Jazz in Duketown (1) Gregory Porter / Rob van de Wouw
Door op 21 mei 2013

Het festival Jazz in Duketown beleefde in het Pinksterweekende zijn, 40ste edtitie. Reden voor de organisatie om uit te pakken met de programmering van enkele internationaal grote namen waaronder Gregory Porter, Mike Stern en Kurt Elling. Geen eenvoudige opgave voor het gratis toegankelijke festival in de Brabantse hoofdstad. Qua belangstelling en het weer viel het in elk geval wat tegen op zaterdag 18 mei, de tweede festivaldag. Gelukkig droog, maar erg koel. Op weg naar de Parade, het plein onder de rook van de Sint Janskathedraal was er niet zoveel te beleven. Een redelijk uitgestorven Markt, waar één van de grotere podia dit jaar in een grote tent was ondergebracht. Wat opvalt aan het blokkenschema van het programma is dat een groot deel van de podia ongeveer tegelijk optredens laten zien, gevolgd door relatief grote pauzes er tussen. Voor de gezelligheid en de horeca prima. Maar voor de doorgewinterde muziekliefhebber minder. Je moet immers meer kiezen en je kunt minder zien. Het valt ook niet mee voor de organisatoren  van gratis festivals om de boekhouding op orde te houden én te zorgen voor een aantrekkelijk programma, in het laatste is Jazz in Duketown dit jaar in elk geval wel geslaagd. George Duke was er niet, dat zou mooi geweest zijn, de naamgenoot aan het evenement verbinden als ‘artist in residence’ naar analogie van North Sea Jazz.
Gregory Porter was er wél! En dat was te merken aan de belangstelling op de Parade, die goed gevuld was. Porter trad op met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert. Na een swingend nummer van de bigband alleen verscheen Gregory Porter ten tonele. “We’ve gonna warm it up!” aldus de charmante zanger die met veel enthousiasme het publiek inderdaad warm kreeg. Porter werd naast het Jazz Orchestra begeleid door zijn eigen ritme sectie en saxofonist Yosuke Sato, die de nummers van Porter omlijstte met mooie melodieuze solo’s. Porter legt de verbinding tussen soul en jazz op een bijzonder inspirerende manier en dat wist het publiek in Den Bosch te waarderen. Met songs van zijn eigen albums, als On My Way To Harlem, Lonely One, Work Song en 1960 What? Met Liquid Spirit lichtte Porter een tipje van de sluier op van zijn nieuwe album dat in september van dit jaar uitkomt.
Zie ook http://www.writteninmusic.com/jazz/gregory-porter-be-good/lang/nl/
Vlak voor de laatste trein naar huis, kon ik nog een stukje meepikken van Rob van de Wouw die optrad op de Pensmarkt. Met Wiboud Burkens – toetsen en samples, Ruben van Roon – drums en samples alsmede Manuel Hugas – Bas. Groot talent, deze trompetist, die vernieuwend werkt levert in de jazz/electric. Met zijn album NEON – op het label van de Noorse pianist Bugge Wesseltoft – heeft hij dat al laten zien. Dit belooft veel voor de toekomst!
In een tweede artikel over Jazz in Duketown binnenkort aandacht voor Mike Stern en Kurt Elling, wordt vervolgd dus!
http://www.writteninmusic.com/jazz/rob-van-de-wouw-%E2%80%93-neon/lang/nl/

Het festival Jazz in Duketown beleefde in het Pinksterweekende zijn, 40ste edtitie. Reden voor de organisatie om uit te pakken met de programmering van enkele internationaal grote namen waaronder Gregory Porter, Mike Stern en Kurt Elling. Geen eenvoudige opgave voor het gratis toegankelijke festival in de Brabantse hoofdstad. Qua belangstelling en het weer viel het in elk geval wat tegen op zaterdag 18 mei, de tweede festivaldag. Gelukkig droog, maar erg koel. Op weg naar de Parade, het plein onder de rook van de Sint Janskathedraal was er niet zoveel te beleven. Een redelijk uitgestorven Markt, waar één van de grotere podia dit jaar in een grote tent was ondergebracht. Wat opvalt aan het blokkenschema van het programma is dat een groot deel van de podia ongeveer tegelijk optredens laten zien, gevolgd door relatief grote pauzes er tussen. Voor de gezelligheid en de horeca prima. Maar voor de doorgewinterde muziekliefhebber minder. Je moet immers meer kiezen en je kunt minder zien. Het valt ook niet mee voor de organisatoren  van gratis festivals om de boekhouding op orde te houden én te zorgen voor een aantrekkelijk programma, in het laatste is Jazz in Duketown dit jaar in elk geval wel geslaagd. George Duke was er niet, dat zou mooi geweest zijn, de naamgenoot aan het evenement verbinden als ‘artist in residence’ naar analogie van North Sea Jazz.

Gregory Porter was er wél! En dat was te merken aan de belangstelling op de Parade, die goed gevuld was. Porter trad op met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw onder leiding van Henk Meutgeert. Na een swingend nummer van de bigband alleen verscheen Gregory Porter ten tonele. “We’ve gonna warm it up!” aldus de charmante zanger die met veel enthousiasme het publiek inderdaad warm kreeg. Porter werd naast het Jazz Orchestra begeleid door zijn eigen ritme sectie en saxofonist Yosuke Sato, die de nummers van Porter omlijstte met mooie melodieuze solo’s. Porter legt de verbinding tussen soul en jazz op een bijzonder inspirerende manier en dat wist het publiek in Den Bosch te waarderen. Met songs van zijn eigen albums, als On My Way To Harlem, Lonely One, Work Song en 1960 What? Met Liquid Spirit lichtte Porter een tipje van de sluier op van zijn nieuwe album dat in september van dit jaar uitkomt.

Zie ook Gregory Porter Be Good

Vlak voor de laatste trein naar huis, kon ik nog een stukje meepikken van Rob van de Wouw die optrad op de Pensmarkt. Met Wiboud Burkens – toetsen en samples, Ruben van Roon – drums en samples alsmede Manuel Hugas – Bas. Groot talent, deze trompetist, die vernieuwend werkt levert in de jazz/electric. Met zijn album NEON – op het label van de Noorse pianist Bugge Wesseltoft – heeft hij dat al laten zien. Dit belooft veel voor de toekomst!

In een tweede artikel over Jazz in Duketown binnenkort aandacht voor Mike Stern en Kurt Elling, wordt vervolgd dus!