Kneebody voelt altijd als ‘thuiskomen’
Door op 10 januari 2018

Band: Kneebody
Album_title: Anti-Hero
Genre: Jazz
Label: Motema

Met hun nieuwe album Anti-Hero, met een kleine vertraging nu ook in Europa in de winkels en een mooie reeks optredens in de Lage Landen op de rit voor november, zal het baanbrekende Amerikaanse collectief Kneebody de komende maanden vol in de schijnwerpers staan. Hoog tijd om de mannen weer eens te spreken, hoewel dat flink wat lastiger is als verwacht. Naast Kneebody spelen de mannen met iedereen waar ze maar mee willen spelen en trekken zo de hele wereld over. Zo spreken we Ben Wendel over skype terwijl hij de zomer voor een groot gedeelte in Italië doorbrengt in de band van de jonge en geweldige bassiste Linda Oh. Nate Wood spreken we dan weer terwijl hij in Frankrijk zit omdat hij, samen met drummer Mark Guiliana en toetsenman Jason Lindner, in de kick ass band van saxofonist Donny McCaslin door Europa trekt (zoals ze ook op NSJ 2017 te zien waren dus).

Kneebody

Toen de mannen van Kneebody (Adam Benjamin (keyboards), Ben Wendel (Sax), Nate Wood (drums), Kaveh Rastegar (bas) en Shane Endsley (trompet)) in 2001 in Los Angeles als jonge in jazz opgeleide muzikanten bij elkaar kwamen om als groep de jazzgrenzen eens flink op te gaan duwen, hadden ze nooit kunnen voorspellen dat ze zo’n dik 16 jaar en twee handenvol albums (van reguliere studioalbums tot aan samenwerkingen en live-opnamen) later tot mede vaandeldragers van de nieuwe wereldwijde jazz gerekend zouden worden. Niet gehinderd door enige muzikale reserve hebben ze met hun muziek eerst hun eigen revolutie gecreëerd en daarna de wereldwijde jazzscene daarmee geïnjecteerd. Beïnvloed door de nieuwe electronic stromingen die vanaf de jaren 90/begin deze nieuwe eeuw, vooral vanuit Engeland opkwamen, werd Kneebody vanuit een vrije jazz gedachte opgezet. Saxofonist Ben Wendel legt het nog duidelijker uit. ‘Toen we met Kneebody begonnen hadden we zin een band te beginnen zonder muzikale reserves en vol vrij spel. Het idee van een band die, gezien onze studie-achtergrond, dus gewoon jazz speelt ook gelijk maar los te laten. Gewoon muziek te maken die uit ons hart komt, dus naast jazz alle andere muziek die door onze aderen stroomt. Wij dachten allemaal dat dit de ideale manier zou zijn om als muzikanten optimaal te groeien. Dit klinkt allemaal bewuster dan dat het was, maar als ik terugkijk voelt het absoluut zo.’

Het heeft even geduurd voordat Kneebody echt werd opgepikt door een groter publiek. ‘Natuurlijk weet je dat met die muzikale instelling die we vanaf het begin hadden het wat langer gaat duren. Mensen moeten altijd aan nieuwe muziek wennen en je kan het alleen maar via een klein publiek en enthousiaste journalisten opbouwen. Als je als jazzband geboekt wordt en de muziek staat daar wat verder vandaan haken er eerst de aloude, wat conservatieve, jazzliefhebbers af voordat de word-to-mouth het omgekeerde aanricht, wat vaak een meer in leeftijd gevarieerder publiek betekent’, vertelt Wendel verder. ‘Maar met onze manier van muziek maken blijft je houdbaarheid wel langer. Juist ook doordat we in het begin naast Kneebody allemaal in andere bands moesten spelen om onze huur te kunnen betalen leerden we heel snel om echt goede muzikanten te worden. Elke keer als we dan weer met elkaar speelden was het een feest te horen dat we als muzikant en dus ook als individuen gegroeid waren. En omdat we ondertussen ook wat financiële reserves opbouwden was het aanpassen van onze Kneebody-sound om geld te moeten verdienen ook al helemaal geen issue meer.’

