Gent Jazz met de Greatest Hits van Einsturzende Neubauten
Door op 19 juli 2017

De laatste festivaldag alweer op Gent Jazz. Niet zozeer de meest toegankelijke overigens, met bijzondere muzikale acts als Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU) en Fire op de Garden Stage. Al bleek behoorlijk snel dat het talrijk opgekomen publiek vooral voor het concert van Einstürzende Neubauten kwam.

Hypochristmutreefuzz

Gent, waar zat u eigenlijk ? Slechts druppelgewijs kwam het publiek voor de Gentse band Hypochristmutreefuzz binnen. Jammer, want deze bende verdiende veel beter. Ze lieten het echter niet aan hun hart komen en brachten een meer dan aardige lap steengoede, onbezonnen noise. Met Ramses Van Den Eede hadden ze overigens een bijzonder energieke en kwieke frontman in huis die op het podium soms slangendansachtige moves in huis had, de longen uit zijn tere lijf schreeuwde en zijn teksten afvuurde als was het mortiervuur.

Meteen trok de groep de aandacht naar zich, maar veel belangrijker nog : ze behield die ook tijdens de hele set. Je ervoer hoe Hypochystmeefuzz zich had voorgenomen om iedereen wakker te schudden en en passant zichzelf volledig in de prak te spelen. Missie meer dan geslaagd.

Bij de muziek dachten we onder meer aan het gruizelige, grofkorrelige van wijlen de Evil Superstars. Daar herinnerde die screams for the teens (”Een die dolle, kadukke carnavalsinterludia ons aan. Het kan, het mag. En zodoende geschiedde. Tussen de lijnen door hoorden we op een bedje van hondsbrutale psychnoise vooral ook veel frustraties en aardig wat maatschappijkritiek. Die werd vertaald naar een uiterst strakke reeks van composities waar niets tegenin te brengen was.

Gent Jaaaaaaazzzz werd stevig onder handen genomen door deze bende die in wezen een gezellig thuismatchke speelde alvorens later op de dag nog naar een ander festival te trekken. Leuk en interessant was ook de passage waarbij Vandeneede zowaar met een saxofoon aan de haal ging. Het was maar een flardje, maar het illustreerde goed dat Hypochrystmeefuzz geen schrik had om nieuwe dingen uit te proberen. In die zin zetten ze inderdaad de toon, zoals ze werden aangekondigd door jazzofiel Marc Lefever.

Hypochristmutreefuzz

“Maakt wat lawaai”, maande Van Den Eede het publiek aan. Kortom: een fijne, homegrown groep die perfect deden waarvoor ze gevraagd werden. Zich amuseren en als het even kan het publiek eens goed wakker schudden met hun feestelijke noisy geluid. Retestrakke unit met stevig grut zoals bleek tijdens Everyone Nose (All The Girls In The Line For The Bathroom).

En een groep die de DIY ethiek naar voren schuift, vinden we “vree wijs” evenals als de groepsnaam die ze bij een compositie van de betreurde Misha Mengelberg haalden. De groep had haar debuut met de tongbreekachtige titel Hypopotomonstrosesquipedaliophobia uit en liet niet na dit te vermelden. “Best rechtstreeks bij ons te kopen na de show”, zo liet Van Den Eede weten. De groep vlamde nog een laatste keer op machtige wijze terwijl de sympathieke frontman zich richting front row begaf om zich daar wat te amuseren. Could Be Worse. Dolle pret. Wat een opener van deze festivaldag !

Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU)

En was het tijd voor de eerste van de drie sets die Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU) op de Garden Stage zou spelen. Onlangs brachten ze het album Hineinterpretierung uit waarbij met de hulp van curator en manusje-van-alles Rudy Trouvé hun hele songcatalogus door elkaar haalden.

Toch viel alles bijzonder mooi op zijn plaats, zo bleek al snel. Het kwartet met accordeonist Roel Van Camp, klarinettist Han Stubbe, bassist Hannes D’Hoine en drummer Jeroen Stevens bracht nieuw leven in een helaas veel te onderschatte groep.

Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU)We herinneren ons zo nog levendig hoe de groep eind jaren negentig kleinere cafés op stelten zette en met hun dwarse, onconventionele sound indruk maakte. Er waren meer dan genoeg magische en legendarische momenten. Nu, hier op Gent Jazz kwam dat soms wilde en woelige verleden vanzelfsprekend aan bod, maar dan op een danig vertimmerde manier.

Nu, de heel aparte en eigenzinnige muziek van DAAU laat zich niet zo gemakkelijk beschrijven. Zo houden we het op fictieve soundtracks die een mentale trip vormen. Klankwerelden die ten dele aanleunen bij klassieke invloeden, maar haast ongrijpbaar zijn. Interessant was ook dat de groep die werelden begeleidde met ronduit knappe visuals van Rudy Trouvé, die beroepsmatig een zekere fascinatie heeft voor beeld, klank en en in sommige gevallen ook tekst.

