Jazz Middelheim Dag 2: Britse electronica en intimiteit
Door op 08 augustus 2017

Loc_venue: Jazz Middelheim
Loc_city: Antwerpen
Loc_country: België

De eerste festivaldag met spirituele jazznonkel Charles Lloyd en het fantastische concert van Joshua Redman zit er nog maar pas op en daar dient zich alweer een andere aan. De tweede festivaldag staat vrijwel volledig in het teken van Britannia Rules : veel Britse nu-jazz exponenten als Portico Quartet en Cinematic Orchestra, maar ook artist in residence Giuliana dook op en Chantal Acda mocht het gastcuratorschap van Jozef Dumoulin overnemen.

Jazz Talks

Als vanouds was er de opwarmer met de Jazz Talks van Ashley Kahn. Die had vandaag Jozef Dumoulin mee, maar ook Jason Lindner en Fabian Almazan kwamen met plezier toelichten hoe het nu zat met de knob-dialers en twisters. Terwijl de zon er goed door kwam zagen en hoorden we hoe het jazzpraatje vooral draaide rond keyboards, synths en de manier waarop elektronica en technologie steeds meer intrede maken in de jazz wereld.

Het kwam aan op ’sound design’, een nogal duur woord om uit te leggen dat je klank als het ware kan manipuleren en boetseren. Het is gewoon een wat andere manier in omgang met de instrumenten, zo kon je opmaken, maar het vergde ook de bereidheid van de luisteraar om wat intensiever te luisteren.

Tijdens de luistersessie kon je dan weer zelf vaststellen hoe bijzonder aanstekelijk en dansbaar dat knoppengedraai eigenlijk wel kon wezen. In zijn geheel was dit alweer een erg aangenaam en leerrijk gesprek over een van de bepalende trends in de jazzwereld.

Portico Quartet

Op het hoofdpodium troffen we het uit Londen afkomstige Portico Quartet aan. De band die de afgelopen jaren als Portico een zijweg bewandelde maar nu als Portico Quartet met hun nieuwe album The Art In The Age Of Automation (dat eind augustus verschijnt) weer helemaal terug is.

De groep illustreerde als geen ander met hun eerste drie albums hoe je jazz en electronica met elkaar kan verbinden. Met hun derde gelijknamige album als hoogtepunt in hun oeuvre. Niet voor niets maakten wij dat album in 2012 op Written Album van het Jaar. Terug als kwartet maakten zij op Middelheim duidelijk weer helemaal terug te zijn. In de oude setting met sax, contrabas, drums en de zo geluidsbepalende hang vergezeld van alle electronic adie denkbaar is. Meer zelfs: die moderne electronics bleken net de basis van hun sound. Dat leverde instrumentale ‘mood music’ op, waardoor bands als GoGo Penguin, BadBadNotGood en STUFF duidelijk hoorbaar flink zijn geïnspireerd.

Kenmerkend was de enorm grote vrijheid waarmee deze band tewerk ging : als de bas bijvoorbeeld bespeeld kon worden met een bankkaart, dan deden ze dat gewoon. En net als GoGo Penguin op Gent Jazz groeide Portico met deels ouder werk als Ruins als met nieuwere tracks als Endless en Current History zo gaandeweg een beetje boven zichzelf uit. Complexe ritmiek werd aangevuld met soms heerlijk voluit gaande, soms schurende (mini)saxofoon. En naar het einde van hun set met o.a Clipper kwam er ook soms ook een wat zoetere latin feel opduiken.

Jammer dat ze hun instrumentale set maar voor een halfvolle Main Stage brachten. Vooral ook omdat zij met hun electronicagetinte sound net een van de richtingen in de hedendaagse jazz blootlegden.

Portico Quartet zorgde met hun fijne set, met veel werk uit het nieuwe album zoals Objects To Place In A Tomb, Aluminium Beam en het fraai uitgewerkte Spinner en bis PQ klassieker City Of Glass, voor een vroeg hoogtepunt op de dag. Kortom: een aangename kennismaking met de band.

