maar liet veel ruimte voor alle bandleden, waarbij Shorter met zijn onderkoelde toon en Perez met zijn de ene keer op herhaling gebaseerde en de andere keer bewust met veel ruimte omgeven pianospel zorgde voor de detaillering, die het explosieve en knetterende samenspel van de ritmesectie een extra power gaven. Waarbij de hoofdrol was weggelegd voor de soms onnavolgbare Brian Blade. En alhoewel de structuur voor de meeste mensen soms wat ver te zoeken was, waren de degenen die het optreden hebben uitgezeten het er wel over eens dat dit optreden het absolute hoogtepunt was van MECC Jazz Maastricht. Ondanks de hoge moeilijkheidsgraad ervan, die niet iedereen evenveel kon bekoren. Hetgeen niet aan de muziek lag, maar aan het feit dat Wayne Shorter c.s. nu eenmaal niet music for the masses maken. Het was dan ook even de tijd nemen om de indrukken van dit concert te laten bezinken. En de nazit kan dan ook niet beter plaatsvinden in het gezelschap van een paar sigaretten en enkele bijbehorende glazen sterke drank. Om de afsluitende concerten van het festival enigszins verdwaasd tot ons toe te nemen.

De uit de James Brown school afkomstige Pee Wee was ook een naam die veel werd genoemd als artiest waar een bezoek aan werd gebracht, maar Ellis gaf een te vlak en routinematig setje souljazz weg. Bovendien mogen de JB-defbeats als meer dan bekend worden verondersteld. Ook de sound van Nils Landgren’s Funk Unit was niet gebaseerd op innovativeit en de recht-toe-rechtaan funky neo-acidjazz klonk lekker en was daardoor goed te volgen voor mensen, die de meest gangbare Blue Note titels in de kast of de harde schijf hebben staan. Het podium stond behoorlijk vol, want Magnus Lindgren (bijna, maar geen familie) en enkele van zijn bandleden hadden hun instrumenten naar de Bourbon Street zaal meegenomen en waren bij Landgren het podium opgeklommen.

Met de wintertijd in het vizier werd vervolgens het aan de rookkamer grenzende Central Park zaaltje opgezocht, waar het een dag eerder afgelaste optreden van Jazzanova nu wel zou gaan plaatsvinden. En de Duitsers namen de tijd met een uitgebreide soundcheck, waar het wel eens erop leek dat er al was begonnen met spelen, maar de 80’s funk, die als pauzemuziek diende, maakte duidelijk dat de instrumenten nog gestemd moesten worden en computers nog aangezet moesten worden. En in tegenstelling tot hetgeen bij Duitsers usance is bleef het podium veel te lang leeg en begon de band veel te laat met spelen. Naar de reden hiervan kon enkel gegist worden: wachten totdat het drukker werd? Stage fright? Playlist kwijt? Maar na een paar keer de nabijgelegen bar te hebben opgezocht werden in de verte de eerste tonen van ‘L.O.V.E. And You & I’, het openingsnummer van het debuutalbum ‘In Between’ waargenomen en kon het optreden eindelijk beginnen. Jazzanova is op CD bij vlagen een onderhoudend eclectic collectief, waarbij inventieve sampling en originele ritmepatronen hun enigszins vierkante muziek doen onderscheiden van bands uit hetzelfde idioom. Live klinkt het allemaal wat gewoner, want voor veel van dergelijke acts hebben hun instrumenten nog veel geheimen en klonk de sound op het podium een stuk minder abstract dan je op basis van hun studiowerk mocht verwachten. Ook hier weer fijne niks-aan-de-hand moderne jazzy dance, waar het zuinig swingen was. Een beetje funk, voldoende soul en wat hippe moderne computersounds en Jazzanova’s optreden was daardoor meteen geschikt voor een breed publiek.

En met Jazzanova kwam zo goed als een eind aan een geslaagde eerste editie van MECC Jazz Maastricht, een festival dat zeker in een behoefte voorziet. De organisatie heeft erg zijn best gedaan om een voor een breed publiek aantrekkelijk programma samen te stellen, het MECC bleek een prima, stijlvolle locatie te zijn, de catering was meer dan de onvermijdelijke festivalhap en in tegenstelling tot veel andere festivals overheerste niet de geur van frituurpannen en verschraald bier. En ook aan de aankleding van de festivalomgeving is veel zorg besteed, toch ook niet een onbelangrijk gegeven. En met een muzikaal aanbod dat voldoende hoogtepunten bevatte heeft MECC Jazz Maastricht in potentie genoeg in huis om bestaansrecht hebben. Het rekenen kan nu beginnen. Laten we hopen dat de cijfers zwart zijn en – zoals het op de Radio 6 spandoeken al was vermeld – nog zwarter worden, zodat 2011 de tweede editie van dit nieuwe, sympathieke festival kan plaatsvinden.