DAAU was grillig en experimenteel. Eigen aan de toon ook van de laatste festivaldag. En zo kregen we een bijzondere set waarin het idee “DAAU spielt DAAU” centraal stond. Je hoorde het wilde, barokke en verschillende horizonten tegelijkertijd opzoekende van de jeugdige DAAU, maar even goed de wijsheid of rijpheid van de wat meer op leeftijd zijnde groep.

De groep speelt deze zomer en in het najaar een hele hoop concerten in het kader van hun vijfentwintig jaar bestaan, dus ga hen zeker live aan het werk zien !

Na de set van DAAU trokken we naar de Main Stage waar Chrysta Bell ons opwachtte. Een vocaliste die de muze van David Lynch werd genoemd. De revival van Twin Peaks deed bij het publiek vast een belletje rinkelen.

Chrysta Bell

Haar muziek leek wel de soundtrack bij een ijle, pastorale rite. Heel zweverig, zeker bij aanvang van de set. Bell trok de aandacht van het publiek naar zich, onder meer door haar glitterpak. Iets later werd zij vervoegd door haar band en kregen we een eerder potigere, potente en wat weidsere rocksound die af en toe naar Nick Cave en Bad Seeds hintte. Voor haar optreden teerde ze hoofdzakelijk uit het recentere materiaal, onder meer het album We Dissolve waarop ze met een hele hoop grote namen samenwerkte zoals Adrian Utley (Portishead) en Stephen O’ Malley (Sunn O))).

Op zich ook weer niet zo geheel toevallig, want haar stem liet zich regelmatig vergelijken met de ijselijke kilte en het getormenteerde van Beth Gibbons (enig idee iemand wat Gibbons tegenwoordig doet? gele postkaart – nu het nog bestaat – naar de redactie!!). Een vocaliste met een heel eigen geluid, al viel de vermoeidheid van het veeleisende tourleven van de gezichten af te lezen. Planet Wide bijvoorbeeld kondigde ze ook aan als een glorificatie van het genot als groep on the road.

De muziek van Bell hoorde bij nachtelijke ritjes op de donkere snelweg, zo ergens tussen de Sycamore Trees. Er zat een duivelinnetje diep in haar, al kon haar set ons helaas niet volledig overtuigen. Bell is een oerdegelijke zangeres die haar songmateriaal goed en degelijk uitvoerde, toch ontbrak het haar aan ware passie, bezieling en overgave. We zagen ook de ondersteuning van een goede band en knappe visuals, maar echt venijnig in je ziel bijten zoals een PJ Harvey dat kan was er helaas niet bij.

Archive

Bij aanvang van de set van de Britse band Archive bleek het publiek plotsklaps echt aanwezig. “Welcome to Archive”, zo viel eerst nog op de backdrop te vernemen. Weirde soundscapes en beats werden gekoppeld aan een erg atmosferisch, soms naar postrock verwijzend groepsgeluid.

De grote troef van de band bleek vooral het door elkaar mengen van uiteenlopende genres: pop, rock, triphop, big beats, punk, noise, noem maar op.

Het fundament van de composities bleek uit experimentele electronica te bestaan. Die basislaag werd aangevuld met stevige rockmuziek met heavy gitaarwerk. Zo hoorde je volop echo’s van Depeche Mode en Nine Inch Nails, al viel vooral op hoe ontzettend gerodeerd deze band wel was en hoe ze met veel machtsvertoon hun spierballen rolden. Een groep ook die de teugels van hun composities strak aanhield en niet verviel in minutenlange solo’s.

De invloed van Massive Attack was zo bijvoorbeeld onmiskenbaar, al zou het zonde zijn om hen enkel daar op af te rekenen. We zagen niet enkel een visueel hoogstandje, maar ook muzikaal zat dit meer dan snor. Behoorlijk impressionant ook om te zien hoe deze groep zich werkelijk in het zweet werkte om het publiek te plezieren.

Archive was krachtig en liet veel joie de vivre horen. Rijp en volwassen ook, zoals onder meer uit Personal Responsability bleek. Een band met een boodschap, maar die niet prekerig doet en de messiastruukjes van Bono achterwege laat. Kortom: de groep was goed geprogrammeerd en ook de klank zat bijzonder goed mee. De band groeide zo een beetje boven zichzelf uit en kreeg het publiek mee in de vaak assertieve songs. Heel even kregen we een soulintermissie met het waarlijk knappe Distorted Angels. Die illustreerde goed hoe de groep met verschillende muzikale facetten speelde en inzette op sfeer.