Chantal Acda & Arc Sonore

Vervolgens was het de beurt aan gastvrouw Chantal Acda die in een intussen goed volgelopen Club Stage een samenwerking aanging met Arc Sonore.

Het gastcuratorschap van het festival bood natuurlijk de mogelijkheden om wat meer bijzondere facetten van het muzikant zijn in de verf te zetten. Voor haar eerste van de vier sets bracht ze samen met percussionist Eric Thielemans, euphoniumspeler Niels Van Heertum en het veelkoppige mannenkoor Arc Sonore een bijzondere dialoog aan.

Al van bij het begin zoog de door een mannenkoor ondersteunde Acda de aandacht naar zich toe, met onder meer We Will, We Must uit Let Your Hands Be My Guide.

Maar ook het koor liet zich natuurlijk niet onbetuigd en liet verstaan waarom zij een van de meest bevraagde koren in het land zijn. Door het erg aparte, vaak sacrale karakter van het koor en de manier waarop zij gestalte gaven aan de songs van Acda hoorde je iets apart. Al zou je misschien ook kunnen opmerken dat zo’n set op een festival niet meteen de meest geschikte locatie is voor dit soort intiemere performances.

Acda en co leverden hier een erg korte, maar desalniettemin geslaagde performance dus die aangaf dat de composities van Acda ook in andere contexten overeind bleven. Het werkte en naar het einde toe kwam er zelfs een wat aparte spanning uit voort, zeker ook omdat de ijle, soms Noordelijke klanken richting ambient vibe trokken, om naar het einde toe getopt te worden door de euphonium van Niels Van Heertum.

Mark Guiliana Beat Music

Terug naar het hoofdpodium (Main Stage) waar artist in residence Mark Giuliana een masterclass Beat Music ten beste zou geven. Al is het maar een van de vele gedaanten van de muzikant, zo blijkt. Met zijn ‘Beat Music’ project ging het onder meer om de nobele kunst der improvisatie.

Vanzelfsprekend kon hij teren op het materiaal van op zijn eigen label Beat Music Productions uitgebrachte Beat Music: The Los Angeles Improvisations, al liet hij vooral horen hoe dat op een dagje improviseren in de studio slechts een enkele flard van zijn kunnen inhield.

Jason LinderSamen met bassist Chris Morrissey en toetsenist Jason Linder werkte Giuliana zich al snel in het zweet. Up-tempo ritmes die soms stevig versnellen en soms weer in het gareel worden gehouden maakten er inherent deel van uit. Het leuke aan een dergelijke set is dat er niets op voorhand echt vast stond. Het kon echt alle richtingen uit en dat bewees de drummer volop met zijn mix van jazz, soul, rock en kwieke electronics. Met zijn ‘Beat Music’ zit hij ook deels in het verlengde van wat pakweg een Makaya McCraven doet: beats en (complexe) drumpatronen ontwikkelen en op basis daarvan al improviserend een stevige jam met topmuzikanten aangaan. Al was Guiliana daar natuurlijk samen met zijn maatje Lindner jaren geleden ook met Now vs Now al veel verder in.

Op die manier zocht Guiliana de schemerzone tussen akoestisch en elektrisch op. Muziek in the moment. De feel eerder dan (technische) precisie, ook al waren beiden aanwezig. Beestig ook hoe Giuliana doorheen zijn Beat Music set stoeide en dolde met allerhande samples (onder meer afkomstig van Meshell ‘Ndegeocello tijdens Strife).

Net die onvoorspelbaarheid en ongrijpbaarheid zorgden ervoor dat Guiliana ook in triobezetting sterk overtuigde. Op en top hedendaags qua sound, helemaal mee met de technologische mogelijkheden. Al viel misschien vooral op hoe hij die samples gebruikte om een boodschap mee te geven. Zo ging hij onder meer op zoek naar de muzikale bronnen en inspiraties van zijn jeugd (jazz, soul, funk, disco, electro), zoals te merken was aan de Bob Marley cover Johnny Was. Naar het einde toe kwam er ook wat (black) dub aan te pas.

