CONCERTOS: Tomasz Stańko
Door op 08 maart 2014

Trompettist Tomasz Stańko geeft met zijn New York Quartet concerten in Bijloke, Gent, op woensdag 12 maart en in Lantaren/Venster, Rotterdam, op zondag 16 maart. Bezetting van de groep: Tomasz Stańko, tr, David Virelles, p, John Hébert, b, Gerald Cleaver, dr.. John Hébert speelt in plaats van Thomas Morgan .

Veteraan

Tomasz Stańko (1942) hoort bij de veteranen van de Europese jazz. Hij speelde al vrij jong, van 1963-1966, in de roemruchtige groep van Krzysztof Komeda (1931-1969), de nestor van de Poolse jazz. 1965 ging hij met een multinationale groep met Komeda, piano, Zbigniew Namyslowski, altsax, Günter Lenz, bass en Rune Carlson, drums de studio in voor de opname van het legendarische album Astigmatic. Komeda zou korte tijd later Roman Polanski naar Hollywood volgen om als componist voor diens beroemde films als Mes in het water en Rosemary’s baby te werken.

E1088gBalladyna_(album)E1636g

Stańko maakte in die tijd deel uit van een overzichtelijke scene met pioniers waartoe o.a. Jon Christensen, Arild Andersen, Bobo Stenson en Edward Vesala hoorden. Er moest zich toen wat muziek en groespsvorming betreft e.e.a. uitkristalliseren. 1975 en 1976 maakte Stańko dan zijn eerste opnamen voor ECM, eerst voor het album Satu in de groep van drummer Edward Vesala waar hij naast trompettist Palle Mikkelborg speelde, dan voor Balladyna, zijn eerste album onder eigen naam samen met saxophonist Tomasz Szukalski, Dave Holland en Vesala. 1981 speelde hij naast Jan Garbarek en Jack DeJohnette op het album Voice From The Past – Paradigm van bassist Gary Peacock, een hommage aan Albert Ayler. Na een langere hiaat volgde in de jaren 90 en daaran een lange serie van ECM-albums in verschillende groepsconstellaties waaronder het aan Komeda opgedragen grote opus Lituania (1997).

Wisława

2304/05 XZijn laatste album, Wisława, met zijn nieuw geformeerde New York Quartet waartoe David Virelles, een jonge pianist van Cubaanse origine, bassist Thomas Morgan en drummer Gerald Cleaver horen, kwam een jaar geleden uit. Wisława heeft als inspiratiebron en referentiepunt voor de benadering, als esthetisch vormprincipe en als kader voor afzonderlijke stukken: Assassins, Metafizyka, Dernier Cri, Mikrokosmos, Tutaj – Here, Faces persoon en werk van de befaamde Poolse dichteres Wisława Szymborska (1923-2012). Szymborska kreeg voor haar werk in 1996 de Nobelprijs. De VPRO heeft voor Het Uur Van De Wolf een mooie documentaire over Szymborska gemaakt.

Dat werpt meteen de vraag op hoe dit alles bij elkaar komt, hoe het met elkaar rijmt. Stańko heeft niet alleen New York als nieuwe verblijfplaats gekozen, hij vond er ook musici die bij zijn eigen verhelderingsbehoefte passen. Het brengt hem zonder omhaal ertoe enthousiast de loftrompet over zijn werk met deze veel jongere musici te steken. “Gerald Cleaver heeft niet alleen een rijk arsenaal tomasz-stankoaan Afro-Amerikaanse ritmes in huis. Hij beschikt ook over een bijzondere gevoeligheid voor de ritmiek van Europese muziek. David Virelles brengt zijn Cubaanse achtergrond mee (zie Written In Music), waartoe ook de Russische school van pianistenopleiding hoort. En hij heeft een goed gevoel voor het melancholische van mijn muziek. En dan Thomas Morgan! Thomas is een buitengewone bassist, welke het melodische in zijn basspel op een bijzonder wijze toespitst.” Stańko is van plaats veranderd en hopt tussen New York en Warschau: ander licht, andere golven en vibes, andere ontmoetingen, andere confrontaties. Dat wordt met verhelderingsbehoefte bedoeld – ook al gaat het daarbij soms om donkerte.” (zie de VIDEO The making of Wisława )