Kneebody

Spontaniteit is de sleutel tot een lange samenwerking zo hebben we gemerkt’, gaat Wendel verder. ‘Als we de agenda’s op elkaar afstemmen om weer nieuwe muziek te gaan maken kijken we, zodra we dan weer bij elkaar zijn, wat iedereen voor ideeën heeft. Soms zijn die wat meer uitgewerkt, soms meer flarden ideeën, maar het zijn eigenlijk nooit compleet uitgewerkte stukken. Het idee is juist dat we vanuit een redelijk kaal idee de compositie met onze eigen onafhankelijke manier van spelen naar een echte Kneebody-compositie opduwen. Als er dan een al wat completere song is draaien we die gretig om naar iets nieuws. Omdat we altijd sounds aan het pushen zijn worden de ideeën vaak zoveel meer dan wat er oorspronkelijk in je hoofd rondspookte. Dat maakt voor mij Kneebody, naast alle andere muziek die ik maak zo interessant. Volledig op hart gericht kunnen we bij elkaar maar door blijven experimenteren tot we er echt blij mee zijn. Sinds de oprichting van Kneebody zijn we allen geweldige vrienden en ons werkende en persoonlijke levens zijn volledig vervlochten met de muziek die we met de band maken. Onze band is de plek waar we aan elkaar kunnen laten horen hoe ver we als muzikant weer gegroeid zijn en zonder reserves onze muzikale uitspattingen kunnen botvieren. Na al die jaren voelt de band nog steeds als thuiskomen na een lange reis. Wij hebben het publiek in de gelukzalige situatie voor onszelf gebracht dat ze verrast willen worden. Dat houdt in dat wij onszelf ook met elk nieuw album muzikaal opnieuw mogen uitvinden.’

Kneebody-drummer Nate Wood sluit zich hier volledig bij aan. ‘Onze manier van werken met Kneebody, ook door onze drukke schema’s in andere projecten, verandert steeds. Voor ons laatste album Anti-Hero waren de basis-ideeën, noem het schetsen of flarden muziek, vooral opgenomen op telefoons of iPhones. Daarvan uit hebben we in twee sessies het nieuwe album opgezet. Eerst met een lange studiosessie in de zomer van 2015 en een jaar later in het door ons reeds veel voor albums gebruikte huis van mijn vader in Californië. Hoe we binnen een jaar ons inzicht op onze muziek al weer hadden veranderd was aanzienlijk en het album is, natuurlijk, de vernieuwde versie.’

De muziek van Kneebody klinkt met alles dat er de afgelopen jaren in Groot-Brittannië, België en Scandinavië binnen de jazz gebeurt eigenlijk veel meer Europees dan Amerikaans. ‘Het verrast me eigenlijk wel dat je dat zo zegt, daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht’ aarzelt Wood. ‘Maar je hebt eigenlijk wel gelijk. Ik denk ook dat Europese muzikanten die vanuit de jazz hun weg zoeken wat minder bang zijn te ver uit te wijken. Amerikaanse muzikanten houden structureel wat vaker aan aloude jazz vast. Het is bij ons net zo als met wat Jason (Lindner) en Mark (Guiliana) al jarenlang met Now vs Now vanuit New York hebben gedaan. Een volslagen nieuwe manier van jazz met electronics vermengen. Electronic is misschien wel net zo belangrijk in mijn muzikale ontwikkeling als muzikant. Aphex Twin behoort tot mijn top 5 van favoriete muzikanten ever. De ritmes, de structuur van de composities, de mysterieusiteit en de spannende gelaagdheid maakt alle Aphex Twin composities intrigerend en buitengewoon.’

‘Door die vernieuwende Europese golf vanuit de jazz is het ook voor ons gemakkelijker opereren. Je weet dat je met nieuwe jazz altijd moeilijker een standaard jazzpubliek kan veroveren. Daarom is het nu heel spannend om te zien dat we tijdens de nieuwe tour bijvoorbeeld in Nederland ook in een zaal als Paradiso spelen. Weliswaar in de bovenzaal maar we maken daarmee wel een cross naar het alternatieve circuit. Zolang de term jazz niet meer teveel aan onze naam kleeft en we een open publiek treffen, en daar zit Europa vol mee zoals ik steeds weer merk gelukkig, moet het helemaal goed komen. Ik merk in het spelen met Donny (McCaslin) dat er door hun Blackstar en Bowie samenwerking ook een ander publiek naar de concerten komt. Natuurlijk komen die ook voor Bowie songs en onze bewerkingen maar ze staan net zo hard open voor de eigen composities en dat geeft heel veel goede moed voor datgene wat we met Kneebody voorstaan’.