Zo werkte hij en zijn uitstekende band zich naar afsluiter en hoogtepunt Public Interest toe, waarin drums, beats en knallende improv gekoppeld werden aan atmosferische samples die zijn boodschap over o.a. de invloed van televisie, radio en media goed overbrachten.

Giuliana bracht met zijn ‘beat music’ project een heel ander perspectief aan dan met zijn jazz quartet gisteren. Kortom: een uiterst polyvalente muzikant (en topdrummer) die als geen ander de improvisatiekunst beheerste en dat in zijn rustige, beheerste en ontspannen stijl ook liet merken.

Translations

Hield het werk van Chantal Acda ook in een instrumentale versie stand? Met die vraag gingen slagwerker Eric Thielemans, de in een ontwerp van Guiliana geklede bassist Shahzad Ismaely (Marc Ribot, Lyenn) en gitarist Jean-Yves Evrard (o.a. Maak’s Spirit) aan de slag voor het Translations project. Alweer bijzonder, wegens voor de allereerste keer live te zien en te bewonderen.

Geen gemakkelijke opdracht om de toch wel aparte en vaak erg bepalende stem van Acda weg te denken, maar het collectief slaagde wonderwel in de opdracht. Dit was totale deconstructie. Radicaal, met schurende gitaarsoli en dolle exploraties door Evrard, het soort waar pakweg fans van John Zorn (en Rudy Trouvé) weleens wild van durven worden. Een luistertrip die zo hemeltergend dwars was dat er vrijwel nergens nog een aanknopingspunt te vinden was met het werk van Acda.

De Zorneske variatie teerde op frictie, maar ook op instinct en impuls. Wel aardig is dat deze set in schril contrast stond met de kwetsbare intimiteit die haar werk zo kenmerkt, dus in die zin was er natuurlijk wél een connectie. Ook het spontane, het directe en intuïtieve hoorden daarbij.

‘The only word left is gooodbye’. Zo en niet anders opende de Brit Matthew Herbert zijn Brexit Big Band set ; een project dat zeer duidelijk politieke stelling innam, maar dat koppelde aan een straffe performance.

Matthew Herbert's Brexit Big Band

Herbert, die in het verleden al meermaals bewees over excentrieke kantjes te beschikken bleek overigens niet vies van experiment (o.a. ‘eetbare’ muziek, naar muziek vertaalde statements tegen de vleesverwerkende industrie (Pig) of albums als Bodily Functions). Net integendeel: hij maakte er zijn handelsmerk van.

‘Bigger than life’, zo kon je zijn concert misschien welomschreven. Herbert als bandleider naast een hele hoop blazers (trompetten, saxen, trombones), inclusief een Belgisch-Nederlandse delegatie (met o.a. Steven Dellanoye die gisteren nog bij Urbex speelde) en een uitgebreid koor. Vééééél volk op dat hoofdpodium dus. Maar ondanks alles zat er meer dan ooit swing in de pan.

Eerst kregen we nog wat krakende radiosamples alvorens de Big Band (met een groepslid gehuld in de Britse vlag) zich aan het werk zette. Partituren klaar en go. Maar niet voordat de in een pak gehulde Herbert kort even toelichtte dat het met dit Brexit Big Band project vooral zijn intentie was om meer dan ooit samenwerking en solidariteit te benadrukken.

Niet alleen was dit een conceptueel huzarenstukje, met onder meer – i shit you not – “a legal document put to music” ingeleid door ratelende speelgoedinstrumenten, maar ook een uiterst doordacht proces waarbij progressieve en creatieve concepten een feestelijke muzikale en vaak erg inventieve vertaling kregen.

