De onweerstaanbare drive en power van Sons Of Kemet
Door op 03 december 2015

Band: Sons of Kemet
Album_title: Lest We Forget What We Came Here To Do
Genre: Jazz
Label: Naim Jazz

Een van de meest wonderbaarlijk jazzsuccessen van de afgelopen jaren komt zonder enige twijfel uit Londen. Sons of Kemet, een wonderbaarlijk kwartet met twee drummers, een tubaspeler en een saxofonist won in hun thuisland vrijwel elke prijs die er te winnen viel en speelt in uitverkochte zalen. Met hun tweede album Lest We Forget What We Came Here To Do, dat einde vorig jaar verscheen bleek een nog beter album dan hun debuut Burn en de uitnodiging om op het Transition festival te komen spelen was dus meer dan logisch. Wij zochten boegbeeld / bandleider / saxofonist Shabaka Hutchings in Londen op.

Sons of Kemet

De nog maar 31-jarige Shabaka Hutchings is niet alleen een van de meest getalenteerde muzikanten van zijn generatie, maar ook nog eens een onweerstaanbare frontman en het ideale boegbeeld van zijn band. Een man met een heldere visie ook. ‘Ik had een heel duidelijk idee toen ik met Sons Of Kemet begon’, zo vertelt hij. ‘Ik had in mei 2011 een optreden in de kleine club in Londen geboekt en Tom (Skinner) en Seb (Roachford, ook bekend van Polar Bear) als drummers en Oren Marshall als tubaspeler gevraagd. In mijn hoofd leek mij dit een ideale combinatie om een indrukwekkende sound neer te zetten. Ik zou dan met tenorsaxofoon en basklarinet de melodieuze lijnen uitzetten. Alles had op een volkomen mislukking uit kunnen lopen (lacht) maar gelukkig viel alles gelijk helemaal op zijn plek. Voordat we het wisten zaten we vervolgens in de studio om ons debuutalbum Burn op te nemen. Zelfs voordat we een platendeal hadden. Ik heb de studio geheel uit eigen zak betaald en ben pas na het mixen van het album gaan shoppen. Gelukkig vond ik in Simon Drake van Naim Records gelijk een heel enthousiaste man, dus tekenen bij hen voelde gelijk goed’.

We hebben het over het succes van het debuut en over het maken van opvolger Lest We Forget What We Came Here To Do. ‘Eigenlijk hebben we dit album op dezelfde manier gedaan als het debuut. Eerst heb ik weer een studio geboekt en hebben we alles opgenomen en daarna pas aan Naim aangeboden. Wel met nieuwe tubaspeler Theon Cross trouwens. Het fijne daarvan is dat Naim niet weet dat we in de studio zitten. Als we dan uitkomen met een iets dat we niet goed vinden hoeven zij ook niets te weten (lacht). Het nieuwe album schrijven en opnemen ging weer heel gemakkelijk. De muzikale progressie was al met de eerste optredens na de release van het debuut ingezet en ik wist exact welke kant we met het nieuwe album op moesten gaan. De ritmes moesten weer spatten en de sfeer van de tuba en sax soms strak en dominant dan weer vloeiend en sfeerrijk zijn. Ik denk dat we daar in geslaagd zijn. Ik wilde op dit album ook iets meer mijn Caribische achtergrond verwerken, of beter: meer Afrikaans-Caribische invloeden. Met mijn grootmoeder in gedachten en de familie die naar Engeland verhuisde en hier altijd heel hard gewerkt heeft. Eigenlijk dus wat het voor mij betekent om met mijn achtergrond op dit moment in Engeland te wonen. De composities heb ik duidelijke titels meegegeven. Het verhaal achter In Memory of Samir Awad gaat over een 11-jarige Palestijnse jongen die in een vuurzee van Israëlische militairen de dood vond en In The Castle Of My Skin is een verwijzing naar het gelijknamige boek van de uit Barbados (naast Londen de verblijfplek van Hutchings) afkomstige schrijver George Lamming dat verhaalt over de postkoloniale identiteit. Ik wil graag dat mensen die naar onze muziek luisteren door de titels een extra verbeelding krijgen’.

Shabaka werd geboren in Birmingham maar woonde tussen zijn 6de en 16de in Barbados waar hij pas echt in contact met muziek kwam. ‘Op mijn negende pakte ik op school mijn eerste instrument op, dacht toen nog dat ik in een orkest ging spelen of een Calypsoband, omdat jazz daar werd gezien als muziek van oude mensen of de rijken. Bij terugkomst in Engeland ben ik gelijk hard aan het werk gegaan en me aangemeld bij de Guildhall School of Music in Londen waar ik werd aangenomen. Dat werd de plek waar ik al mijn belangrijke contacten met muzikanten opgedaan heb. Het was daar een zeer vreugdevolle omgeving met ontzettend veel energieke mensen. Ik denk dat in de afgelopen jaren wel is gebleken dat Britse jazz zich keihard heeft ontwikkeld. Vrijwel iedereen die daar studeerde luisterde daar naar de meest coole muziek en dat was veel vaker iets als Bjork, Radiohead, Squarepusher of Actress dan jazz. Met die muzikale bagage kan het niet anders zijn als dat je dan binnen jazz de bakens blijft verzetten. En dat gebeurt nu onder onze generatie jazzmuzikanten dus ook optimaal. Juist door al die coole nieuwe elementen aan de jazz toe te voegen krijg je iets wat nieuw en uitdagend is en ook een jonger publiek aantrekt. Altijd een heel goed teken.