Muzikale zwarte gaten

Één van de meest opvallende kenmerken van Wisława: steeds weer komt de muziek aan een punt waar ze uit elkaar lijkt te vallen. Dit gebeurt al in het openingsstuk Wisława (na vijf minuten van het langzame begin) en het duidelijkst in April Story. In Wisława is het rustig en zelfvergeten tastend verkennen van de horizon die het thema opent. Hierop volgt de hectische bop van Assassins, een stuk waarin Stańko niet alleen zijn be- proefde trompetlasbrander laat opflikkeren, maar zijn gevolg heerlijk hobbelige klanksubstantie uitrolt (AUDIO Wisława )

Metafyzika is vergeven van een soortgelijke zwervende melancholia als Wisława, waarbij met de bas op de voorgrond na verloop van tijd weer het moment van (uit elkaar) tomasz_stankovallen opdoemt. Het stuk eindigt in niet opgeloste ambiguïteit van vertrouwen en vervreemding. April Story op de tweede cd zet vastbesloten in, maar komt dan nagenoeg tot stilstand, valt bijna stil, hervat zichzelf en klimt in nieuwe staat weer op. Het is alsof onderweg iets verloren is gegaan dat vervolgens op geheimzinnige manier op het einde weer te voorschijn komt. Stańko noemt dit in gesprek “De Ervaring Van De Zwarte Gaten”. Stańko: “Als je niet meer op routines gaat steunen en niet langer op licks gaat leunen, raakt het spel op punten waar de volgende stappen niet alleen open zijn, maar en moment, a l’improviste nieuw gecreëerd (moeten) worden. De wijze hoe deze musici daarmee omgaan, is voor mij werkelijk verbazingwekkend. Hun vindingrijkheid is indrukwekkend”. Hij noemt dit de instant composing capaciteiten van zijn gezelschap. Het is alsof je eerst de vaste tree van het vanzelfsprekende moet kwijtraken om tot herkennen en (in)zicht te komen. Is dit de geest van Szymborska?

Raakvlakken

In ieder geval zijn er duidelijke raakvlakken met de geest van Szymborska. Het ontstaat uit de klanken zelf, uit de ontwikkeling van het spel – niet als een vooropgezet projectmatige programmatische onderneming. Beslissend is het samenspel van compositorische voorzet, interactie- en verbeeldingsruimte in de studio en het daarop inspelen van de musici. Naast de werking van de onzichtbare hand is het de wijze waarop Stańko als bandleider openingen creëert, ruimte aan het nieuwe en onbekende geeft. Daarbij horen de toonpoëtische, kleurende lyricismen van David Virelles even als het subtiele cymbal-spel van Gerald Cleaver en diens eenzame, in diepste lagen resonerende slagen. Het basspel van Thomas Morgan bereikt hier een verbazingwekkend nieuw niveau in de balans van dof accent en zingende lijn. Alles komt nog een keer met bijzondere intensiteit samen in Faces (los gerelateerd aan het gedicht Myśli nawiedzające mnie na ruchliwych ulicach/Gedachten die op drukke straten door mijn hoofd warren) (tekst zie onderaan). Wat op het eerste gehoor als elkaar opvolgende klassieke jazzsoli zou kunnen overkomen, is in werkelijkheid een comproviseerde reeks scenes van cinematografische dichtheid. Het zijn zoals Stańko zelf opmerkt “solo non-soli casu quo nonsolo soli.”