Matthew Herbert's Brexit Big Band

Grote ster in het verhaal was natuurlijk Herbert, maar ook de ravissante vocaliste Rahel Dessalegne droeg daar in sterke mate aan bij. Zij deed af en toe denken aan zijdezachte stemmen als Billie Holiday, maar kon evengoed ook ijselijk koud een dolk in je hart steken zoals pakweg een Beth Gibbons.

Iets verderop ging Herbert aan de haal met de “rightwing shit” van The Daily Mail. Onverbloemd liet hij een hele hoop exemplaren aanrukken om die on stage te verscheuren als muzikale input. Dat ging allemaal gepaard met muzikale begeleiding die soms late nite jazz inhield, maar vooral ook als de beesten swingde.

Nog later: een koor dat de vertwijfeling (het tegen elkaar kakelende yes / no kamp) en chaos naar muziek vertaalde. Aan concepten en ideeen geen gebrek, al viel tezelfdertijd op dat Herbert er ook de gepaste muzikale begeleiding bij bedacht en zo bitterzoete ironie maximaal uitspeelde.

De grote, bigger than life sound kon muteren naar minimalisme en zo ontroeren. Zo zorgde Be Still – ingeleid door hartkloppingen – voor een hoogtepunt. Herbert bespeelde hier meesterlijk verschillende stemmingen en moods.

Entertainment is een vak, een stiel. Matthew Herbert beheerste dat tot in de puntjes. Piekfijn. Vooral omdat zijn soms hilarische knipogen – soms rechtstreeks, soms iets subtieler tussen de regels door te vinden – briljant geregisseerd waren. Naar het einde toe werd het helemaal te gek met inbreng uit het publiek. Herbert rolde uiterst zorgvuldig een meterslange microfoon uit en liet die door het publiek zwaaien om er wat samples (handclaps,..) uit te puren. Ook diens kurkdroge humor (”my flemish is terrible”, nadat het publiek de tel miste) werkte bijzonder aanstekelijk op het gemoed.

Al hebben we ook zo’n vermoeden dat niet iedereen het daarmee eens was.

Chantal Acda & Bill Frisell

Wat was de combinatie Acda-Frisell mooi om te zien : twee vrienden onder elkaar, twee met elkaar verwante zielen die elk op hun manier intimiteit, broosheid en fragiliteit verklankten. Acda strikte Frisell voor haar album Bounce Back en dat bleek een schot in de roos.

Twee gitaren, soms akoestisch, dan weer wat versterkt. En die bijzondere stem en composities van Acda. Meer had dit duo niet nodig om voor een prachtig concert te zorgen. Hoe dun en ragfijn de muzikale begeleiding soms was, hoe dik en stevig de emotie. Hét krop-in-de-keelmoment ook vandaag, waarmee het contrast met de bombast en extraversie van voorganger Herbert scherp gezet werd.

Dit was ontwapenende (f)luisterfolk. Sober, maar bovenal openhartig en eerlijk. Frisell is natuurlijk een ideale metgezel voor de sobere, maar elegante melodieen van Acda. Het alweer talrijk opgekomen publiek luisterde in een volle tent aandachtig en geboeid naar de manier waarop Acda en Frisell hun muzikaal pact met de wereld deelden.

The Cinematic Orchestra

Op een druk bezochte Main Stage maakte met The Cinematic Orchestra alweer een Britse band zijn opwachting. De groep kan teren op een reeks albums als Motion, Ma Fleur, Every Day en naast de liveregistratie Live At The Royal Albert Hall ook de score voor de Dziga Vertov klassieker Man With The Movie Camera, maar opteerde ervoor om vooral nieuw werk uit een later te verschijnen aan te boren. Er komt, jawel goed tien jaar na Ma Fleur (2007) en vijf jaar na Motion #1 een nieuwe Cinematic Orchestra plaat aan.

Daaruit gaf de groep rond frontman Jason Swinscoe eerder al de nieuwe, veelbelovende single To Believe, een samenwerking met vocalist Moses Sumney, vrij.

