Kain The Poet maakt van muzikale luik Courtisane-festival weer iets memorabels
Door op 09 april 2019

Sinds 2001 verandert Gent rond eind maart, begin april telkens in een mekka voor liefhebbers van experimentele film. Ook afgelopen week kon je in verschillende zalen in de stad terecht voor het altijd prikkelende programma van het Courtisane-festival. Wij trokken er heen om het werk te ontdekken van gevestigde waarden als Alia Syed en aanstormend talent als Eva Giolo… maar ook voor het traditionele concert op zaterdagavond in de prachtige Minard.

De programmatie van deze muzikale zijstap is namelijk al even verrassend als het filmprogramma. In het verleden werden we hier weggeblazen door een woedende soloset van Moor Mother en de hypnotiserende groove van Joshua Abrams & Natural Information Society. Maar het strafste dat we zelf meemaakten was Joe McPhee, de muzikale vrijheidsstrijder, die in zijn eentje het podium optrok. De grandeur van het oude theater was passend voor wat dit monument neerzette: een indrukwekkende soloset van een dik halfuur waarin hij eerder ademde dan blies door zijn saxofoon. Hij kermde er bij, prevelde onverstaanbare gebeden doorheen zijn hoorn en zorgde met de kleppen van zijn instrument voor opzwepende percussie. Die verkenningsdrang op je 78ste nog in huis hebben, straf en ontroerend.

Still 'Un pays plus beau qu'avant' van Hannes Verhoustraete

Still 'Un pays plus beau qu'avant' van Hannes Verhoustraete

De passage van McPhee kreeg dit jaar een interessant staartje. Een dag voor het optreden dat we hierboven beschreven, dook hij namelijk de studio in om een originele soundtrack op te nemen voor de volgende documentairefilm van Hannes Verhoustraete: Un pays plus beau qu’avant. Nu de film af was, kon hij niet ontbreken op het festival. Wij dus ook niet.

Eerst het opzet van de film: in ‘Un pays plus beau qu’avant’ volgt Verhoustraete het leven van zijn Congolese buurman Jean-Simon en dit brengt hem in aanraking met de Congolese gemeenschap in Brussel, de informele economie van import-export waarin ‘Jeancy’ de eindjes aan elkaar probeert te knopen, de pijnlijke erfenis van de Belgische kolonisatie en de opwinding over verkiezingen in het thuisland. De film is geen klassieke docu met talking heads of een voice-over, waardoor je als kijker alles veel meer gaat beleven. Onderhuidse emoties worden af en toe aangeboord door de muziek van McPhee die doorheen de scènes is geweefd. De ene keer barst het van de heimwee, dan weer vlamt het woest op tijdens een betoging. De saxgeluiden zijn die van eenzaamheid in een grootstad waarin je nog elke dag je weg zoekt. De perfecte keuze voor deze fascinerende film.

Kain The Poet - copyright Michiel Devijver

Kain The Poet - copyright Michiel Devijver

Fast forward naar het avondprogramma van zaterdag. Niemand minder dan Kain The Poet, één van de Original Last Poets en dus een oervader van de spoken word, deed de stad aan. En we konden hem niet één maar twee keer aan het werk zien!

Dit hebben we te danken aan Vincent Meessen en de Biënnale van Toulouse die hem vroeg om een film te maken. Meessen liet zich inspireren door de rijke troubadoursgeschiedenis van de stad en de rijkdom die het vergaarde door de verkoop van een pastelblauw pigment uit de kolonies. Het resultaat werd een beeldgedicht met hedendaagse troubadour Kain The Poet die al jammerend, zingend, prekend, bijtend een verhaal brengt over uitbuiting door de eeuwen heen. Hierbij wordt hij aangevuurd door Lander Gyselinck, de sensationele drummer van onder andere Stuff. Wat een improvisatie schudt die hier uit zijn stokken! Het ene moment speelt hij iets breekbaars op een kleine xylofoon, het andere bespeelt hij zijn drums als conga’s, om daarna over te gaan naar een meer jazzy drumspel.

Still 'Ultramarine' van Vincent Meessen

Still 'Ultramarine' van Vincent Meessen

Het spel van Gyselinck zorgt er mee voor dat de film nooit zijn drive verliest en het verhaal van Kain des te meeslepender wordt. Die opent de film door zijn podium aan te kleden met vaste rekwisieten waar hij inspiratie uit haalt. Terwijl hij een zwarte pop met rode lippen teder neerlegt, zingt hij de woorden: “I am lost in the search for my baby.” Pure blues dus. Dat het verleden vandaag nog doorwerkt, maakt hij even later duidelijk wanneer hij het heeft over wat hij ziet op tv in zijn nieuwe thuisland Nederland: “Sinterklaas revisited.” Intussen passeren enkele bijzondere museumstukken de revue. Ooit geroemd voor hun schoonheid en exclusieve materialen, vallen ze nu pijnlijk van hun voetstuk. Zo is er een automaton die een Oosterse edelman met een zwarte knecht afbeeldt – oriëntalisme en kolonialisme in één bizar object. Van een astrolabium, een prachtige gouden schijf waarmee de (koloniale) zeevaarders hoeken berekenden, springen we daarna naar de cymbalen van Gyselinck. Die werkt zich in zijn blauwe hemd in het zweet terwijl Kain meesterlijk naar de finale toewerkt. In het laatste deel vliegen de gensters er af tussen The Poet, de drummer en de confronterende beelden van trotse kolonialen. “GIVE ME SOME DRUMS!” krijgt de dichter er nog net uit. Gyselinck ontbindt al zijn duivels, Kain The Poet sjokt naar een antiek speelgoedpianootje. Pling, gedaan. Het nazinderen kan beginnen.

Copyright Michiel Devijver

Copyright Michiel Devijver

Aan de bar van de Minard werd nog druk nagesproken over de film, toen we Kain The Poet alweer voor een tweede keer konden meemaken. Live deze keer, geruggesteund door Jeff Hollie op saxofoon, Percy Jones op drums en Adi Mehic op keyboard. Het optreden werd grotendeels een herinterpretatie van het gedicht uit de film, iets wat het talrijke publiek de kans gaf om de tekst meer tot zich te laten komen. De manier waarop Kain elk woord in de schaal legde, maakte bovendien dat het eerder een verdieping dan een herhaling werd. De zaal kon genieten van doorleefde woordkunst op hoog niveau. En aangezien de interactie met de band veel braver was, kwam de boodschap nog centraler te staan dan in de film: “This is not art… This is religion.” Ons hoef je intussen niet meer te bekeren. Deze week gaan we nog eens luisteren naar Kain’s meesterwerk The Blue Guerrilla en daarna kijken we alweer uit naar Courtisane 2020.