Wislawa Szymborska photo by Adam GolekSzymborskas artistieke houding en de klankkleur van haar stem fascineerden Stańko. “Haar stem heeft het typische grijs dat zo veel kleuren bergt, waarin zich zoveel spiegelt.” De lectuur van haar teksten inspireerde en animeerde hem uiteindelijk zodanig dat er eigen muziek uit voortkwam. Hij heeft tijdens haar leven enkele keren met haar opgetreden maar dan steeds naast haar. Stańko zegt met nadruk: “Zij bracht geen recitaties, ze las haar gedichten voor!” Stańkos trompetspel opende Szymborskas voordracht of vormde achteraf een soort commentaar (zie hier AUDIO waar Szymborska het gedicht Metafyzika leest gevolgd door Stańkos trompetspel ). Eén ding heeft de lectuur van Szymborskas teksten gegarandeerd tot gevolg: verbaasde verrassing. De verbazing heeft alles met haar perspectief van waarnemen en vormgeven te maken. Szymborska heeft weinig dichterachtigs. Ze is eerder schalks en nuchter analytisch, maar juist daarin schuilt een opmerkelijke combinatie van verbeeldingskracht en scherpe waarneming. Zij etaleert deze niet, maar heeft de gave ze in de alledaagsheid van de beschouwing en van de gebruikte taal op een punt te concentreren waar ze ons opwacht. Een punt waarop de zuivere, ontwapenende verbazing in gang wordt gezet. Geen verheffing, maar eerder understatement, vlakken van eenvoud, ongehinderde aanschouwing. Kortom: hoge kunst.

Licht, klank, licht

Stańkos werking komt voort uit een specifieke combinatie van melancholieke themas en een uitermate dynamisch timbre met voortdurend wisselende klankschakeringen. Hij ziet grijs als ‘zijn’ kleur, een Pools-Baltisch grijs wel te verstaan, waarin de kleuren op een unieke wijze mengen. “Het is een specifiek licht, dat ook bron van klank en muziek is.” Hij heeft, zegt hij, nooit Poolse volksmuziek bestudeerd en refereert er nooit expliciet aan. Maar juist Wisława is doordesemt van Baltische thema’s beginnend bij de melodie van April Story tot aan Chopin-weerklanken vooral in het spel van Virelles in het afsluitende Wisława var.. “Juist doordat ik het nooit bestudeerd heb en het niet bewust gebruik, ben ik waarschijnlijk des te dieper en duurzamer erdoor beïnvloed.”

Twee gedichten van Wisława Szymborska in vertaling

Metafysica
Het was, het is voorbij.
Het was, dus is het voorbij.
In altijd onomkeerbare volgorde,
want zo luidt de regel van dit verloren spel.
Een banale slotsom, het noteren niet waard,
ware er niet het onbetwistbare feit,
een feit tot in eeuwen der eeuwen,
voor de hele kosmos, zoals hij is en zal zijn,
dat iets werkelijk was,
zolang het niet voorbij is,
zelfs
dat je vandaag noedels met kaantjes at.
Vertaling: Karol Lesman

Faces
Billions of faces on the surface of the world.

Supposedly each different

from those that were and will be.

But Nature—and who can really tell—

maybe tired from constant work

repeats her former ideas

and puts on us faces

already worn.

Maybe Archimedes in jeans is passing you by,

Catherine the Great in second-hand clothes,

one of the pharaohs with a briefcase, in glasses.

A widow of a barefoot cobbler

from a still small Warsaw,

the master from the cave of Altamira

taking grandchildren to the zoo,

a shaggy Vandal on the way to a museum

to get his delight.

Some who fell two hundred centuries ago,

five centuries ago

and half a century ago.

Someone transported here in a gilded carriage,

someone in a cart to the scaffold.

Montezuma, Confucius, Nebuchadnezzar,

their nannies, their laundresses and Semiramis,

speaking only in English.

Billions of faces on the surface of the world.

Your face, mine, whose—

you will never find out.

Maybe Nature must cheat,

and to keep pace, and to keep up

she starts to cast for what is sunk

in the mirror of oblivion.

Foto-credits Adam Golek (Szymborska), ECM (Stańko NY quartet), Lukacz Cynclewski (Stańko)