Niet dat de classics gespaard werden, zo opende een lang uitgesponnen Man With The Movie Camera de set. Een zachtjes kabbelende, meanderende flow maar opgevuurd met allerhande blips & beats, helemaal op maat van de Ninja Tune fans. Al snel bleek dat de groep letterlijk nieuw leven blies in haar werk.

Flite bijvoorbeeld moest het helemaal hebben van electronics (niet toevallig zagen we electronicalover Jozef Dumoulin in de coulissen opduiken) en wilde, pulserende ritmiek die onverhoeds verschillende richtingen opzocht. Dit was een livevertaling van ‘headphone music’ waarin je helemaal in kon opgaan, zover je eigenlijk maar wilde.

Meermaals hoorde je hoe het publiek, dat erg genoot van de cinematografische grandeur, de band aanmoedigde. Cinematic Orchestra loste de verwachtingen dan ook helemaal in. De epische grandeur waarmee ze hun composities bijzetten mag er wezen. Maar er is nu eenmaal véél concurrentie, zoals je ook kon horen aan het werk van de jonge honden van Portico Quartet die de festivaldag mochten openen.

De band bekoorde een opvallend jong publiek dat niet alleen genoot van de vele klassiekers, maar gaandeweg ook het nieuwere werk (zoals The Reveal) in de armen sloot. Die soulvolle ballad gaf al een voorproefje van hun nog te verschijnen album, met knap gitaarwerk van Grey Reverend.

Cinematic Orchestra bezocht oude wegen (het lome, met knappe vocals ondersteunde Familiar Ground), maar ook het nieuwe werk zoals Lessons kwam aan bod.

Dé grote sterren in deze hippe nu-jazz show waren echter de vocalistes zoals Heidi Vogel en Bev Taiwah die danig indruk maakten. Het grote nadeel van Cinematic Orchestra is dat hun sound zeer sterk afhankelijk is van allerhande knoppendraaierij en spitstechnologie. Toch maakte de groep dat deels goed door ook in te zetten op échte instrumenten zoals de saxofoon van Swinscoe die lustig streepjes sax toeterde en regelmatig in volle overgavemodus ging. In wezen gold dat voor heel de groep, die zich werkelijk smeet om hun headliner slot op deze festivaldag te verantwoorden.

Naar het einde toe hoorden we nog een handvol klassiekers zoals Burn Out, Ode To The Big Sea (dat zowaar naar de kale sound van Roads van de Britse triphopband Portishead neigde),om er een punt achter te zetten met en het met werkelijk fenomenale vocals ondersteunde All That You Give.

Fijn concert, zij het niet helemaal overtuigend en overweldigend. Groot genot voor fans van trendy nu-jazz muziek, dat hoorde je ook in de reactie van het publiek dat om zeer uitgesproken om een bis (To Build A Home?) vroeg, maar helaas niet kreeg. Verstokte jazzpuristen moesten we noodgewongen even uit hun slaap halen.

Chantal Acda & Big Band

We trokken vervolgens nog even door naar de Club Stage waar Chantal Acda de kroon op haar festivaldag mocht zetten. Dat deed ze met een heuse Big Band formatie waarin de eerder al gerekruteerde muzikanten nog eens versterkt werden door gitarist Gaëtan Vandewoude (Isbells), bassist Alan Gevaert (dEUS), cellist Simon Lenski en de blazers van Gerd Van Mulders. Zij maakten er een heerlijk feestje van op deze festivaldag.

Morgen is het de beurt aan onder meer de jonge Ruben Machtelinckx, al duiken er ook een handvol muzikale legendes op met onder meer afrobeatdrummer Tony Allen, een muzikale ode aan Charles Mingus, gitarist Bill Frisell die een handvol Lennontunes herwerkt en Randy Weston die een ode brengt aan Thelonious Monk!

Foto’s: Bruno Bollaert