Naar het einde toe kregen we nog een klein Fuck You momentje, opgedragen aan alle poseurs en leugenaars en een punky, withete ontlading in de vorm van Sane, dat zowaar Iggy en zijn Stooges even ripte.

Alles Uber Einstürzende Neubauten ! Dit was hét concert waar zowat alle fans, op een handvol enkelingen in de VIP lounge na, vandaag erg naar uitkeken. Heen en weer schuifelend tussen de Main en de Garden Stage viel eerder al op dat vele Neubauten fans op post waren, te merken aan de onder meer de hippe Neubauten totebags, pins, speldjes en noem maar op.

Einstürzende Neubauten

Hier waren werkelijk de meest bijzondere vaandeldragers van de experimentele muziek te horen. Om voor de allereerste keer deze mythische en illustere band aan het werk te zien was dit een weergaloos concert dat danig indruk maakte en ons nog zéér lang gaat bijblijven.

Einsturzende Neubauten werd opgericht in de jaren tachtig in West Duitsland, een plek waar onder meer punk, revolutie en rebellie de plak zwaaide. Alles leek wel mogelijk, zo ook de Neue Deutsche Welle. En vooral ook : Blixa Bargeld die als bij toeval een handvol gelijkgezinde geesten recruteerde voor een performance. Omwille van budgettaire redenen maakten zij van de nood een deugd en maakten de groepsleden gebruik van wat ze ook maar als muziekinstrument konden identificeren. Al van bij debuut Kollaps (1981) waren zij hemelbestormers die de muziekgeschiedenis letterlijk een stevig pak rammel gaven.

Bijna veertig jaar later en een carrière die op zijn minst bijzonder te noemen is, blikt de groep terug op haar Greatest Hits. U stelt zich daarbij ongetwijfelde het al te sardonische lachje van herr Blixa Bargeld bij. Ha, hits, jawohl! Vanzelfsprekend beschikt de band over hits – natürlich -, alleen niet echt het materiaal dat concurreert met de nieuwe single van pakweg Coldplay of Editors.

Einsturzende Neubauten maken (concept)albums, en dan nog slechts op het moment dat de muze zich aandringt en de fans een financiële bijdrage leveren. Zo, en niet anders. Wat er is, is er op de uitdrukkelijke voorwaarde dat Blixa en co er hun zegen aan geven. Zij zijn een geheel eigen entiteit die open staat voor projectmatig werk, met dichters, met schrijvers en verwante kunstenaarszielen.

Zo was er recent het ronduit magistrale Lament, een album over krieg und kampf, al ging er bijzonder veel researchwerk aan vooraf. Een project in commissie dat ze natuurlijk of all places in Diksmuide voorstelden.

Maar wij zitten nu hier, ergens tussen de stevig bij elkaar gedrukte frontlinie aan de Main Stage van Gent Jazz, te wachten tot die Einstürzende Neubauten de “maschinerie” in gang zetten.

Einstürzende Neubauten

Openen doet de groep met The Garden, misschien wel de meest poppy song in hun uitzonderlijke collectie aan songs. Die vormt mogelijk een klein knipoogje naar de festivalweide. Blixa Bargeld is als vanouds een ubercoole motherfucker die samen met zijn bende (met onder meer Alexander Hacke, Jochen Arbeit, Rudolf Moser en N.U. Unruh in de rangen) zinnens bleek om dat door circulatieplannen geplaagde Gent te fêteren met een magistraal concert.

Een minimale beat en een strakke bas, aangevuld met percussie op trommelpotten en sfeervolle samples van violen. Meer heeft de groep niet nodig om de zaken ter hand te nemen. Ongure wolken in de lucht en er zou weleens wat regen uit de lucht komen vallen. U weet me te vinden, ik zit in de tuin. Heerlijk hoe die song traag druppelend openvouwde en zo in alle eenvoud grootse emotie opwekte.

Herr Blixa is goedgeluimd en slaagt er met zijn kornuiten in om het publiek naar zijn eigen hand te zetten. Haus Der Luge, op het Greatest Hits album geremixt en eindelijk voorzien van orchestratie en trombone volgde. Die maakt met zijn mengeling van fuzz en chaos duidelijk dat het de groep menens is. Een stevige stoot waarin de hen o zo kenmerkende onconventionele instrumentatie (te gekke stage props, telkens weer!!) goed tot uiting kwam.

Neubauten live zien is steevast een feest van originaliteit. Bargeld is de autoritaire leider en slorpt als frontman de aandacht op, al kan en mag het belang van zijn medemuzikanten – met name vooral de stuwende lijnen van bassist Alexander Hacke en de aparte percussie van N.U Unruh – zeker niet onderschat worden.

Wij zagen een mengeling van theater, dwarse avant-garde en drifterig performance experiment. Bargeld is overigens een dichter die qua performance soms opvallend sterk aanleunt bij Leonard Cohen. Ook de manier waarop hij kurkdroog het publiek onderhoudt met de measurements van de pvc buizen, geeft aan dat Bargeld net als een Cohen op de hoogte is van the ways of the world.

En dan dook Youme And Meyou op, dat een wondermooie samensmelting is van poëzie en experiment. Het ligt vast aan ons, maar we herkennen er vage echo’s in van Cohens Tower Of Song. Waarmee we meteen ook een connectie hebben om die aparte groepsnaam toe te lichten (Einstürzende Neubauten staat voor in elkaar stuikende gebouwen, de ideale verwijzing naar het deconstructieve aspect van de muziek van Neubauten).

Het dwarse Let’s Do It A Dada is dan weer vanzelfsprekend een dadaïstisch geïnspireerd feestje. In een ideale wereld was dit een hit waarop het heerlijk de beentjes strekken is. Unvolstandichkeit is op zijn beurt een stuk zelfanalyse: ben ik nog volledig?, zo vroeg Bargeld zich onder meer af.

Elke compositie vereiste een wat eigen setup, maar het haalde de vaart niet uit het concert. De mechaniekjes waren uiterst gesmeerd en de ongeziene creatieve vrijheid waarmee de groep naar voren treedt was ronduit indrukwekkend.

Uit Lament haalde de groep How Did I Die? waarmee Bargeld zijn beste doodgraversstem ten beste gaf. Op die manier haalde hij niet enkel die band met Cohen aan, maar ook die met pakweg een Mark Lanegan.

Leuk ook dat Bargeld de tijd nam om even de eigen archieven in te duiken. Zo verwees hij onder meer naar een gruizelig kelderkamertje in Hamburg waar ze ooit opnames maakte. En zo kregen we een dialoog tussen de jonge en de wat oudere Blixa. Tegen dan is duidelijk dat het pleit al lang binnen is. We kregen nog een handvol alternatieve greatest hits zoals het onwaarschijnlijk mooie Silence Is Sexy. Bargeld speelt met het publiek, zichzelf en twijfelt of hij al dan niet de sigaret opsteekt. Dat deed hij alsnog, deels verpakt als klankexperiment. Een hoogtepunt en er zouden er nog enkele volgen.

Total Eclipse Of The Sun kondigde Bargeld aan met een best geinige verwijzing naar de Neubauten als Spice Boys. “All I really, really, really want to see / is a total eclipse of the sun”. Salmandrina een alternatief liefdesliedje met vocale blues en met Redukt zet de band er definitief een punt achter.

Tsja. Wat een concert ! Magistraal goed. We zijn er nog van aan het bekomen en dat proces gaat zeker nog de nodige tijd vragen.

Voor het gros van het publiek was het tegen dan ruimschoots tijd om naar huis te keren, ware het niet dat in de Garden Stage er nog een optreden was van Fire! Niet direct de meest bekende naam op de affiche, maar wel een Ontdekking om Fire! tegen te zeggen.

Fire!

Niet als Fire Orchestra met een uitgebreidere bezetting dus, maar wél als trio. Saxofonist Mats Gustafsson en co legden in die Garden Stage hun improvisatiekunnen bloot en we zagen slechts glunderende gezichten op het handvol aanwezigen die zich nog de moeite hadden getroost om deze bende aan het werk te zien.

“It’s all your fault”, zo stond op het t-shirt van Gustafsson te lezen. Niets heel laten leek de opdracht, al nam de set een aanvang met knisperende, traag sudderende en zorgvoldig opbouwende electronics alvorens Gustafsson, versterkt met drummer Andreas Werliin en bassist Johan Bertling, voluit over de rooie gingen en uit hun instrumenten persten wat er nog uit te halen viel

De muziek van Fire teert vanzelfsprekend op (behoorlijk schurende) improv, maar zorgt er ook voor dat je als luisteraar in een heel eigen klankwereld terecht komt. Noem het een mental trip desnood of misschien beter nog een totaalbeleving. Topoptreden dat bijzonder goed gesmaakt werd, al is het een beetje jammer dat het gros van het publiek al na het optreden van de Neubauten naar huis trok.

Zo, dat was het dan weeral. Volgend jaar is er uiteraard weer Gent Jazz festival. Het is nu bijvoorbeeld al uitkijken naar de set van de jonkies van Steiger die de Jong Jazztalent prijs 2017 naar huis sleepten. Tot dan!

Foto’s: Bruno Bollaert & Geert Vandepoele